Belastingadviseurs beoordeeld

Hoe wordt er over belastingadviseurs gedacht? De fiscaal woordvoerder van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, Rick van der Ploeg vindt dat ze economisch contraproductief werken; hij hoopt dat het belastingstelsel binnenkort zo eenvoudig wordt dat de meute fiscale studenten naar een nuttige studie moet overstappen.

Naarmate men in het politieke spectrum meer naar rechts opschuift, stijgt de waardering voor belastingadviseurs. Bij de VVD-fractie ligt de fiscale portefeuille zelfs in handen van de oud-belastingadviseur Bibi de Vries, die in het parlementaire werk haar wortels niet verloochent.

Overigens wordt ook in kringen van belastingadviseurs verschillend gedacht over het trapezewerk dat de beroepsgroep een slechte naam bezorgt bij een groot deel van de politiek. “Wij wensen niet te worden vereenzelvigd met fiscale constructiemakers, ten dienste staand aan doorgewinterde egoïsten, die graag op dun ijs schaatsen en op het scherpst van de snede opereren”, aldus woordvoerder Jacques Booij van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs. Maar voorzitter Jan Dijkman van diezelfde Federatie denkt daar heel anders over: “De fiscale wetgeving is op tal van punten onduidelijk. Het is dan de taak van de belastingadviseur om de strekking van de wet helder te krijgen, om de grenzen van de wet te verkennen. Zijn tegenspeler de inspecteur doet trouwens hetzelfde.' Om de verwarring compleet te maken huldigt voorzitter Peter Dekker van de beroepsorganisatie die de meeste fiscale trapezewerkers verenigt, de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, een tegenovergestelde mening. Zijn organisatie heeft een negatief oordeel over constructies die op het randje van de wet liggen. “Daar zitten we niet op te wachten”, aldus Dekker.

Het is de vraag hoe de klanten van de adviseurs dat zien. Het onderzoeksbureau Lagendijk heeft de mening over belastingadviseurs gepeild in opdracht van het blad Account. Dat gebeurde bij een representatief deel van de wat grotere ondernemingen. Daar prijst men bijna zonder uitzondering de belastingadviseur om zijn deskundigheid en waardeert men hem in grote meerderheid (84 procent) omdat hij ook nog eens “handig en slim” is. Dat past aardig in het algemene beeld. Evenals trouwens de ervaring van de helft van de ondernemers dat zij een op geld beluste belastingadviseur hebben. Bijna een op de drie ondernemers vindt de declaratie van hun belastingadviseur onevenredig hoog. Maar misschien wel dankzij die hoge declaraties hebben belastingadviseurs een opgeruimd humeur: driekwart van de ondernemers ervaart hen als opgewekt en vrolijk. En daarnaast als een nuchter en voor de meesten onmisbaar meedenker met de fiscale beslommeringen van het bedrijf. Meer dan negen van de tien ondernemers herkennen in hun belastingadviseur zelfs een wijs mens. Tegelijk ook eigenwijs, zo benadrukt de helft van de ondervraagden, maar maat houden met wijsheid is ook lastig.

De meeste ondernemingen hebben een belastingadviseur die werkt bij het accountantskantoor waar het bedrijf een relatie mee heeft. Slechts een op de vijf bedrijven werkt met een zelfstandig belastingadvieskantoor. Dat laatste bevalt in de praktijk overigens iets beter dan de relatie met een adviseur die aan een accountantskantoor is verbonden. De persoonlijke verhoudingen zijn beter en een zelfstandig advieskantoor speelt naar de ervaring van de ondernemers alerter in op nieuwe ontwikkelingen op fiscaal terrein. Die zijn er de komende tijd voldoende en het is dan ook niet vreemd dat het Account/Lagendijk-onderzoek aangeeft dat er voor de zelfstandige belastingadviespraktijk een mooie toekomst is weggelegd. Het huidige marktaandeel van 19 procent kan groeien tot 28 procent doordat steeds meer bedrijven hun belastingzaken niet langer aan hun accountantskantoor toevertrouwen. Accountants- en advieskantoren die werken volgens een vaste algemene kwaliteitsnorm, zoals de ISO-norm, hebben voor het bedrijfsleven duidelijk een streepje voor; bij welke van de elkaar beconcurrerende beroepsorganisaties een adviseur is aangesloten, zal de klant worst wezen. De opdrachten die het bedrijfsleven meegeeft aan deze beroepsorganisaties hebben trouwens ook met kwaliteit te maken. Ze moeten zorgen voor een verplicht nascholingsprogamma voor hun leden en voor een wettelijke erkenning van het beroep. Verder blijkt uit het onderzoek dat een ruime meerderheid (69 procent) in het bedrijfsleven wil dat de belastingadviseur verplicht wordt om frauduleuze praktijken, zoals effectenfraudes, bij Justitie aan te melden. Hoe klantgericht de individuele belastingadviseurs ook mogen zijn, hun organisaties hebben niet veel op met deze wensen uit de markt. Die signaleert kennelijk niet voor niets een eigenwijze trek in belastingadviseurs. Ordevoorzitter Dekker vindt eigenwijsheid overigens “voor een belastingadviseur nog niet zo'n slechte eigenschap” terwijl Federatievoorman Dijkman de aantijging wegwuift met de ervaring dat “nu eenmaal iedereen denkt verstand te hebben van belastingen.” En arrogantie? Daar struikelt één op de vier ondernemers over bij zijn belastingadviseur.

De meeste resultaten van het onderzoek alsook de uitspraken van de beide voorzitters, zijn na te lezen in de vrijdag verschijnende editie van het blad Account, een uitgave van Elsevier Bonaventura in Amsterdam.

    • Aertjan Grotenhuis