Vakbondsvoorzitter over tekort aan militairen: Slagkracht defensie gering

Minister Voorhoeve (Defensie) gaf het zelf toe: het valt niet mee om personeel te vinden voor vredestaken. De vakbonden hebben hem jaren gewaarschuwd.

AMERSFOORT, 11 NOV. “Door het gebrek aan mensen is de slagkracht flinterdun. Op de hogere niveaus van defensie bestaan nog steeds koninkrijkjes. Mijn advies aan de minister is: breek die verschillende koninkrijkjes af, of het nu de marine is, de landmacht of de luchtmacht, leg meer bevoegdheden bij de chef defensiestaf en bundel je krachten.”

Bauke Snoep, voorzitter van de grootste militaire vakbond AFMP, is stellig. Hij noemt de uitbreiding van de krijgsmacht met enkele honderden mannen en vrouwen, zoals aangekondigd in de nieuwe begroting, “kortzichtig”. Er zijn, zegt hij, veel meer verpleegkundigen nodig. En bij de luchtmacht kampt men met een tekort aan technisch personeel. “De minister maakt gaten om gaten te kunnen vullen. Dat geeft enorme spanningen bij de werknemers, die de ene reorganisatie na de andere achter de rug hebben of daar mee bezig zijn.”

Snoep rekent het de politiek aan dat deze nog steeds vier vredestaken tegelijkertijd wil uitvoeren, maar niet bereid is meer te investeren, integendeel. Het ziet er zelfs naar uit, meent hij, dat de defensie-organisatie in de toekomst nog meer veren zal moeten laten. En hij vraagt zich af of het militaire personeel er wel tegen bestand is zes maanden in het buitenland te werken, dan een half jaar in eigen land, om zich dan alweer voor te bereiden op een nieuwe uitzending.

“Na zo'n opdracht als in Srebrenica (de Bosnische enclave waar Nederland twee jaar geleden de aftocht blies en duizenden moslimmannen om het leven werden gebracht), ben je toch geestelijk niet in staat om een jaar later al weer ergens anders te dienen. Dan ben je daar toch nog niet mee klaar. Maar de generaals durven geen 'nee' te verkopen, bang als ze zijn dat hun begroting naar beneden gaat. Er zijn meer 'chiefs' gekomen, en er zijn te weinig 'indians'.

Het personeel durft, zegt hij, op zijn beurt de generaals niet teleur te stellen. “Zo zie je mannen en vrouwen die zestig à tachtig uur per week werken. Ik noem dat onverantwoord. Ze zijn vaak met zaken bezig die om precisie vragen, om voor veiligheid in te kunnen staan. Dan moet je geen overspannen toestanden hebben. Wij, de vakbond, zien dat tegenwoordig te vaak gebeuren. Bij de Commando's, de Mijnopruimingsdienst, bij de Marechaussee, bij de technici van land- en luchtmacht... overal wordt overvraagd. Werk dat door twee moet worden gedaan, gebeurt door één en dan wordt het risico te groot.”

Snoep heeft er begrip voor dat na de val van de Berlijnse Muur het voor defensie allemaal “wat snel is gegaan”. Het was wennen, zegt hij, dat de dreiging weg viel maar het gevaar bleef - gevaren als het weglekken van nucleair materiaal, internationaal terrorisme, internationale handel in drugs, het organiseren van transport en de afpersing van illegalen, en ten slotte het wereldwijd dumpen van afval.

Daardoor loopt de binnenlandse veiligheid over in de buitenlandse, en zal de krijgsmacht in de toekomst dat gehele gebied moeten bestrijken. Dat is allereerst een taak van politie en justitie, maar de internationale krijgsmachten hebben de middelen, volgens Snoep, om justitie en politie daarbij bij te staan. “Als Europa de binnengrenzen weghaalt, heeft dat gevolgen voor de samenleving. En als wij als marine, luchtmacht of landmacht de middelen hebben om voor de interne veiligheid van de burger bij te springen, dan moeten wij daarvoor klaarstaan”, aldus Snoep.

Hij noemt het ook goed voor de werving, die bij de landmacht op dit moment problemen geeft. Volgens Snoep krijgen jongeren niet de kansen die hun in de folders worden voorgehouden. Wordt er over studie gesproken, dan moet daarvoor ook gelegenheid zijn. Zoals aparte lokalen om te studeren en je voor te bereiden op examens. Ook de mogelijkheden voor sport- en fitnessbeoefening vallen de rekruten tegen. “Blijft dat zo, dan vertellen de jongens dat in het weekeinde aan hun vrienden en wordt het op den duur met het aantrekken van personeel nog lastiger”, aldus Snoep. “Er is voldoende idealisme onder de jongeren om bij een veranderende krijgsmacht te dienen. Maar wil Defensie een aantrekkelijke werkgever blijven en haar taak goed kunnen vervullen, dan zullen we méér moeten integreren en meer moeten samenvoegen. Nu is iedereen nog te druk met het sparen van het eigen hachje.”

    • Willebrord Nieuwenhuis