Archief van bewegende beelden op Internet; Nederlands Filmmuseum maakt zijn collectie toegankelijk

Films uit de collectie van het Nederlands Filmmuseum en een aantal andere archieven kunnen vanaf volgend voorjaar worden geraadpleegd via Internet. Met subsidie uit Brussel wordt een gratis te raadplegen databank, het Digital Film Center, opgezet voor bewegende beelden.

ARNHEM, 12 NOV. Met ruim 900 uur filmmateriaal uit de collectie van het Nederlands Filmmuseum opent het Digital Film Center in april volgend jaar zijn elektronische poorten op Internet. De nieuwe databank is op de eerste plaats bedoeld voor documentairemakers, die dan thuis naar archiefbeelden kunnen zoeken op diverse trefwoorden om vervolgens hun bestelling aan het museum door te geven. Maar ook wie niet beroepsmatig geïnteresseerd is, kan er vooralsnog gratis terecht.

Het Digital Film Center is een initiatief van de Arnhemse producent Floris Kolvenbach, wiens productiemaatschappij DIAM gespecialiseerd is in het verzorgen van multi-mediale bedrijfspresentaties. Al een jaar of acht geleden begon hij plannen te maken voor “een encyclopedie in beeld en geluid” en sinds 1992 werkt hij aan de definitieve opzet voor een filmarchief dat kan worden geraadpleegd via Internet. Uit een investeringsfonds van de Europese Unie is 2 miljoen gulden subsidie verleend, op voorwaarde dat er “een Europese dimensie” zou zijn. Kolvenbach heeft die gevonden door niet alleen materiaal uit het Nederlands Filmmuseum in zijn systeem te verwerken, maar ook archiefbeelden van het Museo Nazionale del Cinema in Turijn, de Osterreichische Rundfunk in Wenen en het reclamebureau Leo Burnett in Athene. Bovendien werken bedrijven uit Oostenrijk en Griekenland mee aan de technische opzet.

In een bedrijvencentrum in Arnhem wordt nu gewerkt aan het overschrijven van het beeldmateriaal op de computer. De beeldkwaliteit zal straks niet het niveau halen van de in Hilversum geldende uitzend-standaard, zodat het voor de professionele gebruiker geen zin heeft het beeld rechtstreeks van het scherm af te tappen. Het moet vervolgens bij het desbetreffende archief worden opgevraagd. “Maar alles wat men vreest, zal binnenkort technisch mogelijk zijn,” zegt Kolvenbach. “Je moet je alleen niet laten leiden door angst.”

Die angst betreft vooral de auteursrechtelijke kant van het hergebruik van archiefmateriaal. Van elke film wordt echter in het opzoeksysteem vermeld waar de rechten berusten. Veiligheidshalve stelt het Filmmuseum tot dusver alleen materiaal beschikbaar dat in auteursrechtelijk opzicht niet te gecompliceerd is. In de praktijk dateren de inmiddels aan het DFC geleverde speelfilms en bioscoopjournaals voornamelijk van vóór de oorlog.

Kolvenbach heeft naar zijn zeggen geen “oververhitte verwachtingen” van de winstgevendheid van het DFC. Wel hoopt hij dat het na een paar jaar quitte zal spelen.