Langdurig verzet tegen avances van 'zuinige Bataven'

BRUSSEL, 12 NOV. Op het hoofdkwartier van de Bank Brussel Lambert kwam het bod van Nederlandse groep ING niet als een verrassing - en dat is dan nog zacht uitgedrukt. In de media werd al gespeculeerd over een Nederlands bod. Op de bank zelf liepen volgens een medewerker “Hollanders al maanden stilletjes rond”.

BBL hoort bij de top-drie van de Belgische privébanken, een lijst die wordt aangevoerd door de Generale Bank. BBL komt op de tweede plaats voor wat betreft balanstotaal, terwijl de Kredietbank een hogere nettowinst heeft. BBL heeft een universele dienstverlening - van spaarrekening (het zogeheten 'groene boekje') tot het boeken van reizen. De bank heeft 13.800 werknemers en net als andere Belgische banken heeft ze een dicht netwerk met in totaal 950 kantoren. “Vroeger hadden we op iedere hoek een café, nu hebben we op iedere hoek een bank”, aldus een medewerker.

Sinds 1992 heeft BBL in verzekering gespecialiseerde dochtermaatschappijen. Daarnaast is de bank makelaar voor de verzekeringen van haar huidige aandeelhouders zoals het Zwitserse Winterthur en Royale Belge. BBL heeft activiteiten in het buitenland, bijvoorbeeld in Frankrijk, Luxemburg, Zwitserland en Tsjechië maar ook in het Verre Oosten. Hoewel ING verzekert dat er op korte termijn geen herstructurering of ontslagen zouden zijn te verwachten, wordt gevreesd voor ontslagen in het buitenland omdat BBL daar op dezelfde plekken kantoren heeft als ING, bijvoorbeeld in Singapore.

BBL is ontstaan uit een fusie in 1975 van de Bank van Brussel en de Bank Lambert, waarmee volgens een medewerker twee verschillende culturen samenkwamen. De Bank van Brussel was gericht op algemene diensten, terwijl Bank Lambert, geleid door de inmiddels overleden baron Lambert, een meer aristocratische investment bank was. In het markante kantoorgebouw achter het Koninklijk Paleis, gebouwd in opdracht van de in architectuur geïnteresseerde baron Lambert, is de officiële zetel van de bank. In de gemeente Etterbeek zit het zenuw- en computercentrum van de bank.

Directievoorzitter Michel Tilmant liet begin september nog weten dat hij zijn bank liever zag uitgroeien tot een concern als ING, door een fusie met verzekeraar Royale Belge. Pas als een “Belgisch project met Europese dimensie” niet zou slagen, wilde hij werken aan een internationale fusie. Maar de Belgische bankier gaf toen al aan weinig speelruimte te hebben ten opzichte van ING. Een fusie tussen BBL, Gemeentekrediet en Generale Bank, die had moeten leiden tot een Grote Belgische Bank (GBB), was afgeketst, waarmee de kans op een Belgisch alternatief voor ING vervloog.

ING deed vijf jaar geleden ook een bod op BBL-aandelen, dat werd afgewezen door de Waalse zakenman Albert Frère die voorzitter is van de Groep Brussel Lambert die met het Gemeentekrediet en Royale Belge bijna 37,5 procent van de aandelen controleert. Frère noemde het bod te laag (de Nederlanders werden 'te zuinig' genoemd) en organiseerde bij de aandeelhouders een campagne tegen les Bataves. De afgelopen vijf jaar wist BBL haar resultaten te verbeteren, maar een lange termijnvisie was moeilijk wegens onenigheid tussen de aandeelhouders over de toekomst van de bank. Daarom kon BBL, in de woorden van de krant de Financieel Ekonomische Tijd, vijf jaar lang “niet rustig aan bankieren denken”.

Een verschil met vijf jaar geleden is dat de president van de Belgische Nationale Bank, Fons Verplaetse, zich in 1992 nog verzette tegen overname door ING omdat de Belgische frank op dat moment nog maar net was gekoppeld aan de Duitse mark. Inmiddels zou Verplaetse voorstander zijn van ING, als second best optie, nu een Grote Belgische Bank niet mogelijk blijkt.

De BBL presenteerde begin september een halfjaarwinst van 5,9 miljard frank (330 miljoen gulden), 15,6 procent meer dan in de eerste helft van 1996.