Kantoren; Terugkeer naar no nonsense

Een van de beroemdste kantoorgebouwen in Nederland is dat van de verzekeringsmaatschappij Centraal Beheer in Apeldoorn. Dit kantoor uit 1972, ontworpen door Herman Hertzberger, brak radicaal met het normale kantoortype. Niet uit gangen en kamertjes bestaat het oudste deel van Centraal Beheer, maar uit een aaneenschakeling van ruimtes met verschillende hoogten.

Hertzberger ontwierp een zogenaamde kantoortuin die de communicatie tussen de werknemers moest bevorderen. Het gebouw zit vol ontmoetingsplekken, zoals ruimtes met bankjes, en wanden om de werkplek af te schermen kent het nauwelijks.

Overal in Nederland is Hertzbergers kantoortuin nagevolgd, maar in de jaren tachtig werden ze zeldzamer. De samenwerking bevorderende kantoren bleken typisch een product van de jaren zeventig, toen het geloof in de maakbare samenleving en mens in Nederland hoogtij vierde. De zakelijke jaren tachtig, het tijdperk van de Lubberiaanse no nonsense, lieten een terugkeer naar het orthodoxe kantoor zien: achter de spiegelglas-façades van de projectontwikkelaarskantoren gaan meestal identieke etages schuil, waarvan met systeemwandjes en -plafonds vrijwel altijd een heel gewoon gangenkantoor wordt gemaakt.

Deze terugkeer naar no nonsense-kantoorarchitectuur is ook waarneembaar in de uitbreiding van het Centraal-Beheerkantoor uit de jaren negentig. In de vier nieuwe, trapsgewijs oplopende torens, ontworpen door Jan Peeters, is weinig meer te bekennen van een kantoortuin. Blijkbaar heeft ook Centraal Beheer in het fin de siècle niet meer de behoefte aan communicatiebevordering, hoewel het oorspronkelijke jaren-zeventigkarakter van het oude deel bij een opknapbeurt niet erg werd aangetast.

Ook de architect van de oude kantoortuin heeft inmiddels een ontwikkeling doorgemaakt, zo blijkt uit de laatste toevoeging uit 1995. Voor een verbindingsgebouw tussen oud- en nieuwbouw nam Centraal Beheer Hertzberger weer in de arm. Dit tussenlid, dat onder meer de nieuwe hoofdingang en vergaderzalen bevat, kreeg de vorm van een lange, slanke glazen doos. Een sterker contrast dan tussen deze strenge vorm en de gezellige doosjes van de oudbouw is nauwelijks mogelijk: ook de huidige Hertzberger is duidelijk van de jaren negentig.

    • Bernard Hulsman