Abdelkader gaat niet stemmen

In Marokko worden komende vrijdag algemene verkiezingen gehouden. De jeugd is sceptisch.

FES / CASABLANCA, 12 NOV. Abdelkader (32) heeft met financiële hulp van zijn ouders en schoonfamilie zijn eigen driekamerflatje gekocht in de Medina (de oude stad) van Fes. Hij doet alle boodschappen, zijn vrouw niet. “Nee, ze mag er niet uit. Eén keer per week neem ik haar en mijn twee kinderen mee naar het park. Ze is geen gevangene, hoor.”

Abdelkader, die zijn echte naam niet wil geven en vertelt dat hij “in een stoffenwinkel” werkt, maar over alle tijd van de wereld lijkt te beschikken, is een vat vol tegenstrijdigheden. Hij is de weerspiegeling van een conservatief-islamitische samenleving die steeds meer geconfronteerd wordt met de verlokkingen van de moderne, niet-islamitische buitenwereld.

Die combinatie van traditionalisme en moderniteit is overal in Marokko te vinden. Zo moeten vrouwen nog steeds tot hun 40-ste levensjaar het fiat hebben van hun vader om te trouwen. Tot 1993 mochten zij niet naar het buitenland zonder schriftelijke toestemming van hun 'voogd', dat wil zeggen van hun vader, broer of echtgenoot. Maar onlangs werden - voor het eerst - vier vrouwelijke staatssecretarissen in de overgangsregering benoemd met als taak hun mannelijke collega's in de gelegenheid te stellen zich geheel aan de verkiezingscampagne te wijden. Er zijn veel werkende vrouwen met verantwoordelijke banen: eenderde van de artsen en leerkrachten. En zeker 4.000 vrouwen staan aan het hoofd van een bedrijf. Zij allen worden echter door de wet nog steeds als minderjarigen behandeld.

Abdelkader is de zoon van een imam (voorganger in het gebed). Zijn ouders houden zich strikt aan de islamitische regels. Ze kijken zelfs nooit naar de televisie. Maar zijn moeder doet wel degelijk zelf de boodschappen. Waarom mag zij wèl en haar schoondochter niet alleen op straat?

“Gewoon, een verschil van mening. Ik en mijn vrouw zijn gelovig, maar we bidden niet meer elke dag. En ik rook - wat niet verboden is, maar evenmin geoorloofd. Daarom was het beter niet langer bij mijn ouders thuis te blijven wonen. Dat gaf alleen maar problemen.”

Op een klein pleintje in de Medina komt een luidruchtige groep jongens, die op trompetten blazen, op tamboerijnen roffelen en roze pamfletten rondstrooien. Het lijkt een bruiloft, maar het is de reclame voor een kandidaat in de parlementsverkiezingen van vrijdag.

“Ga jij stemmen, Abdelkader?”

“Nee, ik niet.”

“Waarom niet?”

“Ik vind geen van de partijen die mogen meedoen goed.”

“Mag de partij die je wèl goed vindt, niet meedoen?”

“Ja, op die partij zou natuurlijk iedereen stemmen. Ik ook.”

Pagina 4: Jonge Marokkanen zijn alleen cynisch

Beiden houden wij ons aan de ongeschreven regel die partij niet bij name te noemen. “Laten we er niet verder over spreken”, zegt Abdelkader. “Ik wil een betere toekomst dan ...” - en hij doet alsof zijn handen geboeid zijn.

De man wiens naam alleen al zo gevaarlijk wordt geacht, is sjeik Abdessalam Yassin, oprichter en leider van de organisatie Rechtvaardigheid en Liefdadigheid - de Marokkaanse tweelingzuster van het Algerijnse Front van de Islamitische Redding (FIS). Tot 1990 kon sjeik Yassin zijn gang gaan - met predikingen, liefdadigheid, geweld tegen andersdenkenden en versluierde oproepen om de misdadige overheid door een puur-islamitisch sociaal-politiek systeem te vervangen.

Toen verbood de Marokkaanse overheid, wakker geschud door de gebeurtenissen in Algerije, dit radicaal-islamitische gezelschap en stelde zij sjeik Yassin onder huisarrest. Hij mag niet zomaar bezoek ontvangen, laat staan een buitenlandse journalist. Zelfs zijn huis in Sale, de zusterstad van Rabat, mag niet gefotografeerd of gefilmd worden.

We staan op een oude, hoge brug en kijken naar de rivier, die Fes in tweeën deelt. De oevers zijn bezaaid met huisvuil en drek. Een leerverver leegt zijn emmer in de rivier. De Medina van Fes is één van de mooiste architectonische plekken op aarde en daarom door de UNESCO geplaatst op de Werelderfgoedlijst. Ook de ongeveer 300.000 inwoners van de Medina zijn verliefd op hun stad, al donderen ze al hun drek in en naast de rivier.

Opnieuw vraag ik Abdelkader: “Zestien partijen doen mee aan de verkiezingen. Dan moet er toch één partij zijn waarop je kunt stemmen?”

“Nee”, antwoordt hij. “Al die partijen veranderen niets. De verkiezingen zijn één grote film. Kijk, ik spreek vloeiend Frans, Engels, Spaans en Arabisch. En ik ken de Medina als mijn jaszak. Maar ik krijg geen baan als gids. Want daarvoor moet je connecties hebben. Wie in dit land geen connecties heeft, eindigt ten slotte daar” - en hij wijst naar het vuilnis.

Abdelkader is geen uitzondering. Vooral in de steden zijn de jongeren alleen maar cynisch. Ze geloven geen woord van wat de politici hun beloven, ook al zijn er talloze aanwijzingen dat de komende verkiezingen wel degelijk het politieke landschap zullen wijzigen. Koning Hassan II wil namelijk een deel van de oppositie binnen de nieuwe regering halen, opdat deze de zo noodzakelijke, maar uiterst pijnlijke veranderingen op sociaal en economisch gebied kan doorvoeren, zonder dat het tot grootscheepse onlusten komt.

Vanzelfsprekend kennen en eerbiedigen de politieke partijen de wensen van hun almachtige koning. In een overdekt stadion in Casablanca houdt de Grondwettelijke Unie haar eerste verkiezingsbijeenkomst. Het is een conservatieve partij die vooral Berbers vertegenwoordigt en veel ministers heeft voortgebracht. Eén van deze ex-ministers zegt buiten de zaal aan de journalisten dat er niet meer zoiets bestaat als “een afspraak die voor altijd geldt”. Hij houdt er rekening mee dat zijn partij onvoldoende stemmen zal behalen om in de regering te komen. “Dat is geen drama. Het is wel eens goed voor een partij om in de oppositie te komen.”

Maar in de zaal viert een menigte van zo'n 4.000 mensen alvast het overwinningsfeest. Zij maken een fantastisch kabaal. Vanuit het plafond fladderen duizenden oranje papiertjes naar beneden. Elke partij heeft zijn eigen kleur en symbool om de meer dan 55 procent analfabeten in het land behulpzaam te zijn bij hun keuze. Oranje is de kleur, de sinaasappel het symbool van de Grondwettelijke Unie. Op de banken zwaaien honderden jongens met oranje doeken, waarop de namen van de partijkandidaten zijn geschilderd, De mannen en één vrouw op het podium beloven in eindeloze redevoeringen, voortdurend onderbroken door spreekkoren van de wel zeer opgewonden jongeren, dat deze partij met Gods hulp Marokko in de vaart der volkeren zal stoten en de kiezers niets dan geluk en voorspoed zal brengen.

Aan het eind van de bijeenkomst is de zaal zo opgewonden over al dit goede nieuws dat men het podium bestormt om de geliefde partijbazen en -kandidaten te omarmen en zoveel mogelijk souvenirs van de tafel vóór hen naar huis mee te nemen. Ook buiten wordt de feestvreugde opnieuw getoond. Met dans, oorverdovend getrommel en vele leuzen - zoals na een spannende voetbalwedstrijd. Maar bij navraag blijken bijna al die jongens die zich zo uitsloven, betaalde krachten te zijn. Zij en veel andere aanwezigen verwachten met een maaltijd te worden beloond of met een kleine som geld.

Sommige jongens worden volgens de linkse oppositiekrant Libération zelfs ingehuurd door 'verkiezingsagenten'. Zij bieden de politieke partijen aan om 'actieve partijleden' in te schakelen. In werkelijkheid geven zij de jongens uit hun buurt of wijk opdracht om tegen betaling partijpamfletten huis aan huis uit te delen en partij-bijeenkomsten op te fleuren. Eén van hen zegt: “Ik lever partijleden op bestelling”.

De aldus geworven jongens zijn dik tevreden met hun opdracht. Ze hebben verder niets om handen. Ze krijgen 50 dirham (elf gulden) per drie kwartier. Hun inkomsten nemen toe, naarmate ze voor meer partijen werken. Zelf stemmen deze jongeren die de partij-bijeenkomsten animeren, helemaal niet.

Veel aanwezigen kennen die trucs. Een 26-jarige jongen en zijn 24-jarige vriendin kijken met afstandelijke geamuseerdheid toe. Eén van de kandidaten woont in hun wijk. Ze vinden hem niet zo geweldig. Maar de familie steunt hem nu eenmaal en dus zullen ook zij op hem stemmen.

“Waarom zijn jullie eigenlijk hier naartoe gegaan?”

“Uit gewoonte. Omdat we allemaal gekke koeien zijn. En het is zondagmiddag, we hebben niets te doen. Het is gewoon een uitje.”

“Maar deze verkiezingen gáán toch iets veranderen?”

“Hoe komt u erbij? Natuurlijk niet. Het is één groot theater.”

We praten verder, tot meer mensen rondom ons komen meeluisteren en het paar stil valt. Ze willen alleen nog weten waar ik vandaan kom. Bij het afscheid wens ik hun heel veel geluk.

“Geluk?”, zegt het meisje, dat net is afgestudeerd. “Geluk vind je alleen in Amsterdam of Rotterdam.”