Arabieren mijden conferentie Qatar om beleid Israel

Egypte zal de komende economische conferentie in Qatar boycotten omdat Israel deelneemt en het vredesproces in het Midden-Oosten is vastgelopen. Kairo is niet de enige afwezige.

ROTTERDAM, 12 NOV. De internationale zakenwereld zal zich ongetwijfeld verdringen op de grote economische conferentie die zondag in Doha in het Golfstaatje Qatar begint, zelfs Arabische zakenlieden zullen die stad overspoelen, maar politiek loopt de bijeenkomst op een drama uit. Ondanks zware Amerikaanse druk heeft gisteren zelfs Egypte aangekondigd geen officiële delegatie te sturen naar Doha uit protest tegen de aanwezigheid van Israel. President Mubarak noemde de conferentie zonder betekenis, gezien de stand van zaken in het Arabisch/Palestijns-Israelische vredesproces.

Egypte voegt zich in het gezelschap van Saoedi-Arabië en andere landen uit het Golfgebied: alle in principe zeer goede bondgenoten van de VS. Maar Washington is op het ogenblik in het Midden-Oosten zeer weinig populair - in de eerste plaats omdat het wordt gezien als te vriendelijk voor Israel en, wat er nú net toevallig bijkomt, te vijandig jegens Irak.

De Economische Conferentie voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, de vierde in haar soort, beoogt het Arabisch-Israelische vredesproces met investeringen en aanhalen van de handelsbanden te onderbouwen en is als zodanig een troetelproject van Washington. Maar de Arabische landen zien op het ogenblik helemaal geen vredesproces. Zonder uitzondering geven zij Israel de schuld van de impasse; zij vinden daarnaast dat de VS veel te weinig doen om de regering van premier Netanyahu tot enige inschikkelijkheid te bewegen en de Palestijnen in de kou laten staan.

Qatar had behalve een aanzienlijk aantal Westerse, Aziatische en Afrikaanse landen ook 15 Arabische landen uitgenodigd. De notoire wegblijvers/zwarte schapen - Syrië, Libanon, Soedan, Irak en Libië - stonden niet op de lijst omdat ze toch niet zouden komen (de eerste twee) dan wel andere in verlegenheid zouden brengen (de overige). Maar de respons is treurig: tot dusverre hebben alleen Jordanië, Jemen, Oman en Koeweit hun komst aangekondigd; Koeweit met de toevoeging dat het om een delegatie op laag niveau gaat. Oman, dat zich traditioneel nooit veel aan de Arabische officiële opinie gelegen laat liggen - het was een van de zeer weinige Arabische staten die het vredesakkoord tussen Egypte en Israel steunden - aarzelde gisteren eerst opvallend voor het vandaag meedeelde toch te komen omdat “het forum in een broederland plaatsheeft” en “om nog te redden wat er te redden valt” van het vredesproces.

“De landen van de regio zijn niet zodanig getemd dat ze bereid zijn Israeliërs onvoorwaardelijk te ontmoeten of zelfs op de voorwaarden van Netanyahu”, schreef de pro-Syrische Libanese krant As-Safir onlangs. De Saoedische kroonprins Abdullah verklaarde deze zomer al de Qatarezen te hebben geadviseerd de conferentie te annuleren. “We zeiden hun dat deze conferentie hen zou schaden en dat wij en de meeste Arabieren niet zouden deelnemen (...) Hoe zou zoiets kunnen plaatshebben wanneer Jeruzalem verloren gaat en (door Israel) wordt opgeslokt? Op geen enkele wijze kunnen wij Jeruzalem vergeten.”

Maar de Qatarese emir, sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, heeft zich in de ruim twee jaar sinds hij zijn vader als machthebber aan de kant zette als naar regionale maatstaven buitengewoon tegendraads laten kennen. Met enorme gasvoorraden en defensie-akkoorden met de VS en Frankrijk als steun in de rug heeft hij meer toenadering gezocht tot Israel en de VS dan de overige Golfstaten, maar tegelijkertijd een relatief vriendelijke koers tegenover Irak en Iran uitgezet. En bij herhaling heeft hij zijn machtige Saoedische buren getart: de conferentie, die hij verdedigt als een “internationale verplichting”, is er slechts één voorbeeld van.

Maar de grootste ruzie heeft Qatar nu met de Egyptenaren, die volgens Doha veel te ver zijn gegaan in hun kritiek op het doorgaan van de conferentie. Vooral de opmerking van president Mubarak dat hij “gelooft dat het Qatarese volk de conferentie helemaal niet wil” is slecht gevallen. De Qatarese media lieten zich op hun beurt niet onbetuigd tegenover “diegenen die pretenderen voorvechters van de Arabische zaak te zijn”, wat door de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken weer als “afschuwelijk, onnodig en betreurenswaardig” is veroordeeld. En Kairo is helemaal razend omdat Qatar als voorzorgsmaatregel heeft besloten voorlopig geen Egyptische staatsburgers (evenals onder anderen Libiërs, Syriërs en Libanezen) toe te laten, onder verwijzing naar informatie over mogelijke pogingen de conferentie te saboteren.

    • Carolien Roelants