Nieuw programma van choreograaf Bill T. Jones bruist van levenskracht; Vuurwerk van sprongen en capriolen

Het gezelschap van Bill T. Jones treedt op in het Muziektheater, Amsterdam met 'Ballad', 'Blue Phrase', 'New Duet' en 'Ursonate' op wo 12, vr 14 en za 15/11, aanvang 20.15u.

WASHINGTON, 11 NOV. Drie jaar na zijn heftig omstreden voorstelling Still/Here, over mensen met een ongeneeslijke ziekte, heeft de Amerikaanse choreograaf en danser Bill T. Jones een nieuw avondvullend programma gemaakt, dat begin deze maand in Washington in wereldpremière is gegaan. De titel, die klinkt als de eerste zin van een spannend verhaal, geeft al aan dat Jones niet voortbouwt op zijn vorige project, maar aan heel nieuw avontuur is begonnen.

We Set Out Early...Visibility Was Poor (We gingen vroeg op pad...het zicht was slecht) bruist en straalt van levenskracht. Het is een voorstelling waarin zóveel gebeurt, dat het bijna niet valt bij te houden.

De tien leden van Jones' eigen Bill T. Jones/Arnie Zane Dance Company (Jones zelf danst niet mee) vormen een gevarieerd gezelschap: alle lichaamsvormen en -maten zijn vertegenwoordigd, van mollig tot broodmager tot supergespierd. De dansers beheersen hun lichamen niet alleen tot in de puntjes, ze hebben ook allemaal een enorme individuele persoonlijkheid op het toneel, die je nog lang bijblijft. Haarscherp op elkaar afgestemd en met een speels gemak toveren ze het publiek een vuurwerk van bewegingen voor.

Over het thema of de betekenis van dat visuele spektakel blijft veel te raden over. “Vragen naar de betekenis van dans is als vragen naar de betekenis van de natuur”, zei Jones na afloop in een nazit met het publiek. “Wat is de betekenis van een wolk?”

Maar als We Set Out Early... een wolk is, dan wel een die door zijn maker in drie stukken is verdeeld, getiteld On the TSII, Cape Bardo en Voiceland.

Bij die drie delen gebruikt Jones muziek van verschillende componisten: Igor Stravinsky (L'Histoire du Soldat), John Cage (Empty Words, Sonata en Music for Marcel Duchamp) en de hedendaagse Letse componist Peteris Vask (Stimmen). De visuele composities van de belichtingsontwerper Robert Wierzel zorgen voor een dramatische sfeertekening, die de muziek wel lijkt te versterken.

De dansers zijn tegelijk mime-spelers, acrobaten en acteurs. Allemaal spelen ze de hoofdrol, en toch vormen ze een hechte groep. Ze wisselen gestileerde sprongen, marmeren houdingen en elegante confrontaties af met uitgelaten gehol, wellustige poses en clowneske capriolen. Soms spreken ze geluidloze woorden, of fluit een van hen ijl vogelgezang.

Onweerstaanbaar is de manier waarop een breekbare danseres na een korte sprint een man met de borstkas van een gewichtheffer in de armen vliegt. Na een gepassioneerde omhelzing schiet ze met de zelfde vaart weer van hem weg, achteruitlopend, stappe-stappe-stap, zoef de coulissen in, om na drie loodzware tellen van afwezigheid, rang, weer tevoorschijn te sprinten, alsof een onzichtbare elastieke band haar weer naar hem toe sleurt.

Na nog een innige omhelzing herhaalt deze katapult-scène zich, en nog eens, en nog eens, flits, weg in de coulissen, smak, weer in zijn armen. Lang nadat het doek gevallen is, stel je je voor, gaat deze eeuwige beweging nog door.

Een eerdere scène, met dezelfde danseres, vormt een lichtvoetige aankondiging van deze razende verbeelding van de aantrekkingskracht. In een enorme herenpantalon, opgehouden door bretels, springt ze ritmisch over het toneel, waarbij de monsterlijke broek in een komische tegenbeweging raakt met haar pezige lijf. Als de danseres omhoog springt blijft de broek aan de uitgetrokken bretels beneden hangen, om pas naar boven te veren als de danseres alweer omlaag komt, verdwijnend in de diepte van de brede broekspijpen.

Het is niet eenvoudig om continuïteit te vinden in alle fraaie en drukbevolkte fragmenten. De spaarzame decorstukken helpen iets: een sculptuur met twee grote wielen (Duchamp!), die de dansers elegant en efficiënt demonteren en ombouwen tot kar, suggereert de reis uit de titel, het vertrek uit de eeuwige herhaling. Gezien de glasheldere bewegingen van de dansers moet het andere element uit de titel, het slechte zicht, wel slaan op het mysterieuze verband tussen wat zich allemaal afspeelt.

In het laatste deel drijft hoog door de lucht een reusachtige cocon, symbool van transformatie. Bill T. Jones, de man die drie jaar geleden met Still/Here een voorstelling over sterven maakte, en daarvoor beschimpt werd als profeet van slachtofferkunst, heeft vleugels gekregen en is een vlinder geworden.