Oeverstaten geven de Rijn meer ruimte

Gelderland en Noordrijn-Westfalen willen samen de bescherming tegen hoogwater verbeteren. In Arnhem bespraken zij gisteren hun plannen.

ARNHEM, 11 NOV. Buiten kabbelde de Rijn rustig voort, binnen werden de gevaren geschetst van verwoestende waterstromen, die mens, dier en natuur bedreigen. De eerste hoogwaterconferentie van de provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen had gisteren plaats op een toepasselijke plek: in het Gelderse provinciehuis, met uitzicht op de rivier.

Directe aanleiding voor de conferentie was eind vorig jaar het verzoek van de Duitse deelstaat aan Gelderland om meer samen te werken op regionaal niveau om de hoogwaterproblemen te bestrijden. Volgens de Duitsers is samenwerking hard nodig, omdat al regelmatig is gebleken dat er aan weerszijden van de grens heel verschillend wordt gedacht over de manier waarop het hoogwater moet worden aangepakt.

Zo hanteren Nederland en Duitsland verschillende maxima voor hoogwaterstanden en hoeveelheden waterafvoer. Nederland gaat uit van een zogenoemde 'maatgevende afvoertop' van 20.000 kubieke meter per seconde - de hoeveelheid water die zonder problemen moet kunnen worden afgevoerd - terwijl de Duitsers een top van nog geen 14.000 kubieke meter per seconde hanteren.

Het verschil leidde tot discussie bij het vaststellen van de resolutie die de deelnemers aan de conferentie in januari aan de Europese Ministersconferentie van de Rijn- oeverstaten willen overhandigen. De ministers komen op 22 januari in Rotterdam bijeen om te praten over het Actieplan Hoogwater, dat een duurzame bescherming moet bieden tegen hoogwater in het stroomgebied van de Rijn.

De resolutie vermeldt een doelstelling voor het jaar 2010: een reductie van 25 procent van de afvoertoppen, zoals die op diverse locaties in de Rijn gemeten worden. Het hoogwater moet dus met een kwart omlaag. “De reductie wordt bereikt door middel van het creëren van extra berging in de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn. Dit moet mogelijk zijn als de regionale en lokale overheden in het stroomgebied van de Rijn bij het waterhuishoudkundig en ruimtelijk ordeningsbeleid, en de uitvoering hiervan, hun medewerking willen verlenen”, aldus de resolutie.

Al snel bleek echter dat de maatgevende afvoertop van 20.000 kubieke meter bij Lobith te hoog was ingeschat. Bij het hoogwater van 1993 en 1995 was de top respectievelijk 12.000 en 13.000 kubieke meter. “We moeten uitgaan van een stijging van de afvoertop de komende jaren naar 16.000 tot 18.000 kubieke meter per seconde”, zo zei de Gelderse gedeputeerde J. de Bondt, verantwoordelijk voor waterbeheer. “Dat is een realistischer scenario dan 20.000 kuub.” In die aanpassing konden de deelnemers zich vinden.

Tijdens de ochtendsessie van de bijeenkomst werd een gemeenschappelijke verklaring ondertekend door Gelderland, Rijkswaterstaat en Noordrijn-Westfalen. De verklaring bevatte onder andere een werkprogramma tot het jaar 2001. Ook daarin was de kern: de bestaande afvoercapaciteit van de Rijn moet worden verbeterd.

Dat kan door het verwijderen van vernauwingen, het verlagen van de uiterwaarden, het verbreden van de rivierbedding en het terugwinnen van inundatiegebieden. Deze aanpak past in de filosofie van de afgelopen jaren over de “levende rivieren”. Niet langer de dijken verhogen, maar er op andere manieren voor zorgen dat het water zakt.

Noordrijn-Westfalen is daar al druk mee bezig, zo bleek gisteren tijdens een presentatie. Op elf plaatsen worden 'retentiebekkens' aangelegd; grote polders naast de rivier, waar het water bij dreigend gevaar naar toe geleid kan worden. In totaal maakt de Duitse deelstaat de komende jaren zo'n 2.000 hectare grond langs de rivieren voor retentie vrij. Zonder problemen gaat dat niet, beaamde R. Kolf van het ministerie van Milieu, Ruimtelijke Ordening en Landbouw van de deelstaat. Er wordt op deze manier onder andere landbouwgrond aan de natuur teruggegeven en dat vergt nogal wat onderhandelen met de betrokken boeren.

In de elf bekkens kan uiteindelijk in totaal 174 miljoen kubieke meter water worden opgevangen. Dat is evenwel nog niet genoeg. Bij echt dreigend hoogwater in Nederland is er in Duitsland een bergingscapaciteit nodig van meer dan een miljard kubieke meter. Er hebben daarom ook andere initiatieven plaats - zoals het terugleggen van dijken en het verwijderen van oude veerstoepen.

Retentiemaatregelen zijn in Nederland wegens de gebrekkige ruimte niet mogelijk. Hier gaat het om andere maatregelen. Zo zou een dijkteruglegging bij Westervoort de waterstand met zo'n twintig centimeter verlagen, zo rekende H. van Stokkum van Rijkswaterstaat voor. Ook door het verruimen van de rivier bij de Arnhemse polder Meinderswijk en andere maatregelen ter plaatse is een verlaging mogelijk van 20 procent. Voorop staat, aldus Van Stokkum, een goede samenwerking, want alleen dan valt het water te temmen.