Derde architectuurbiënnale van São Paolo geopend; Rietveld in een Braziliaanse hangar

De Limburgse architect Jo Coenen werd onthaald als een eregast tijdens de architectuurbiënnale van São Paolo. Net als de architectuurbiënnale in Venetië is de Braziliaanse variant een onregelmatige verschijning. De derde editie werd afgelopen weekeinde geopend.

SÃO PAOLO, 12 NOV. Nederland is goed vertegenwoordigd op de derde architectuurbiënnale van São Paolo, die afgelopen weekeinde werd geopend. Bij de open ramen op de derde verdieping van biënnalegebouw, dat de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer heeft ontworpen, waaien de 'panelen' van de Limburgse architect Jo Coenen zacht heen en weer in de lentewind. Het zijn doeken aan draden, met in grote foto's en beknopte teksten een bloemlezing van het werk van bureau Jo Coenen & Co. Sommige zijn een klein beetje gekreukt. Getoond worden onder meer de Vaillantlaan in de Haagse Schilderswijk, Tilburg Centrum Zuid, het KNSM-eiland in Amsterdam en het Sphinx-Ceramique terrein in Maastricht, waarvan ook een grote maquette staat opgesteld.

Tegenover Coenen staan de opblaasbare panelen van 9+1, een presentatie van tien jonge architectenbureaus die eerder te zien was in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. En achterin, in de gekoelde ruimte, zijn op lage podia de stoelen van Rietveld opgesteld, afgewisseld door maquettes van zijn huizen. Het gaat om de grote Rietveldtentoonstelling die vijf jaar geleden in het Centraal Museum in Utrecht te zien was. Het sobere werk van Rietveld komt goed tot zijn recht in de hangar-achtige hal. Het voor de Biënnale van São Paolo speciaal ontworpen gebouw van Oscar Niemeyer is, afgezien van een geacclimatiseerd deel op de derde verdieping, één grote open ruimte. Een brede gele rand die buiten langs een hellingbaan loopt, zet zich binnen voort en wijst kronkelend langs pilaren de weg naar boven.

Net als de architectuurbiënnale in Venetië, die vorig jaar voor de zesde keer in zestien jaar plaatshad, is de Braziliaanse variant een onregelmatige verschijning. De eerste zag het licht in 1973, de tweede in 1993. Begin dit jaar was er plots genoeg geld (2,5 miljoen dollar) voor een derde editie. In hoog tempo werd de organisatie ter hand genomen, resulterend in een expositie met vijftien internationale inzendingen en achttien Braziliaanse, plus een 'algemene expositie' van 550 projecten van over de hele wereld.

Vertegenwoordigers van de Braziliaanse architectuur zijn onder meer Vilanova Artigas en de op 6 juli van dit jaar overleden Oswaldo Bratke, die tussen de jaren dertig en zestig meer dan 1.300 projecten realiseerde en de modernistische architectuur in Brazilië introduceerde. Buitenlandse inzendingen betreffen onder meer werk van Eladio Dieste (Uruguay) en Arne Jacobsen (Denemarken). Van Jacobsen is ook industriële vormgeving aanwezig, zoals kranen, deurknoppen en theepotten en in vele kleuren de bekende stoeltjes met gegolfde rugleuning.

De rappe organisatie is de biënnale af te zien, het geheel maakt een bijeengegraaide indruk. Toelichtingen zijn nu eens in het Portugees (onder meer bij Jo Coenen), dan weer in het Spaans (Eladio Dieste) of in het Engels of Frans, talen die weinig Brazilianen beheersen. Sommige met veel aplomb gepresenteerde afdelingen stellen weinig voor, zoals 'de geschiedenis van São Paolo in ansichtkaarten', waar alle jaartallen ontbreken, zodat een artistiek oninteressant prentenkabinet de bezoeker aangaapt. De eindeloze reeks foto's en plattegronden van 550 verschillende projecten lijkt vooral bedoeld voor architecten.

Jo Coenen, aanwezig bij de opening, werd onthaald als eregast. Gouverneur Marío Covas van de deelstaat São Paolo nam na een achttal openingsspeeches uitgebreid de tijd voor de maquette van het Sphinx-Ceramique terrein. Dit 23 hectare grote gebied midden in Maastricht lag na de ontmanteling van de keramiekfabriek jarenlang braak. Het bureau van Coenen coördineert sinds 1987 de herinrichting. Inmiddels zijn er woningen, kantoren en het Bonnefantenmuseum van Aldo Rossi verrezen. De metropool São Paolo bezit een veelvoud aan zulke verlaten industrieterreinen. Nieuwe bestemmingen zijn nog niet in zicht.

Covas wilde weten hoe Coenen het voor elkaar krijgt de verschillende gebouwen van het Ceramique terrein, ontworpen door verschillende architecten, op elkaar af te stemmen terwijl de bouw plaatsheeft. “Ik heb hem uitgelegd dat dat mijn dagelijks werk is”, zegt Coenen. “Alles wordt voortdurend afgewogen. De maquette verandert dagelijks. Het probleem is dat er een stadsklimaat moet ontstaan. Het is niet alleen wonen, er wordt ook gewerkt, er zijn openbare plaatsen, hoofd- en bijwegen, voetgangersgebieden. Er moet een mix ontstaan van alle mogelijke functies.”

De biënnale duurt tot 30 november

    • Joke Mat