Veel 'dwaze moeders' willen de waarheid niet horen

'Punt erachter'. Aldus besloot Argentinië niet om te zien naar de 'vuile oorlog' van 1976-1983. De 'dwaze moeders' betogen nog altijd voor informatie over het lot van hun verdwenen kinderen. Al willen ze die soms niet horen.

BUENOS AIRES, 11 NOV. “Die man vertelt ons niets nieuws.” Haar gezicht staat hard en koppig. “Het interesseert ons niet wat Scilingo te melden heeft.” En toch. Marine-kapitein Adolfo Scilingo is de allereerste militair die de misdaden opbiecht van de Argentijnse dictatuur tussen 1976 en 1983. Is het voor haar dan niet belangrijk het verleden te reconstrueren? Te weten waar haar dochter gebleven is? “Hij is een beul en een moordenaar”, zegt 'dwaze moeder' Mercedes Meroño (72) terwijl ze geïrriteerd haar knoet in model brengt. “We zijn niet geïnteresseerd in de dodenlijsten van onze vermiste kinderen. Wij vechten voor het leven, niet voor de dood.”

Zoals elke donderdag bereiden de dwaze moeders hun demonstratie op de Plaza de Mayo voor. In het kantoor worden de witte hoofddoeken uit laden en handtassen getrokken. Al meer dan twintig jaar ondernemen de dwaze moeders hun wanhopige gang naar het centrale plein van Buenos Aires voor informatie over het lot van hun verdwenen kinderen. Want zestien jaar na de komst van de democratie in Argentinië bestaat er even weinig helderheid over hun lot als tijdens de dictatuur.

Zo werd de dochter van Mercedes Moroño in 1979 voor de ogen van haar drie kinderen ontvoerd. Tot op de dag van vandaag weet ze niet waarom haar dochter meegenomen is, wie verantwoordelijk was en waar haar stoffelijke resten gebleven zijn. “Volgens deze regering is ze nooit ontvoerd”, vertelt moeder Moroño. “Volgens hen reist ze rond in Europa. Al tien jaar!”

Die verklaring heeft alles te maken met de wijze waarop Argentinië de erfenis van zijn dictatoriale verleden beheert. Nog geen jaar na de val van de dictatuur kondigde de toenmalige regering het zogeheten punto final af: 'punt erachter'. Naar voorbeeld van Spanje besloten de Argentijnse autoriteiten de bladzijde van de dictatuur eenvoudigweg om te slaan. En om helemaal zeker te zijn dat het leger niet zou boeten, kondigde de huidige president, Carlos Menem, in 1990 een amnestiewet af.

De getuigenis van Scilingo krabt nu de wonden van het verleden open. Het meest beklemmende is echter dat niet de beulen van toen, maar de families van de slachtoffers tijdens al die jaren het meest zijn aangetast. “Scilingo is door het regime en de televisie betaald om zijn getuigenissen te doen”, raast Mercedes Moroño. “Hij zegt alleen dat hij een moordenaar is om niet in de gevangenis te hoeven”, zegt een andere dwaze moeder. Op het plein scanderen de moeders: “Wij accepteren geen lijken of bekentenissen. We willen onze kinderen levend terug!”

Hoofdschuddend zit psychologe en dwaze moeder Laura Bonaparte (70) op de bank van haar volle woonkamer. Scilingo is juist niet op vergeving uit, zegt ze. Juist omdat hij zijn straf niet wil ontlopen, leverde hij zich vorige maand vrijwillig aan de Spaanse justitie uit. Scilingo weet dat hij in Argentinië niet kan worden berecht. In Spanje wel. Hij werkt in de gevangenis mee aan het onderzoek van rechter Baltazar Garzón naar de verdwijning van meer dan zeshonderd Spanjaarden tijdens de Argentijnse dictatuur.

In afgemeten verklaringen vertelde Scilingo over de 'dodenvluchten'. Duizenden politieke gevangenen uit de clandestiene martelcentra werden verdoofd en in militaire vliegtuigjes geladen. Daarna werden ze naakt in de oceaan gedropt. Scilingo vertelde hoe hij als folteraar te werk ging. Honderden jonge mensen, gemarteld met elektrische schokken, zout water, verkrachting, en daarna de moord.

Laura Bonaparte woont in een huis vol spoken. Haar ex-man, haar zoon, en haar twee dochters. Samen met hun echtgenoten zijn ze door de dictatuur ontvoerd. Desaparecidos, 'verdwenen'. De enige die overbleef, was haar twee maanden oude kleinzoon. Gedropt bij de conciërge met een naambordje om zijn nek. In alle leeftijden hangt hij bij haar aan de muur. Naast de vergeelde foto's van zijn ouders, zijn tante, zijn oom, zijn opa. “De verdwijningen waren een uitgestippelde psychologische methode”, zegt Laura. Anders dan bij een executie blijft men het leven van de achterblijvers beheersen. “Je vraagt je steeds af: heeft ze het koud, heeft ze genoeg te eten, ze slaan haar toch niet te hard? Ook al wéét je dat er geen hoop is op leven. Zolang je je kinderen niet in de ruimte kunt lokaliseren, geloof je niet dat ze dood zijn.”

Met zijn verklaringen maakte Scilingo een einde aan de illusie. Zoiets is na twintig jaar strijd bijna onverteerbaar. Plotseling oog in oog met de moordenaar van je kind. “Het is of je wereld explodeert”, zegt Laura. Ze behoorde tot de allereerste moeders die tijdens de dictatuur op de Plaza de Mayo voor de opsporing van hun kinderen demonstreerden. “Soms hadden we fantasieën dat we onszelf collectief in brand zouden steken. Maar dan was er weer die ellendige hoop.”

In 1985, twee jaar na het einde van de dictatuur, splitsten de dwaze moeders zich in tweeën. Aan de ene kant de oprichtsters, onder wie Laura. Aan de andere kant de groep rond Ebe Bonafini, die de wereld rondreist als 'de' dwaze moeder. Laura praat er niet graag over. “Het had ermee te maken dat Bonafini er met de kas vandoor ging.”

Maar nu treden ook de psychologische verschillen tussen de twee groepen haarscherp aan het licht. De dwaze moeders van Bonafini weigeren koppig de rol van Scilingo te erkennen. Ze hebben zich omgevormd tot politieke pressiegroep die zich tegen de 'schijndemocratie' keert. “We hebben geen vertrouwen in de justitie”, antwoordt Mercedes Moroño op de vraag waarom haar groep moeders zich verzet tegen het openleggen van massagraven. “Als ze ons de lijken van onze kinderen terugbezorgen, is er geen reden meer om te strijden.”

Laura ziet dat anders. Haar dochter die beeldhouwster was, haar zoon de dierenarts. Ze wil hun namen op hun graven zetten. “Ik wil dat de officiële dodenlijsten boven water komen. Ik wil weten hoe, waar en door wie mijn kinderen zijn gedood. Alleen zo kunnen we het boek sluiten.”

Die avond gaat Laura weer naar de Plaza de Mayo. Een demonstratie van de kinderen van verdwenen ouders dit keer. “Daar is hij, kijk nou toch hoe hij danst”, wijst Laura haar kleinzoon tussen de trommelaars aan. Blauw, groen en roze haar hebben de kinderen. Ze dragen vlaggen van Che Guevara en van Kuifje. Een paar honderd jongeren, dansend tussen de filialen van Pierre Cardin en ABN-Amro. Ze eisen de berechting van gouverneur Bussi, een man die tijdens de dictatuur verantwoordelijk was voor 33 concentratiekampen. Ze eisen ook de berechting van Raúl Guglielmineti, lid van de voormalige doodseskaders en nu werkzaam voor de geheime diensten.

“Wat is dit voor democratie, die toestaat dat bewezen moordenaars aan de macht blijven”, zegt kleinzoon Hugo nadat hij zijn oma opgetogen heeft geknuffeld. Hij verzet zich tegen president Menem, die zegt dat Argentinië geen behoefte heeft aan een debat over de vuile oorlog. Hij is kwaad op diens stelling dat 'militairen in gewetensnood hun toevlucht maar moeten zoeken tot de biechtstoel'. Woedend op de presidentiële manoeuvres om te voorkomen dat meer militairen voor de Spaanse rechter verschijnen.

Maar de mensen op straat kijken ongeïnteresseerd van het winkelen op. “Voorbij is voorbij”, zegt een agent in burger, wanneer ik hem vraag wat hij van de betoging vind. Er zijn meer agenten dan demonstranten. “Soms ben ik zo bang voor hem”, zegt Laura Bonanparte terwijl ze toekijkt hoe haar enige kleinzoon met zijn trommel vooruitloopt.

    • Marjon van Royen