Kritiek werkgevers op belastingplan

Arbeid moet goedkoper worden en (milieuvervuilende) consumptie duurder. Dat is de rode draad in het belastingplan voor de volgende eeuw. In het kabinet is er nog geen overeenstemming over. Bij de sociale partners evenmin.

ROTTERDAM, 11 NOV. “Bouwstenen voor een blauwdruk”, noemt premier Kok de voorstellen waarmee het belastingstelsel voor de volgende eeuw wordt vormgegeven. Met de verkiezingen in aantocht zien verschillende bewindslieden de voorstellen van minster Zalm en staatssecretaris Vermeend (beiden Financiën) liever als een 'Belastingplan voor de 21ste eeuw'. Dit 'plan' gaat naar verwachting een sleutelrol spelen bij de komende kabinetsformatie. De ministers Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Wijers (Economische Zaken) willen om die reden hun partijpolitieke voorkeuren in het plan terug zien en door het Centraal Planbureau laten doorberekenen.

Over het uitgangspunt van het nieuwe belastingstelsel is het kabinet het eens: arbeid moet goedkoper worden, consumptie duurder en belasting betalen simpeler. Bij werkgevers- en werknemersorganisaties bestaat minder overeenstemming over de hoofdlijnen van het plan. Vakcentrale FNV kan zich er helemaal in vinden, werkgeversorganisatie VNO-NCW ziet er niets in.

Niemand heeft ooit aangetoond, zo laat VNO-NCW weten, dat een verschuiving van de lasten veel banen oplevert. “Als iemand honderd gulden meer gaat verdienen, maar tegelijktijd honderd gulden meer kwijt is in zijn uitgaven dan levert dat weinig op. Het maakt weinig uit of je door de hond of de kat wordt gebeten”, aldus een woordvoerder.

“Het verschuiven van de lastendruk komt de werkgelegenheid ten goede”, meent de FNV daarentegen. “Het grote verschil met de afgelopen decennia is dat de arbeid altijd zeer duur is geweest, omdat alles over de loonsom wordt geheven”, meent een FNV-woordvoerder. “Het grote winstpunt is nu dat arbeid goedkoper wordt. Vooral bedrijfstakken die zeer arbeidsintensief zijn hebben de laatste jaren relatief veel meer bijgedragen aan de schatkist.”

Volgens VNO-NCW is niet het verschuiven van lasten, maar een lastenverlichting de beste methode voor het scheppen van nieuwe banen. “Uit een studie van het CPB is gebleken dat een verschuiving van vijf miljard gulden vijfduizend banen oplevert en een lastenverlichting van vijf miljard gulden 25.000 banen.”

Uit CPB-berekingen die in het belastingplan zijn opgenomen blijkt dat een verlaging van de belastingen met één miljard gulden al 25.000 nieuwe banen oplevert. Daar is wel een ander gebruik voor nodig van de belastingvrije voet, het bedrag waarover geen belasting hoeft te worden betaald. In het belastingplan staan tal van methoden om met een ander gebruik van die som, werkgelegenheid te creëren. Omdat het kabinet, ofwel Zalm, Wijers en Melkert, geen keuze uit die methoden kunnen maken, laat de presentatie van het belastingplan sinds half september op zich wachten.

Wat Melkert betreft, moet gekozen worden voor een methode om aan de onderkant van de arbeidsmarkt banen te scheppen. Dat kan onder meer door uitkeringsgerechtigden die een baan accepteren fiscale extraatjes te geven. Al met al moet iemand die van een uitkering naar een baan gaat er minstens 1.000 gulden netto per jaar op vooruit gaan.

Om dat te bereiken bepleit Melkert de 'individuele belastingkorting'. Daarmee krijgt elk individu een vast belastingvrij bedrag dat direct door de belastingdienst wordt uitbetaald. Deze aanpak dient vooral vrouwen te stimuleren om te gaan werken, omdat die in het huidige systeem er nog op achteruit gaan als ze door het aanvaarden van een baan vaak in een lagere belastingschijf terecht komen dan hun partner.

Mensen die niet werken, krijgen wat Melkert betreft een zogenoemde negatieve inkomstenbelasting van 220 gulden per maand die door de belastingdienst wordt uitbetaald. Met enkele bijstellingen van de eerste schijf, waarmee in de tweede, derde en eventueel vierde schijf niets verandert, kan deze maatregel heel specifiek op de laagste inkomens worden gericht.

Waar Melkert het effect van een in tweeën geknipte eerste schijf, op bijvoorbeeld 20,75 procent waardoor in totaal vier belastingschijven ontstaan, doorberekend wil zien, wil zijn collega Wijers weten wat de inkomens- en werkgelegenheidseffecten zijn van één belastingschijf, de vlaktax. Naar verluidt ziet minister Melkert hier niets in, omdat het de instrumenten uit handen slaat om de onderkant van de arbeidsmarkt te stimuleren.