Justitie Spanje vervolgt misdaden junta's Argentinië en Chili; Spaans onbehagen over onderzoeken

Spanje heeft een aantal onderzoeken geopend tegen de verantwoordelijken voor de 'vuile oorlog' van de militaire junta's in Chili en Argentinië tegen de linkse oppositie. Maar zelf rekende Spanje nooit af met zijn Franco-verleden.

MADRID, 11 NOV. De in Spanje lopende strafrechtelijke onderzoeken naar 'genocide, martelingen en verdwijningen' onder de voormalige militaire regimes in Argentinië en Chili bezorgen de conservatieve regering van premier Aznar in toenemende mate problemen. Sinds het onderzoek in de Argentijnse zaak vorig jaar werd geopend staan niet alleen de relaties met de Zuid-Amerikaanse zusterlanden onder druk, maar is ook in Spanje zelf sprake van onbehagen.

Voorlopige balans van het onderzoek: een mondiaal bevel tot opsporing en uitlevering van de vroegere Argentijnse juntaleiders Galtieri en Videla, beslaglegging op Zwitserse bankrekeningen van Argentijnse generaals, de gevangenzetting van de Argentijnse marine-officier Adolfo Scilingo, een verhoor van Argentijnse ex-president Isabel de Perón en het aanmerken van de Chileense generaal Pinochet als verdachte van massamoord.

Op veel medewerking van de collega's overzee hoeft de Spaanse justitie niet te rekenen: verzoeken tot uitlevering hebben tot dusver niets opgeleverd. Ook de hoofdverdachten werken niet mee. De generaals peinzen er niet over om hun landen te verlaten waar zij van hun oude dag genieten binnen ruimhartige amnestieregelingen. Afgezien van kapitein Scilingo, die zich vrijwillig als spijtoptant in Madrid aanmeldde, is er ook weinig schuldbesef. De Chileense generaal Pinochet vroeg zich geërgerd af waarom uitgerekend hij en niet Fidel Castro en diens communistische kliek onderwerp was van een strafrechtelijk onderzoek.

Dat laatste valt meer te horen: waar bemoeit Spanje zich eigenlijk mee? Het antwoord is minder ingewikkeld dan op het eerste gezicht lijkt: binnen de Spaanse wetgeving blijft volkerenmoord ook over de grens vervolgbaar en onder de duizenden slachtoffers van de Zuid-Amerikaanse terreur-regimes bevinden zich honderden Spanjaarden.

Niettemin wordt de druk op de Spaanse regering opgevoerd. Vorige maand verscheen plotseling de chef van de Argentijnse spionagedienst Side, Hugo Anzorreguy, in Madrid. Ook werd de inspecteur-generaal van het Chileense leger Fernando Torres gehoord in Madrid. Tezelfdertijd verschenen er berichten in de Spaanse pers dat de conservatieve partij van premier Aznar geld zou hebben ontvangen uit de kas van de Argentijns geheime dienst. Die beschuldiging werd met kracht door de regering ontkend. Niettemin werd duidelijk dat Anzorreguy direct na Aznars aantreden door de nieuwe premier is ontvangen. Hij zou bij eerdere bezoeken ook contact hebben gehad met Aznars socialistische voorganger Felipe González.

Opmerkelijk was dat na de bezoeken van Anzorreguy en Torres het hoofd van de Spaanse officieren van justitie Eduardo Fungairiño zich zeer kritisch uitliet over de zaak tegen Pinochet en zijn medewerkers. Fungairiño meende dat er in landen als Argentinië en Chili geen sprake was van genocide omdat de moorden en verdwijningen geen “ras, etnische of specifieke sociale groep” betroffen. En ook van terrorisme was geen sprake aangezien de junta's zich niet schuldig zouden hebben gemaakt aan omverwerpen van “de constitutionele en institutionele orde”.

Op de achtergrond speelt nog een probleem van een bredere, morele orde. Met gepaste trots weet Spanje dat zijn model voor de succesvolle overgang van een dictatuur naar een democratie als voorbeeld diende voor landen als Argentinië en Chili. Bij die overgang is afgezien van het massaal berechten van de misdaden van de voormalige dictaturen. Terwijl Spanje na de algehele amnestie van 1977 nooit meer omgekeken heeft naar de terreur van het vroegere Franco-regime en veel politici, legerleiders en magistraten van de oude dictatuur moeiteloos hun loopbaan voortzetten, wordt nu de vervolging van voormalige dictaturen in andere landen energiek aangepakt. Dat wringt.

“Wat een arrogante pretentie om andere landen te willen corrigeren die met pijn en moeite een proces van nationale verzoening hebben doorgemaakt”, zo schreef de columnist Emilio Lamo de Espinosa in en commentaar in het Spaanse dagblad El País. “Moeten wij hun wonden openen? Zou het niet voorzichtiger en effectiever zijn om de families van de slachtoffers te steunen? Het kan zijn dat de justitie blind is, maar zij moet niet doof zijn.”

    • Steven Adolf