Nederlandse roeiclubs ontdekken Engelse gigs

In het weekeinde werd de roeisloepenrace Muiden-Pampus-Muiden gehouden. Naast tachtig roeisloepen deden er vijf 'gigs' mee, Engelse roeiboten die ook in Nederland aan terrein winnen.

Onlangs bezocht Gramkow in de streek bevriende roeiers en zag de relatief slechte economische situatie waarin de meeste mensen in Cornwall verkeren. “Maandenlang ploeteren scheepsbouwers in hun tochtige schuurtjes. Alles wordt met de hand gemaakt. Twaalfduizend koperen nagels komen er aan te pas om de boot zeewaardig te maken. Ze gebruiken iepenhout, dat is opmerkelijk. In Nederland wordt dat nauwelijks meer gebruikt. In zoet water gaat dat hout niet lang mee.” Daar hebben de Engelsen geen last van, want de wedstrijden worden daar meestal op de Atlantische Oceaan gehouden. Door het zoute water wordt het hout goed geconserveerd en blijven de boten lange tijd in goede staat. “Er is zelfs een gig uit 1830 waarin nog altijd gevaren wordt”, vertelt Gramkow. “Bij ons zou zo'n ding in het museum liggen.”

Oorspronkelijk is de gig gebouwd voor loodsen, die grote vrachtschepen vanaf de Atlantische Oceaan veilig de Engelse kanalen moesten inleiden. Vroeger hadden loodsen meer doelen voor ogen met hun boten. Omdat de Scilly Islands te ver van London liggen, bemoeide justitie zich niet met de bevolking aldaar. De scheiding tussen loods, jutter en smokkelaar werd daardoor niet al te nauw genomen. Wanneer een schip met kostbare lading richting Engeland voer, gebeurde het nog wel eens dat een loods de boot met opzet lieten stranden, zodat hij zelf de waardevolle waar kon opstrijken.

In de jaren vijftig werd het wedstrijdelement aan het roeien in gigs toegevoegd. De sport won snel aan populariteit en tegenwoordig worden in Cornwall in het roeiseizoen wekelijks wedstrijden gevaren. De streek kent met 25 gig-clubs, die zo'n zestig boten bezitten, een hechte roeigemeenschap.

Jarenlang hadden de Engelsen het alleenrecht op het roeien in gigs, maar sinds een paar jaar bezitten ook verenigingen in Nederland en Frankrijk deze boten. Vooralsnog zijn de Engelsen in races oppermachtig, maar Nederland komt in sneltreinvaart opzetten. Vooral het Nederlandse mannenteam (zes roeiers en een stuurman) in de boot Blue Lion maakt sterke vorderingen. Bij het officieuze WK, in mei bij de Scilly Islands, werden ze zevende.

“In de toekomst moeten we zeker rekening houden met Nederland”, zegt roeier Ian Tamlin van de Pilot Gig Club uit het Engelse Looe. “Maar op dit moment zijn we nog te sterk. Tenminste, op de korte afstanden.” Bij het kampioenschap in Muiden - de afsluiting van het sloeproeiseizoen - ging het met negen kilometer over een grotere afstand. Dat was voor de Engelsen te veel van het goede. “Bovendien zijn de Engelsen gewend aan de lange golfslag van de Atlantische Oceaan”, vult Gramkow aan. “Op de korte verraderlijke deining van het IJsselmeer kunnen ze niet goed uit de voeten, waardoor de prestaties van de Engelse teams hier tegenvielen.”

De opkomst van de Nederlanders in het gigroeien is een gevolg van sponsoring. In Nederland koopt een club met de hulp van sponsorgelden een boot met alles erop en eraan. In Engeland gaat dat heel anders. Daar willen ze niets weten van sponsoring, omdat het niet in de traditie past. Gramkow: “Hier kom je bij een club en je kunt in een boot stappen. Alles is voor je geregeld. In Cornwall, waar de mensen niet in het geld zwemmen, wordt elk dubbeltje tien keer omgekeerd. Daar sparen de clubleden gezamenlijk een boot bijeen. Zelfs de roeispanen liggen niet klaar, die koopt iedere roeier voor zichzelf.”

    • Johan Stobbe