Ossi's logenstraffen vooroordelen

Velen geloofden in 1990 dat de nieuwe Duitse deelstaten zouden worden overheerst door het oude West-Duitsland. Zeven jaar later blijkt hun ongelijk. Er hebben in het Oost-Duitse bedrijfsleven en op de arbeidsmarkt ontwikkelingen plaats waar West-Duitsland nog wat van leren kan, stelt Michèle de Waard.

Er is een land waar het minimum aantal vakantiedagen per jaar 18 en voor de meeste werknemers niet meer dan 23 dagen bedraagt; waar moederschap en beroep zonder meer verenigbaar zijn, omdat er genoeg crèches zijn; waar het niet mogelijk is op kosten van de gemeenschap al na 55 jaar met vervroegd pensioen te gaan, maar waar mannen over het algemeen tot 65 en vrouwen tot 60 jaar werken; waar de lastendruk (belasting en premies) van de gemiddelde werknemer minder dan 30 procent bedraagt en waar mensen die gezond zijn, maar niet willen werken, geen steun van de staat krijgen.

Wie denkt dat het hier om de Verenigde Staten gaat, heeft het mis. Het gaat om het voormalige Oost-Duitsland. Iedereen denkt dat de DDR met de hereniging in 1990 is verdwenen, opgeslokt door de grote moloch in het westen. In werkelijkheid leeft de DDR voort en loopt het oosten in sommige opzichten voor op West-Duitsland.

Zeven jaar na de hereniging is niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook op de arbeidsmarkt in de vijf nieuwe deelstaten een dynamiek ontstaan, die in verschillende opzichten leerzaam is. In Leipzig bijvoorbeeld moet iemand die bijstand krijgt, zich tegenwoordig om kwart voor 7 's morgens melden om met de bus naar het platteland te rijden en de grond te bewerken. Een zogeheten 'kaplaarzenbaan' als tegenprestatie voor een uitkering. In Nederland heeft de sociaal-democraat André van der Louw iets dergelijks jaren geleden voorgesteld, onder het motto 'heitje voor een karweitje', maar dat lokte een storm van protest uit.

Het arbeidsmarktbeleid van Leipzig is een voorbeeld, omdat de stad een 'banenbedrijf' heeft opgericht waarbij al 4.500 mensen werk hebben gevonden als drukker, bouwvakker, serveerster of tuinman. Vrijwel elke baan moet geaccepteerd worden, anders wordt de uitkering gekort of gestopt. Ook mogen reisafstanden van drie uur per dag geen belemmering vormen om elders een baan te aanvaarden.

Hoe omstreden sommige maatregelen om werklozen aan een baan te helpen ook mogen zijn - bijvoorbeeld deze 'kaplaarzenbanen' in Leipzig - het begrip 'kapitalisme-à-la-DDR is zonder meer van toepassing op de situatie zoals die zich in het oosten van Duitsland ontwikkelt. 'Still-Standort Deutschland' ligt in het westen, het oosten is in beweging. De 'Ossi's' maken noodgedwongen een pijnlijke, maar snelle ontwikkeling door op weg naar een nieuw economisch begin. Wetten worden vlotter gemaakt, lonen en arbeidsovereenkomsten zijn flexibeler, talrijke jonge ondernemers zijn een bedrijf begonnen en de dienstverlening is in menig opzicht verder ontwikkeld en vriendelijker dan in het westen van Duitsland.

“Het oosten van het land voert veranderingen door, die in het westen nog nauwelijks zijn ontdekt”, stelde de Saksische minister-president Kurt Biedenkopf onlangs vast tijdens het CDU-partijcongres in Leipzig. In Saksen is een slagvaardige economie ontstaan met bedrijven, die de hoogste stand van techniek bezitten en de hoogste productiviteit bereiken met een minimum aan werknemers. Binnen enkele jaren is het volgens Biedenkopf mogelijk, dat slechts 20 procent van de werknemers het grootste deel van de economische groei in het oosten voor zijn rekening neemt. Technologisch knap, maar voor werknemers een 'horror-scenario'.

Een voorbeeld is de autobranche. Nergens draaien de lopende banden sneller dan bij Opel in Eisenach. De bijna 2.000 werknemers produceerden in 1995 per man 71,9 auto's. Bij Volkswagen in Wolfsburg, in het westen van Duitsland, viel de productie zelfs terug van 23,6 naar 17,6 auto's, terwijl in de productie 33.000 werknemers actief zijn, blijkt uit onderzoek van het Britse economische instituut Economist Intelligence Unit in Londen. “De beslissing van General Motors (eigenaar van Opel), om Japanse assemblagemethoden eerst in Eisenach door te voeren en niet in een bedrijf in Noord-Amerika of West-Duitsland, heeft duidelijk resultaat opgeleverd”, schrijven de onderzoekers. Opel in Eisenach is verreweg de meest productieve onderneming van Europa.

Het goede nieuws is, dat de nieuwe bedrijven die de laatste jaren in het oosten van Duitsland zijn gebouwd, hypermodern zijn. Het slechte bericht is dat nog steeds geen structurele opleving van de economie in zicht is. In het Oosten wordt te weinig geïnvesteerd om àlle werklozen aan een baan te helpen.

Oost-Duitsland draagt tien procent bij aan het Duitse binnenlands product en slechts twee procent aan de export, terwijl daar een vijfde van de bevolking woont. De privatisering en sanering van de voormalige DDR-bedrijven hebben tot een grote uitstoot van arbeidsplaatsen geleid. In dit proces van zogenoemde 'Schumpeteriaanse creatieve destructie' - in de economie zijn er processen waarbij industrieën worden vernietigd en tegelijkertijd andere ontstaan - zijn nog te weinig nieuwe ondernemingen uit de grond geschoten.

Te snel zijn 'bloeiende landschappen' beloofd, dat is duidelijk. Er zijn enkele bloeiende industriële kernen ontstaan met koplopers als de micro-elektronica van Siemens en AMD in Dresden, Jenoptik in Jena, Volkswagen in Mosel en het modernste staalmotorenbedrijf van BMW/Rolls Royce bij Berlijn. Maar er bestaan nog teveel 'stekelige landschappen' zoals in Brandenburg, Mecklenburg-Vorpommern en Saksen-Anhalt.

De werkloosheid heeft in heel Duitsland met ruim 4,5 miljoen een naoorlogs record bereikt. In het oosten is zij met bijna 20 procent alarmerend. Hoewel de conjunctuur in heel Duitsland aantrekt, gaat deze ontwikkeling volledig aan de arbeidsmarkt voorbij, constateerden de zes toonaangevende economische instituten in Duitsland in hun jaarlijkse verslag over de Duitse economie.

Een op de vijf Duitsers heeft geen baan. Biedenkopf meent dat een op de drie zonder werk is wanner de verborgen werkloosheid wordt meegerekend (mensen die actief zijn in werklozen- en omscholingsprojecten). Voor het eerst sinds de hereniging stokt het inhaalproces van de Oost-Duitse economie. Teveel bedrijven gaan in de harde concurrentiestrijd ten onder. Hoewel in sommige delen van handel en industrie een sterke stijging van de productie valt waar te nemen, schiet deze ontwikkeling tekort om de inhaalmanoeuvre op gang te brengen. Er zijn te weinig investeerders.

Hier wreekt zich het feit dat de lonen snel zijn aangepast aan die in het westen. Inmiddels zijn de loonkosten twee keer zo hoog, maar de productiviteit bedraagt amper 60 procent van die in het westen. Dit is een zware hypotheek, waardoor buitenlandse investeerders worden afgeschrikt. Als ze vijftig kilometer verderop investeren, in Polen, zien ze een aantal kostenposten (arbeid, energie) met bijna 80 procent dalen.

Wat is het resultaat? Steeds meer ondernemingen sluiten arbeidsovereenkomsten met werknemers buiten de vakbeweging om. Bedrijven - 40 procent zit in de rode cijfers - moeten overleven. Werknemers willen een baan en accepteren werk met flexibele arbeidstijden tegen een lager salaris en desnoods zonder overwerktoeslagen. Het economisch instituut in Halle schat dat nog slechts 30 procent van de bedrijven in CAO-verband opereert, de rest maakt afspraken buiten de vakbonden om. In het westen is ruim driekwart van de ondernemingen aan CAO's gebonden.

Via de achterdeur dringen zogenoemde 'Amerikaanse' verhoudingen de bedrijven binnen, die het CAO-stelsel drastisch ondermijnen. Deze zijn misschien niet altijd wenselijk. Maar de arbeidsmarkt is zo verstard - een van de feilen van het West-Duitse stelsel die naar het oosten zijn geëxporteerd -, dat werknemers en werkgevers naar andere creatieve wegen zoeken.

Op de moeizame weg naar een nieuw begin, bewijzen de Oost-Duitsers over een snel aanpassingsvermogen te beschikken. Terwijl sommige westerse vakbondsleiders het 'einde van de bescheidenheid' hebben aangekondigd en looneisen willen stellen, experimenteren de 'Ossi's' met nieuwe arbeidsverhoudingen. In sommige opzichten mag het er harder aan toe gaan dan in het verwende westen. Maar het laboratorium van de Duitse economie bevindt zich in het oosten.

    • Michèle de Waard