Sommige zakenvliegtuigen zijn meer gelijk dan andere

ROTTERDAM, 11 NOVEMBER. De leuze 'Koopt Europese waar, dan helpen wij elkaar' zou men uit zijn mond niet vernemen, verkondigde staatssecretaris van Defensie Gmelich Meijling onlangs op een spreekbeurt. Maar op de slogan 'Koopt Amerikaanse waar, dan is het voor mekaar' zou men hem ook niet kunnen betrappen.

Op de slogan misschien niet, maar op de strekking ervan wel degelijk. Zeker als het om de aanschaf van materieel van de Koninklijke Luchtmacht gaat. De 32 Apache-gevechtshelikopters en zijn uitdrukkelijke wens om vroegtijdig deel te nemen aan de Joint Strike Fighter, JSF, als opvolger van de F-16, zijn daar maar twee voorbeelden van. De Amerikaanse zakenjet Gulfstream IV, die de staatssecretaris eind 1995 aankocht en die is ingedeeld bij het 334 squadron in Eindhoven, is in dat opzicht allesbehalve een uitzondering.

Nu is het niet zo vreemd dat de luchtmacht op Amerikaanse defensieproducten is georiënteerd: de Verenigde Staten zetten de standaard. Daarom ook vliegen Nederlandse F-16's en Nederlandse luchtafweerbatterijen jaarlijks heen en weer over de Atlantische Oceaan om deel te nemen aan grote oefeningen in de woestijn in het zuidwesten van de VS. En Amerikaans luchtmachtpersoneel helpt bij het invliegen van de eerste 12 Apaches en de twee KDC-10 tankervliegtuigen. De Koninklijke Luchtmacht lijkt eenvoudigweg in een Amerikaanse marinade te liggen en de staatssecretaris slaagt er maar niet in die indruk weg te nemen.

Gmelich Meijling had in eerste instantie de keuze uit vier kandidaten: de Franse Dassault Falcon, de Nederlandse Fokker 70, de Canadese Canadair Challenger en dus de Amerikaanse Gulfstream IV. Voor zakenvliegtuigen geldt hetzelfde als voor middenklasse lease-auto's of spiegelreflexcamera's: ze doen altijd wat ze moeten doen. Het verschil zit hem in de prijs, de marketing van overbodige accessoires. De Dassault en de Fokker vielen al snel af en toen resteerden slechts de twee vergelijkbare transatlantische kandidaten. De prijs was blijkbaar geen probleem. Wat restte was de gut-feeling: alle zakenvliegtuigen zijn gelijk, alleen zijn sommige iets meer gelijk dan andere. Vooral als ze niet uit de VS komen.

Overigens is de Gulfstream IV als type helemaal niet slecht, alleen wil dit Nederlandse exemplaar nog wel eens uitvallen. Maar zelfs dat is relatief: zijn inzetbaarheid zou zeker 76 procent zijn, voor de viermotorige Hercules is dat 75 procent.

    • Menno Steketee