Project Gutenberg onder vuur

In 1971 vatte de Amerikaan Michael Hart het plan op een elektronische bibliotheek aan te leggen. Aanleiding voor dit idee, dat zou uitgroeien tot een levenswerk, was een account op het computersysteem van de universiteit van Illinois dat hij kreeg. Na ongeveer twee uur op dit systeem te hebben doorgebracht, realiseerde hij zich dat de kracht van computers schuilt in hun vermogen om gegevens op te slaan, te kopiëren en doorzoeken. Het Project Gutenberg was geboren.

De eerste tekst die Hart, de zoon van twee hoogleraren die tijdens de Tweede Wereldoorlog als codekrakers voor het Amerikaanse ministerie van Defensie werkten, verspreidde via een computernetwerk was de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring.

Sinds het ontstaan van het Internet is Hart niet meer afhankelijk van gesloten netwerken om zijn droom van een digitale bibliotheek te verwezenlijken. Met behulp van ongeveer duizend vrijwilligers, een paar gedoneerde computers en een scanner digitaliseert Hart het werk van Charles Dickens, Franz Kafka, Virginia Woolf, Dante en andere schrijvers wier werk vrij van auteursrechten is. Ook naslagwerken als Webster's Dictionary en het CIA Worldfact Book zijn via de vele sites van het Project Gutenberg in de Verenigde Staten, Azië en Europa te raadplegen.

Sinds 1988 is Hart erin geslaagd ongeveer elfhonderd boeken op Internet te zetten. De eerste boeken van de Gutenberg-bibliotheek heeft hij met de hand ingetypt. Over de 26.000 woorden van Alice in Wonderland deed hij een hele week. Alle teksten verschijnen in het zogenaamde ASCII-formaat dat elke tekstverwerker kan lezen. “Welcome to the World of Plain Vanilla Electronic Texts. Readable By Both Humans and Computers”, staat er boven elke tekst. Voordat een boek op Internet wordt gezet, wordt de tekst gecontroleerd en zoekt een jurist uit of er geen copyright op rust. Maandelijks wordt een lijst gepubliceerd met de nieuwe teksten.

Hart is van mening dat literaire teksten en naslagwerken die tot het publieke domein behoren door iedereen te lezen moeten zijn en stelt ze daarom gratis beschikbaar op Internet. Daarmee treedt hij in de voetsporen van de uitvinder van de boekdrukkunst die met zijn drukpers boeken bereikbaar maakte voor meer lezers. Vanuit de hele wereld worden dagelijks tienduizenden teksten van de sites van het Project Gutenberg gedownload.

Harts plannen om voor het jaar 2002 tienduizend werken uit de wereldliteratuur en de belangrijkste woordenboeken en encyclopedieën online te brengen, dreigen te worden doorkruist door twee wetsvoorstellen die vorige maand in het Amerikaanse Congres zijn gepresenteerd.

Het ene voorstel behelst een herziening van de auteurswet. Alle nu geldende auteursrechten worden volgens dit voorstel met twintig jaar verlengd. Dat betekent dat allerlei belangrijke literaire werken pas na lange tijd voor het publieke domein beschikbaar komen.

Het tweede wetsvoorstel geeft uitgevers en bedrijven die in elektronische databanken doen het recht om bepaalde informatie, bijvoorbeeld wetsteksten en vonnissen, uit het publieke domein te verwijderen. Dit wetsvoorstel zal verstrekkende gevolgen hebben als het wordt aangenomen. Terwijl de wet voor een uitgever als Reed Elsevier/Wolters Kluwer, die verantwoordelijk is voor een groot deel van de wereldwijde publicaties van juridische teksten, een goudmijn zou betekenen, wordt het publieke domein uitgehold.

Er zal volgens Hart een informationele tweedeling ontstaan waarbij een minderheid veel geld verdient aan informatie die oorspronkelijk gratis toegankelijk was en een grote groep burgers om financiële redenen niet meer in staat is zich te informeren. Zijn Project Gutenberg bestaat bij de gratie van vrijheid van informatie.

www.gutenberg.net

    • Marie-José Klaver