Alain Delon

In een serie profielen van gezichtsbepalende filmsterren deze week Alain Delon, de harde Franse schoonheid die veertig jaar geleden zijn eerste filmrol speelde. Tien filmhuizen vieren het jubileum met een retrospectief.

Hommage à Alain Delon. T/m 17 dec. In o.a. Amsterdam; Breda; Den Haag; Eindhoven; Maastricht; Leeuwarden; Rotterdam; Utrecht.

Schoonheid is meestal een begrip dat zich met andere positieve begrippen verbindt. Maar Alain Delon bezit een schoonheid die alleen maar met negatieve woorden omschreven kan worden. Het schone hoort bij hem niet bij het goede; het is arrogant, onverschillig en wreed, iets waar mensen het slachtoffer van kunnen worden. Het is een noodlot dat ook de eigenaar heeft getroffen. Want Delons soort schoonheid hoort bij jeugd, en de glimp die op zijn oude gezicht is achtergebleven, gaf de acteur al in de jaren zeventig iets tragisch.

Delon (Sceaux, 8 november 1935), debuteerde in 1957 in een lichtgewicht komedie. Twee jaar later brak hij door met Plein Soleil. Hierin speelt Delon Tom Ripley, de held van schrijfster Patricia Highsmith, die een playboy vermoordt en diens plaats inneemt. Het verontrustende van de film is dat Delon je doet geloven dat de moord gerechtvaardigd is: hij is immers veel mooier dan de playboy: diens levensstijl komt hem toe.

Plein Soleil kwam in hetzelfde jaar uit als A bout de souffle van Godard, de film die Jean-Paul Belmondo tot ster maakte. A bout de souffle was het begin van de Nouvelle vague. Plein Soleil werd geregisseerd door René Clement, een van de vertegenwoordigers van de 'cinema de papa' waartegen de Nouvelle Vague zich afzette. Delon heeft, anders dan Belmondo, nooit bij de nieuwe Franse film gehoord. Hij maakte pas in 1990 een film met Godard, Nouvelle vague. Deze film, die in Nederland nooit in de bioscoop werd uitgebracht, is deze maand te zien in de hommage die tien filmhuizen aan de Franse ster brengen. Daarin zal ook de meest recente film van Delon te zien zijn, Le jour et la nuit (1996) het door critici overal neergesabelde debuut van Bernard-Henri Lévy. De overige twaalf films in het retrospectief behoren tot Delons beste. Natuurlijk draaien Rocco e i suoi fratelli (1960) en Il gattopardo (1963), beide van Visconti en Le samourai (1967), de uitgebeende film noir van Jean-Pierre Melville waarin Delon met zijn Borsalino en regenjas schoonheid zo eenzaam en kil maakt als een diamant waarop elke blik afketst.

Delon heeft na de jaren zestig nog wel met grote regisseurs gewerkt, maar zijn voorkeur kwam te liggen bij de policier, de harde Franse politiefilms die hij ook vaak produceerde en soms regisseerde, zoals Pour la peau d'un flic (1981). Ook buiten de bioscoop stond de ster dankzij een seks- en drugsschandaal, banden met de onderwereld en rechtse politieke sympathieën, te boek als een ruwe klant. In Hollywood heeft Delon het niet gemaakt, maar zijn verflenste schoonheid en vaak verspilde talent is wel over de hele wereld bekend. In Cambodja is de acteur zelfs een sigarettenmerk.

    • Bianca Stigter