'Mag ik mijn zaad weer terug?'

Uit het oogpunt van coördinatie was het geen ideale avond die de publieke zenders ons gisteren voorschotelden. Ze schijnen daar af en toe te denken: die commerciëlen moeten we ook wat gunnen. Vervolgens legt men - in dit geval de EO en de AVRO - ons midden op de avond in twee programma's langdurig uit hoe we zwanger kunnen raken.

Vroeger waren we daar vrij snel over uitgepraat - de vraag hoe we niet zwanger konden raken was vaak veel relevanter - maar inmiddels is de zwangerschapsindustrie een booming business geworden. Nieuwe technieken grijpen rap om zich heen, ze kunnen rekenen op maximale publiciteit. Wie een kind krijgt zónder interventie van de reageerbuis begint op te vallen.

In Ria Bremers Vinger aan de pols zag ik een man met een kistje ingevroren zaad naar het ziekenhuis lopen: zijn vrouw moest even bevrucht worden. Het was bijna een soort routine geworden, toen hij wegging vroeg hij heel zakelijk aan de juffrouw van de balie: “Mag ik mijn zaad weer terug?”

Hij bedoelde de overgebleven restjes. Hem was destijds, als lijder aan de ziekte van Hodgkin, onvruchtbaarheid voorspeld. Daarom was in betere tijden besloten zijn zaad in de diepvries te zetten.

In een serie van acht delen gaat Ria Bremer ons inwijden in de nieuwste technieken. Het onvermijdelijke, bijbehorende boek is ook al uit, zoals uit een mededeling na afloop bleek. 'Zwanger zijn' heet het, voor vier tientjes krijgt u dit door Ria zélf geschreven werkje in de brievenbus. Vinger aan de pols wordt geproduceerd door een onderneming, genaamd Medical Multi Media, wat ook al ruikt naar een goed belegde boterham.

Nee, ik ben niet tegen voorlichting aan mensen die moeilijk kinderen kunnen krijgen, maar ik wantrouw die campagne-achtige opzetjes waarmee de zendkanalen worden vervuild. Vanmorgen was er op Nederland 1 alweer een vervolg op Bremers uitzending: kijkers konden een half uur lang vragen stellen over de uitzending van gisteravond. Medical Multi Media hield uiteraard ook hier een vinger aan de pols.

Sympathieker was mij de uitzending van de EO die in het praatprogramma Man/vrouw veel duidelijker de schaduwkanten van de nieuwste technieken belichtte.

Er waren drie echtparen te gast die al jarenlang worstelden met hun moeilijk vervulbare kinderwens. Ze hadden alle stadia van radeloosheid doorlopen, wat aan sommigen goed te merken was. Een vrouw die een ivf-behandeling (reageerbuisbevruchting) achter de rug had, zei: “Ik moest daar maar liggen en ik dacht op een bepaald moment: wat onromantisch is dit allemaal.”

Een andere vrouw vertelde: “Het is vreselijk. Je wordt 's middags door het ziekenhuis gebeld met de mededeling: vanavond moeten jullie gemeenschap hebben. Mijn man werkt in late diensten, en als hij dan thuiskwam, moest hij me wakker maken voor de gemeenschap.”

Sommigen hadden grote problemen met de ethische dilemma's, verbonden aan de nieuwe technieken. Een vrouw vertelde: “Men haalt er tien eitjes bij mij uit, die worden in het lab bevrucht en men plaatst er twee of drie bij mij terug. Stel dat ik de eerste keer meteen zwanger wordt, wat gebeurt er dan met die andere zeven bevruchte eitjes? Want wanneer is het leven?”

Niettemin hadden zij 'hun grenzen verlegd' omdat de kinderwens onweerstaanbaar was gebleken. Eén echtpaar leek steeds meer te twijfelen. “Moeten we al die heisa er wel voorover hebben?” vroeg de man zich af. Maar vooral de vrouwen leken zich niet te kunnen verzoenen met het vooruitzicht van een kinderloos huwelijk.

“Er stierf iets in me”, zei een vrouw die vermoedelijk kinderloos zou blijven. “Ik heb het gevoel van een diep, diep verdriet.” En: “Als we straks sterven, zal er niemand om ons bed staan. En als we 25 jaar getrouwd zijn, zullen er geen stukjes voor ons worden opgevoerd. Als ik in de hemel kom, zal ik tegen de Here God zeggen: 'Waarom?' Ik weet zeker dat ik een goede moeder zou zijn geweest.”

De vrouw knipte met haar vingers: “De Here God had er zó leven in kunnen blazen, en Hij deed het niet.”

    • Frits Abrahams