Hoofdinspecteur gezondheidszorg over wachtlijsten: Extra geld is gemakzuchtig

Minister Borst (Volksgezondheid) wil ook voor volgend jaar, net als dit jaar, 50 miljoen gulden extra uittrekken voor het wegwerken van wachtlijsten in de gezondheidszorg. Een verkeerd gebaar, vindt hoofdinspecteur Verhoeff. “De meeste wachtlijsten verdwijnen spontaan.”

DEN HAAG, 12 NOV. “Wachtlijsten zijn nogal seizoensgevoelig. Ze beginnen meestal op te spelen tegen de tijd dat er over de begroting wordt gepraat. Het is een gemakzuchtig gebaar om een zak geld voor het wegwerken van wachtlijsten te geven. Zo'n ongericht gebaar is geen oplossing.”

Dit zegt de hoofdinspecteur voor de gezondheidszorg, J. Verhoeff. De inspectie presenteerde gisteren 'De staat van de gezondheidszorg', waarin de maat wordt genomen van de kwaliteit van de gezondheidszorg. Het is de bedoeling dat het elke vier jaar wordt gepubliceerd, zodat op den duur zichtbaar wordt of de kwaliteit van de zorg een stijgende lijn vertoont.

Verhoeff toont zich redelijk tevreden. De Nederlandse gezondheidszorg kan volgens hem “elke internationale toets met glans doorstaan”. Een belangrijk criterium daarvoor is de mate waarin elke burger de zorg kan krijgen die hij nodig heeft. Die 'toegankelijkheid' is adequaat geregeld, meent hij. Maar sommige wachtlijsten kunnen er afbreuk aan doen.

Verhoeff: “Aan de meeste wachtlijsten hoef je niet veel te doen, die verdwijnen spontaan. Van andere lijdt niemand schade, en als ze al problemen opleveren, is een betere organisatie vaak al afdoende om ze weg te werken. Waar je wel iets aan moet doen, en waar vaak ook meer geld voor nodig is, zijn de wachtlijsten waarop mensen staan aan wie op een gegeven moment schade wordt berokkend. Dat zijn de problematische wachtlijsten, daar moet je je aandacht op concentreren, want ze belemmeren de toegang tot de zorg.”

Het gaat volgens hem om maar enkele van die problematische wachtlijsten, maar “wel belangrijke”. “Voor de verstandelijk gehandicaptenzorg, voor de verpleeghuizen, voor de RIAGGS, voor hart-, heup- en staaroperatie. Die moeten gericht worden aangepakt, bijvoorbeeld wanneer de toestand van een verstandelijk gehandicapte verslechtert als die lang op hulp moet wachten. Iemand met een versleten heup kan wel twee maanden wachten, uiteindelijk heeft die er dan al zijn hele leven over gedaan om te slijten. Maar niet een jaar, want dan treden er allerlei schadelijke bijverschijnselen op.”

Volgens Verhoeff kunnen de wachtlijsten bij de RIAGGS, “ook al wordt er wel eens lacherig over gedaan”, leiden tot “onherstelbare schade”. “Stel dat je met relatieproblemen bij een RIAGG komt, en je krijgt na het intakegesprek te horen dat je over een jaar aan de beurt bent voor behandeling. Nou, dan weet je zeker dat tegen die tijd deze mensen gescheiden zijn.”

Voor zulke wachtlijsten zou dus gericht geld moeten worden uitgetrokken. En soms moet er nog meer gebeuren. “Zoals bij de oogartsen, die er een rommeltje van maken door slechte werkafspraken te maken met andere hulpverleners in hun sector. Je ziet nog oogartsen die de hele dag brillen staan aan te meten, terwijl ze dat beter door anderen kunnen laten doen, om zich bezig te gaan houden met de zaken waarvoor ze specialist zijn geworden. Maar ja, het zijn gevestigde belangen en die geef je niet gemakkelijk op voor orthopeden en optometristen.”

De kwaliteit van de zorg is goed, zo valt in 'De staat van de gezondheidszorg' te lezen. Toch hanteert de inspectie voor de beoordeling van die kwaliteit nauwelijks harde criteria. Er wordt geconstateerd dat er weinig betrouwbaar cijfermateriaal voorhanden is. Daarnaast wordt verscheidene malen vastgesteld dat de inspectie te klein is om ter plaatse na te gaan of inderdaad goede zorg wordt geleverd.

Verhoeff: “De parameters waarover we op dit moment beschikken zijn inderdaad zacht. Maar aan de informatievoorziening wordt gewerkt. En we verwachten dat nu de ziekenhuizen en instellingen verplicht zijn om kwaliteitsjaarverslagen te maken, we daar op den duur wel degelijk wat hardere informatie aan kunnen ontlenen.”

“Een paar miljard gulden meer voor de gezondheidszorg” levert volgens Verhoeff geen langere levensduur op. “Als je iets aan verbetering van de volksgezondheid wilt doen, is het beter geld te steken in zaken als verkeersveiligheid of veiligheid in huis. Bovendien levert verandering in de leefstijl, bijvoorbeeld minder roken en drinken, veel gezondheidswinst op, en dat kost niets.”

    • Quirien van Koolwijk