Houda (slot)

IN DE ZAAK VAN het Tweede-Kamerlid Hamid Houda heeft de fractie van de PvdA het patent op verkeerd handelen. Eind september respecteerden de collega's van het in opspraak geraakte Kamerlid ten onrechte zijn besluit om niet te vertrekken. Op dat besluit is de fractie gisteren, nadat Houda wederom in de media ter discussie was komen te staan, teruggekomen.

Zijn positie werd dermate onhoudbaar bevonden dat hij alsnog diende te vertrekken, oordeelde de meerderheid. Hiermee heeft de PvdA-fractie zich meer van haar wisselvallige dan haar principiële kant laten zien.

De fout die Houda kan worden aangerekend is dat hij zijn inkomsten als ondernemer niet in mindering heeft gebracht op de schadeloosstelling die hij als Tweede-Kamerlid ontving. Toen het televisieprogramma NOVA eind augustus met deze beschuldiging kwam, handelde Houda goed door de kwestie voor te leggen aan een onafhankelijke derde. De Kamerfractie van de PvdA nam het juiste standpunt in door dit oordeel af te wachten. Ook voor openbare figuren als Kamerleden gaat op dat schuld nog altijd moet worden bewezen.

De bevindingen waarmee oud-president Kordes van de Algemene Rekenkamer kwam waren tamelijk vernietigend. Naar de regel van de wet had Houda niets onoirbaars gedaan. Maar volgens de geest van de schadeloosstellingsregeling voor Kamerleden was er wel degelijk sprake van nevenactiviteiten die op zijn Kamerinkomsten hadden moeten worden gekort. “Maatschappelijk-ethisch onjuist”, oordeelde Kordes. Op dat moment had Houda de consequenties moeten trekken door zijn Kamerlidmaatschap op te geven. Toen hij dat niet deed had de Tweede-Kamerfractie van de PvdA zich van hem moeten distantiëren.

HOUDA WERD GEDOOGD totdat hij eind vorige week opnieuw in opspraak kwam. Werknemers van zijn textielbedrijf beschuldigden het Kamerlid in NOVA van bedrog en intimidatie en hadden inmiddels een rechtszaak tegen hem aangespannen. Ook hier had moeten gelden dat de beschuldiging diende te worden bewezen. Dit keer besloot de Kamerfractie van de PvdA hier niet op te wachten. Nog voordat de rechter had kunnen spreken besloot de meerderheid van de fractie het vertrouwen in Houda op te zeggen.

Tweede-Kamerleden leven in een glazen huis. Enige twijfel laten bestaan over hun persoonlijke integriteit kunnen zij zich niet permitteren. Dat maakt hen kwetsbaar. Een beschuldiging is nu eenmaal snel geuit. Daarom is het van belang dat in dit soort zaken uiterste zorgvuldigheid wordt betracht. Dat is niet gebeurd. Toen er aanleiding voor was heeft de PvdA-fractie nagelaten passende maatregelen tegen Houda te treffen. Nu die aanleiding er (nog) niet is, neemt de PvdA deze wel. Met consistentie heeft het allemaal weinig te maken.