Kardinaal Simonis

Het artikel van Daniela Hooghiemstra (3 november), waarin de vloer wordt aangeveegd met kardinaal Simonis, presenteert als feiten niets meer dan persoonlijke meningen van Hooghiemstra zelf en van mensen die Simonis min ofmeer kennen.

Van Simonis wordt o.a. gezegd dat hij 'menselijk inlevingsvermogen ontbeert', dat hij 'overtredingen van de rechte leer als een persoonlijke belediging ervaart', dat op het seminarie 'zijn meeste opvallende eigenschap was: de drang om in te grijpen als hij vond dat het 'zo niet kan'.' Bovendien 'biedt zijn karakter geen ruimte voor experimenten', is hij 'impulsief in zijn uitspraken' en heeft hij 'rigide standpunten'. Tot slot: 'in zijn diepste wezen is Simonis een onzekere persoonlijkheid' en hij 'kent veel angst'. Maar dat wordt volgens Hooghiemstra gecompenseerd door zijn 'vertrouwen in het hogere' en het 'ijdele besef te zijn uitverkoren'.

Ik zou het waarheidsgehalte van deze 'persoonsanalyse' van Simonis in twijfel willen trekken. De tegenstellingen liggen er voor het oprapen: als hij zo'n onzekere persoonlijkheid heeft, hoe kan hij aan zijn 'rigide standpunten' inzake het geloof door de jaren heen blijven vasthouden, steeds tegen de stroom in? Is het vreemd dat hij als jongen op het Klein-Seminarie - hoe oud was hij toen? - last had van zware heimwee? En toch verkoos hij toen maar te blijven en is nog steeds trouw aan zijn priesterroeping, hetgeen duidt op eendoorzettingsvermogen dat menigeen zou moeten bewonderen. Als Simonis meermalen zegt 'ach, wie ben ik?', hoe kan hij dan menselijk inlevingsvermogen ontberen? In mijn ogen verwart Hooghiemstra nederigheid met onzekerheid. Het eerste is het besef dat je persoonlijk niet veel voorstelt en dat je inzake het geloof en de kerk het van God moet hebben. Het tweede heeft iets weg van een ziekelijke, zwakke persoonlijkheid. Het eerste kan men zeker aan Simonis toeschrijven, het tweede is maar de vraag.

Als gewone katholiek die hem wel eens bij de uitgang van de kerk of op straat spreekt, ik woon bij hem in de buurt, kan ik zeggen dat de kardinaal luistert, sterker nog, hij luistert met veel interesse, hij doet zijn best om anderen te begrijpen. Nooit heb ik de indruk gehad dat hij een moeilijk karakter zou hebben. Maar, en dat is zijn grote zonde volgens de alles-relativerende maatschappij van tegenwoordig, hij kan en wil niet werkeloos toezien hoe het evangelie en de kerk van binnenuit worden uitgehold. Hij is dus principieel en dat mag blijkbaar niet.