De voorgeschiedenis

In de Miljoenennota van vorig jaar deed het kabinet Kok de toezegging dat in 1997 “een verkenning” zou worden gepresenteerd van de “richting waarnaar het Nederlands belastingstelsel zich in het begin van de 21ste eeuw moet ontwikkelen”. De verkenning zou op Prinsjesdag worden gepubliceerd, maar werd uitgesteld.

De 'smarties van Financiën' - minister Gerrit Zalm en staatssecretaris Willem Vermeend - hadden in de Trêveszaal al een uitgewerkt plan gepresenteerd aan hun collega's, maar deze zetten vervolgens de hakken in het zand en de verkenning werd uitgesteld, uitgesteld en uitgesteld.

“Ik vind de voorstellen te liberaal. Daar kan ik niet voor tekenen”, zei de financieel woordvoerder van de PvdA-fractie Rick van der Ploeg aan de vooravond van de financiële beschouwingen. Hij verwoordde daarmee met name de opvatting van zijn partijgenoot minister Ad Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Van der Ploeg: “We moeten oppassen dat onze Willem niet in het pak wordt genaaid door zijn liberale baas.”

Vrijdag bespreekt de ministerraad een versie waar ook minister Melkert mee kan leven; zo is bijvoorbeeld de robuuste verlaging van het toptarief die in de eerste versie stond van tafel. Maar de PvdA-er vindt Zalm en Vermeend nog te weinig banen creëren aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Dat kan volgens Melkert onder meer door uitkeringsgerechtigden die een baan accepteren fiscale extraatjes te geven. Mensen die niet werken, krijgen wat Melkert betreft een zogenoemde negatieve inkomstenbelasting van 220 gulden per maand die door de belastingdienst wordt uitbetaald. Een plan waar Zalm als directeur van het Centraal Planbureau ook altijd een groot voorstander van is geweest. “Een politieke plaagstoot”, heet deze actie op Financiën.

De opbrengsten van alle belastingen samen, gemeten als aandeel van het bruto binnenlands produkt, is in Nederland lager dan in de meeste buurlanden. Het beeld verandert wanneer ook rekening wordt gehouden met de sociale premies. Het totaal van belastingen en sociale premies ligt boven het gemiddelde van de lidstaten van de Europese Unie. Arbeid wordt relatief zwaar belast en dat remt de vraag naar arbeid. Rode draad in het plan is het verlagen van de belasting op arbeid.

Maar daarnaast zijn er nog andere ontwikkelingen die volgens Zalm en Vermeend nopen tot een aanpassing van het systeem, zoals:

Fiscale grensverlegging. Voortdurend worden er nieuwe beleggingsprodukten op de markt gebracht waarmee de belastingdruk op beleggingen en spaargeld wordt verlaagd. De huidige wetgeving is onvoldoende opgewassen tegen deze ontwikkeling die leidt tot minder belastinginkomsten.

Globalisering en belastingconcurrentie. De globalisering komt tot uitdrukking in toenemende omvang van de internationale kapitaalstromen. En het kapitaal komt tot stilstand in het land met de laagste belastingen en veel overheden proberen met lage (of nultarieven) het kapitaal binnen hun grenzen te krijgen. Belastingsystemen concurreren met elkaar. Bedrijven laten steeds vaker fiscale overwegingen meetellen bij het kiezen van een vestigingsplaats. Alle Westerse landen storten zich in deze concurrentiestrijd. Ze leggen iedereen die het maar horen wil uit hoe heilloos het is dat landen elkaar fiscaal willen aftroeven, maar dat de agressieve opstelling van andere staten hen dwingt aan de concurrentiestrijd mee te doen. Deze ontwikkeling noopt volgens Zalm en Vermeend tot de “noodzaak om de belastingdruk te verschuiven naar consumptie en minder mobiel vermogen”. Het paarse antwoord op de revolte der vermogenden.

Vergrijzing. Vanaf 2010 bereikt de naoorloge geboortegolf de pensioengerechtigde leeftijd. De vergrijzing zal leiden tot een toenemend beroep op collectieve regelingen. De financiering hiervan hangt nauw samen met het aantal mensen dat door middel van belastingen en premies aan deze regelingen bijdragen. Een verhoging van het aantal mensen dat aan het betaald arbeidsproces deelnemen is noodzakelijk.

Digitalisering. Financiën voorziet een sterke groei van de zogenoemde electronic commerce. Via Internet worden produkten en diensten in zowel Nederland als in het buitenland aangeschaft. De kans om belasting te ontduiken neemt toe en Nederland maakt zich sterk om hier in internationaal verband tegen op te treden.

Milieu. Via de belastingheffing wordt het gedrag van burgers en ondernemers beïnvloed. Belastingheffen kan een bijdrage leveren aan het tegengaan van de vervuiling van het milieu.

Europa. Door de Europese eenwording worden de mogelijkheden voor de Nederlandse overheid om door het belastingbeleid de inkomensverhoudingen te beïnvloeden geringer. “Het fiscale stelsel is niet geschikt om maatwerk te leveren op het terrein van het inkomensbeleid; het sociale zekerheidsstelsel biedt daarvoor betere mogelijkheden”, constateren Zalm en Vermeend. In het Europa zonder grenzen zijn de vergaande verfijningen van het Nederlandse fiscaal stelsel niet meer mogelijk. Voor de techniek van de belastingheffing betekent dat een stap van enkele eeuwen terug: pakken wat je pakken kunt.

Het buitenland dicteert de toekomst van het Nederlandse belastingsysteem. Nederlandse rariteiten als de kapitaals en vermogensbelasting hebben hun langste tijd gehad. Eén uitzondering blijft bestaan; de hypotheekrenteaftrek. Bij een consistente redenering zou ook deze in de visie van Zalm en Vermeend moeten sneuvelen. Vlak voor de verkiezingen zou dat gelijk staan aan politieke zelfmoord. Maar tijdens de formatie van een nieuw kabinet kan altijd anders worden beslist.

    • Cees Banning