Bankrovers hebben recht op vergoeding

ROTTERDAM, 12 NOV. De Nederlandse staat moet vier gewelddadige Nederlandse bankrovers die veroordeeld zijn tot jarenlange gevangenisstraffen, een schadevergoeding betalen.

Dit heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg onlangs bepaald. De zaak was aangespannen door vier leden van de “Bende van vijf”, die in de jaren tachtig in het zuiden van het land bankpuien ramde met gestolen auto's. Daarna werd de bank beroofd.

De rechters van het Europese Hof kwamen in april van dit jaar al tot de conclusie dat het proces tegen deze criminelen niet is verlopen volgens de regels van het verdrag voor de rechten van de mens. Het belangrijkste bezwaar is dat politiemensen die bij de opsporing betrokken waren, niet mochten worden gehoord in aanwezigheid van de verdediging. “De verklaringen werden afgelegd in een kamertje waar alleen de rechter-commissaris en de getuige aanwezig waren. De raadslieden konden het verhoor via een intercom volgen en waren dus niet in staat om kennis te nemen van de lichaamstaal van de getuigen. Dat is een belangrijk element”, aldus een woordvoerder van het Europese Hof. Volgens het Hof zijn er andere mogelijkheden, bijvoorbeeld een vermomming, waarmee de veiligheid van getuigen kan worden gegarandeerd.

De “Bende van vijf” werd ook door politiekorpsen gevreesd wegens haar gewelddadige aanpak. In januari 1989 raakten politiemensen gewond bij een achtervolging in Oirschot toen de bendeleden meer dan honderd kogels op hen afvuurden. Het gerechtshof in Den Bosch veroordeelde de 'ramkrakers' tot gevangenisstraffen van twaalf tot veertien jaar.

Na de kritiek van het Hof dienden de vier bendeleden een eis tot schadevergoeding in. Ze wilden ieder 250 gulden voor elke dag die ze in de gevangenis moesten doorbrengen. Daarmee zou het totaalbedrag oplopen tot meer dan drie miljoen gulden. Het Europese Hof heeft de vergoeding vastgesteld op ruim een ton: 30.000 gulden voor één van de vier en maximaal 25.000 gulden voor de drie anderen.