Kamerlid Houda had zelf willen blijven

DEN HAAG, 12 NOV. De in opspraak geraakte PvdA-parlementariër Hamid Houda heeft gisteren na zware druk van zijn fractie zijn Kamerlidmaatschap opgegeven. Hijzelf vond dat hij had kunnen blijven, zo blijkt uit een schriftelijke verklaring.

In een reactie zei PvdA-fractievoorzitter Wallage 'respect' te hebben voor Houda's besluit. “Er is geen sprake van straf of van schuldigverklaring. Houda is zelf, op advies van de fractie, tot de conclusie gekomen dat het niet langer mogelijk was om zijn werkzaamheden als Kamerlid voort te zetten.”.

Het is de tweede keer deze kabinetsperiode dat een PvdA-Kamerlid de Kamer verlaat na in opspraak te zijn geraakt. Kort na zijn beëdiging in 1994 moest Evan Rozenblad terugtreden toen bleek dat hij zijn curriculum vitae te rooskleurig had voorgesteld.

Houda, een backbencher wiens naam tot voor kort slechts door weinigen in Den Haag correct kon worden uitgesproken, is eigenaar van een textielimportbedrijf. Het televisieprogramma NOVA onthulde op 28 augustus dat het voormalige gemeenteraadslid uit Haarlem zijn bedrijf was blijven voortzetten sinds hij in 1994 in de Kamer zit, hoewel hij dit niet als nevenfunctie had opgegeven. Evenmin had hij de winst die zijn bv maakte opgegeven als neveninkomsten, zodat ze niet in mindering zijn gebracht op zijn vergoeding als Kamerlid. Houda's lezing was dat zijn vrouw sinds 1994 het directeurschap van de bv vervult en dat hij slechts als adviseur optreedt.

Na overleg met de fractieleiding vroeg Houda voormalig president F. Kordes van de Algemene Rekenkamer om een onafhankelijk onderzoek. Kordes kwam op 18 september met conclusies: De activiteiten van Houda dienen te worden aangemerkt als nevenfunctie, maar er zijn “geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid of winst uit onderneming genoten, waardoor het niet korten op de schadeloosstelling in overeenstemming is met de regels”. Kordes adviseeerde Houda zichzelf met terugwerkende kracht een salaris uit de bv toe te kennen en dat dan alsnog te korten op zijn vergoeding als Kamerlid. Houda verklaarde zich hiertoe bereid. Persoonlijk, zo voegde Kordes op een persconferentie toe, vond hij dat Houda beter kon aftreden.

De PvdA-fractie reageerde destijds verdeeld op het rapport. Volgens een schriftelijke verklaring van de fractie was er “van kwader trouw geen sprake” geweest. De fractietop vond desondanks dat Houda beter kon vertrekken. Zijn aanzien als Kamerlid zou zijn geschaad. Enkele Kamerleden die net als Houda in 1994 door de toenmalige partijvoorzitter Rottenberg als 'vernieuwers' op de lijst waren gezet, vonden echter met Houda dat het opvolgen van de schriftelijke aanbevelingen van Kordes voldoende was. De fractietop vond het toen te ver gaan om Houda tegen zijn zin de toegang tot de fractie te ontzeggen.

Vorige week kwam NOVA met nieuwe berichten. Twee medewerkers van het textielbedrijf vertelden dat het Houda hen had aangezet tegen Kordes te liegen. Ook zou hij hebben gefraudeerd. Zij hebben daarover inmiddels een rechtszaak tegen hem aangespannen.

Gistermorgen heeft de PvdA-fractie twee uur over de kwestie gesproken. Houda beperkte zich tot een schriftelijke verklaring. “Zelf ben ik van mening dat in dergelijke aangelegenheden een beslissing over het wel of niet continueren van mijn Kamerlidmaatschap pas aan de orde is nadat de rechter een uitspraak heeft gedaan. De fractie echter heeft in meerderheid geadviseerd (...) dat het beter is thans terug te treden als Kamerlid. Ik zal dit advies respecteren en heden bij de voorzitter van de Tweede Kamer mijn ontslag indienen.”