'Plan Van Aartsen kost meer'; Varkenssanering LTO treft boer minder hard

BRUSSEL, 11 NOV. Het plan voor vermindering van de varkensstapel dat de federatie voor land- en tuinbouworganisaties (LTO Nederland) en de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) vorige maand presenteerden pakt financieel beter uit voor de individuele boer dan dat van minister Van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij). De gevolgen voor het milieu zijn bij beide plannen ongeveer hetzelfde.

Dit blijkt uit een vandaag gepubliceerde studie van het Landbouw Economisch Instituut (LEI-DLO). De varkenssector kwam begin vorige maand, tijdens de behandeling van de begroting van minister Van Aartsen met een alternatief voor de plannen die de bewindsman in juli bekendmaakte. Van Aartsen wil via een Reductiewet een 'generieke korting' van de varkensstapel met 25 procent. Die korting geldt alle varkenshouders, ongeacht de aard van hun bedrijf.

Volgens het alternatief van LTO en PVE zal die korting maximaal 25 procent zijn, maar bovendien niet generiek. Het plan van de sector houdt vooral in dat de overheid varkensrechten opkoopt van boeren die willen stoppen en andere bedrijven, die aan alle milieu-bepalingen voldoen, vrijwel ontziet. In dit plan is een verplichte algemene korting voorzien van slechts 5 procent.

Uitgaande van het PVE/LTO-scenario bedraagt het gemiddelde gezinsinkomen op een varkensbedrijf in 2002 slechts zo'n 5.000 gulden.

Wordt het plan van het kabinet doorgezet, dan zou het gezin van een varkenshouders een negatief inkomen hebben van 36.000 gulden. In 2010 is het verschil tussen beide scenario's teruggebracht tot 26.000 gulden, omdat boeren in de tussentijd interen op hun vermogen.

Ook het toekomstperspectief is gunstiger in het PVE/LTO-plan, stelt het LEI. Zo wordt het aantal bedrijven met een goed perspectief in 2010 geschat op 62 procent van het huidige tegen 53 procent in het kabinetsscenario.

Hoewel door het PVE/LTO-plan uiteindelijk meer varkens resteren dan volgens de plannen van Van Aartsen, bereiken beide plannen dezelfde vermindering van de hoeveelheid mest, aldus het LEI. Dit komt omdat de sector via allerlei stimulansen de hoeveelheid fosfaat in mest wil verminderen, grotendeels door aanpassing van het voer.

Nederland mag boeren overigens wel verplichten hun varkensstapel met een kwart terug te brengen, mits de aanleiding daartoe is gebaseerd op milieu-overwegingen of argumenten die verband houden met dierenwelzijn of -gezondheid.

Dat heeft een woordvoerder van de Europese Commissie gesteld, nadat gisteren berichten de ronde deden als zou de Commissie een stokje steken voor de plannen van Van Aartsen.

De Commissie heeft daarover nog niets besloten. Als de bewindsman de marktordening echter als belangrijkste argument zou hanteren, zou dat in Brussel wel op problemen stuiten. Het staat de bewindsman echter vrij de zogeheten nitraatrichtlijn aan te grijpen, omdat Nederland daar nog altijd niet aan voldoet, zo heeft Brussel laten weten.