'Vernietig strafblad militair na dienst'

DEN HAAG, 11 NOV. De strafbladen van dienstplichtigen hebben soms invloed op sollicitaties van voormalig dienstplichtigen in de burgermaatschappij. Dat is onterecht, stelt GroenLinks-Kamerlid Sipkes. Een deel van die strafbladen moet daarom door Justitie en Defensie vernietigd worden, aldus GroenLinks.

Sipkes sluit zich met deze stelling aan bij de Stichting Erfgoed VVDM, die deze week opriep strafbladen van dienstplichtigen te vernietigen. Volgens VVDM, die de belangen van ex-dienstplichtigen behartigt, zijn de vergrijpen waaraan de dienstplichtigen zich hebben schuldig gemaakt vaak zo onbenullig dat het onterecht is ze daar lang na hun dienstplicht nog mee te confronteren. Sommige vergrijpen zijn in de burgermaatschappij niet eens strafbaar.

Volgens Sipkes gaat het om zaken als te laat komen en “af en toe een stikkie roken”. “Zaken waar je in de burgermaatschappij hooguit een aantekening op je personeelslijst voor krijgt, als er al iets van wordt gezegd”, stelt zij. Zaken die in de burgermaatschappij wel strafbaar zijn, moeten gewoon gehandhaafd blijven, stelt ze nadrukkelijk.

Volgens een woordvoerder van Defensie worden lichte vergrijpen over het algemeen afgehandeld in het militair tuchtrecht. “Ik kan me niet voorstellen dat het te laat komen of het niet opruimen van een kast tot een strafrechtelijk strafblad leidt. Dat wordt intern opgelost”, aldus de woordvoerder. Het roken van een joint kan echter wel problemen opleveren, maar dat heeft meer te maken met het opsporingsbeleid dan met het strafbeleid, stelt hij. “Binnen Defensie worden nu eenmaal strengere regels gehanteerd dan gewoon op straat”.

Persofficier A. Besier van de militaire rechtbank in Arnhem bevestigt dat. “We hebben bij Defensie een absoluut verbod op het roken van een joint en op straat wordt dat gedoogd. Het onaangekondigd afwezig zijn voor vier dagen of langer, het meest voorkomende vergrijp, leidt ook tot een vervolging.” VVDM-voorzitter L. Oosterbeek zegt dat tussen de vier- en zesduizend ex-dienstplichtigen met dergelijke voorvallen te maken krijgen. “De rechtsongelijkheid tussen ex-dienstplichtigen en de zogenoemde weigeryuppen is de reden van onze klacht. Het is onterecht dat een deel van de bevolking wel nadelen ondervindt van een bepaald strafbaar feit en een ander deel niet”, aldus Overbeek.