Jean Drèze over India's democratie en onderwijs; Het talent op massale schaal verkwist

Het Indiase onderwijs voor de armen is zeer slecht. Volgens Jean Drèze, hoogleraar te New Dehli, is er sprake van een vicieuze cirkel: een analfabeet kan zijn belangen in het democratische proces moeilijk verdedigen, en zo blijft zijn ongeletterdheid in stand. De elite zou de cirkel moeten doorbreken, maar die toont helaas alleen belangstelling voor haar eigen onderwijsbehoeften.

Wanneer professor Jean Drèze de zwaar gedeukte bus ziet aankomen, die hem na een spreekbeurt terug kan voeren naar de Delhi School of Economics, trekt hij even een sprintje en springt, als een volleerd Indiër, op de rijdende bus, waarbij hij nog even half naar buiten hangt alvorens zich naar binnen te hijsen. Anders dan de meeste Westerlingen in de Indiase hoofdstad, die zich veelal door hun particuliere chauffeur laten rondrijden, heeft de uit België afkomstige Drèze aan zulke luxe geen behoefte. Hij is liever Indiër met de Indiërs.

Al tien jaar is Drèze visiting professor aan de Delhi School of Economics. “Het is een lang bezoek geworden”, beaamt de 38-jarige hoogleraar, die uiterlijk doet denken aan een hippie met zijn lange haar, zijn vlassige baardje, een tot vlak boven de knieën reikend Indiaas hemd en zijn sandalen.

Gedurende die periode groeide hij door tal van publicaties uit tot een autoriteit op het gebied van armoede en ontwikkelingsvraagstukken. Vooral zijn studies over India, deels gepubliceerd met de Indiase professor Amartya Sen (voorheen docerend aan Harvard, nu in Cambridge), trokken de aandacht. Messcherp ontleden beiden de tekortkomingen van het Indiase regeringsbeleid, in het bijzonder op het terrein van het onderwijs en de gezondheidszorg, die zij beschouwen als een onmisbare sleutel tot vooruitgang.

Vijftig jaar na het verkrijgen van zijn onafhankelijkheid leven er in India volgens de meeste schattingen nog altijd meer dan 300 miljoen mensen beneden de armoedegrens, op een totale bevolking van zo'n 950 miljoen. Deze mensen krijgen maar één of hooguit twee maaltijden per dag. De kwaliteit daarvan laat bovendien sterk te wensen over. Ze wonen in miserabele hutjes zonder waterleiding of elektriciteit, kunnen niet lezen of schrijven en moeten het zonder medische zorg stellen, wanneer ze ziek worden.

In een gesprek op zijn sobere werkkamer in de Delhi School of Economics, zet Drèze uiteen dat India door de verwaarlozing van zijn armen volgens hem verzuimt een rijke bron aan te boren. “Zuiver genetisch gezien kunnen die arme mensen waarschijnlijk evenveel als ieder ander mens, als u en ik. Dat is een van de tragische aspecten van India op dit moment, dat menselijk talent op een massale schaal wordt verkwist. Bovendien, en dat is nog belangrijker, deze toestand gaat gepaard met diep lijden. Niet alleen onder de landloze arbeiders in een arme deelstaat als Bihar, maar ook onder de relatief goed opgeleide jongeren is er massale werkloosheid en ook hun talenten worden niet benut.”

Wat is voor arme Indiërs de beste manier om een beetje vooruit te komen?

“Ik geloof dat vandaag de dag de meesten onderwijs beschouwen als de sleutel tot vooruitgang. Dat is ook heel begrijpelijk. Als je een landloze arbeider in Bihar bent, wat heb je dan immers verder voor kans? Je probeert je kinderen onderwijs te laten volgen en hoopt dat ze zo een betere baan zullen krijgen dan jijzelf, en een hogere sociale status zullen bereiken. Dat is de meest voor de hand liggende weg omhoog. De mensen weten heel goed dat ze verder weinig te verwachten hebben. Ze zullen geen land van de staat krijgen en hoeven evenmin veel te verwachten van programma's tegen de armoede.”

Maar wanneer je je kinderen naar school stuurt, dan vereist dat bepaalde opofferingen. De ouders moeten schooluniformen en misschien boeken aanschaffen en bovendien derven ze de inkomsten die hun kind anders had kunnen verdienen.

“Ja, dat is zo. In theorie is het onderwijs in India gratis voor alle kinderen van 14 jaar of jonger. Weliswaar is het schoolgeld erg laag, maar desondanks zijn de totale kosten voor de ouders niet te onderschatten, zelfs niet in plattelandscholen in een arm gebied. Ten eerste zijn er de directe kosten, zoals de aanschaf van boeken, kleren, potloden, een lei. Volgens een onderzoek waarbij ik was betrokken, komen deze kosten op zo'n 360 rupees (f18,80) per kind per jaar. Voor een landarbeider betekent dat 20 tot 30 dagen werken. Dat is heel wat. Wat de gederfde inkomsten uit kinderarbeid betreft, ik geloof persoonlijk dat dat wel eens wordt overdreven. Zo zijn de schooluren op het Indiase platteland maar heel kort. Het gaat om 4 tot 5 uur per dag, 120 dagen in het jaar. En dan ga je er al vanuit dat het kind elke schooldag present is, wat in India hoogst ongebruikelijk is. Het aantal kinderen dat zo druk aan het werk is dat ze die tijd niet kunnen missen is erg klein, al is het waar dat zeer veel kinderen op parttime basis werken. Kinderarbeid als een obstakel voor het bezoeken van een school is minder groot dan wel eens is gedacht.”

Maar voor die ouders is het van het grootste belang dat ze waar voor hun geld krijgen. Wat hebben ouders er aan, wanneer hun kinderen na drie of vier jaar op school nog geen woord kunnen lezen of schrijven, zoals vaak voorkomt? Op dorpsscholen komen de onderwijzers vaak niet eens opdagen voor de klas.

“Dat is het grote dilemma waarvoor we nu staan. De ouders zitten niet alleen met een financieel probleem. De bereidheid van staatarme ouders tot allerlei opofferingen hangt mede af van wat ze daarvan kunnen verwachten. En dat is inderdaad dikwijls erg mager. Er zijn legio voorbeelden van kinderen die drie, vier, vijf jaar naar een openbare school zijn geweest en vrijwel niets hebben geleerd. Natuurlijk raken ouders dan ontmoedigd. Wat kan daar aan worden gedaan? De regering moet meer investeren in het onderwijs. Om te beginnen moet de infrastructuur drastisch worden verbeterd. Er zijn nog steeds duizenden scholen met maar één of twee onderwijzers. Dat is veel te weinig als je bij voorbeeld op vijf verschillende niveau's les moet geven. Veel scholen kampen met lekkende daken, hebben geen drinkwater en onvoldoende klaslokalen. Er moet ook hard worden gewerkt om de lesmethodes te verbeteren en het toezicht op onderwijzers te verscherpen.

“Al deze dingen kunnen worden gedaan als de regering de politieke wil daartoe heeft en dat is het werkelijke probleem: de afwezigheid van de wil van de politiek om er serieus iets aan te doen. Natuurlijk wisselt het van deelstaat tot deelstaat. Er zijn deelstaten als Kerala die het al geruime tijd zeer goed doen in dat opzicht en dat geldt nu ook voor Himachal Pradesh. Maar in veel andere deelstaten bestaat er een diepe apathie wanneer het om onderwijs gaat, in het bijzonder in staten als Bihar, Uttar Pradesh en Madhya Pradesh, waar de behoefte het grootst is en waar de meeste mensen wonen.”

Waarom is er zoveel apathie? Het lijkt zo vanzelfsprekend dat onderwijs van groot belang is, vooral als je kijkt naar het succes van de Aziatische Tijgers. Waarom is India in dat opzicht zo achterlijk?

“Ik geloof dat het te maken heeft met de marginalisering van achtergebleven groepen in de Indiase democratie. India is terecht trots op zijn democratische instellingen maar het is ook waar dat het vermogen van de verschillende bevolkingsgroepen die instellingen te gebruiken ongelijk is. Er is een soort vicieuze cirkel van analfabetisme en marginalisering. Als je niet kunt lezen of schrijven ben je vanzelfsprekend minder in staat deel te nemen aan het democratische proces en om je belangen te verdedigen en dat betekent weer de voortdurende verwaarlozing van zaken als lager onderwijs. Die vicieuze cirkel kan alleen worden doorbroken door politieke actie. Op het ogenblik wordt er meer aandacht geschonken aan de onderwijsbehoeften van de hoogste klasse. Daarom wordt er vaak eerder in hoger onderwijs geïnvesteerd dan in de verbetering van lagere scholen op het platteland.”

Betoogt u dat de democratie in sommige opzichten een handicap is voor India?

“Nee, het is geen handicap, want er is geen enkele garantie dat het beter zou gaan onder een autoritair bewind. Pakistan, dat lang een autoritair regime heeft gekend, is er bijvoorbeeld nog slechter aan toe dan India in dit opzicht. Ook autoritaire regimes volgen vaak een verkeerd beleid.”

Maar als je naar de elite in veel andere arme landen kijkt, valt op dat die vaak ontvankelijker waren voor de noden van arme mensen. Waarom kent India bij voorbeeld als een van de weinige landen ter wereld nog altijd geen leerplicht?

“Het is mogelijk dat de kwestie van het onderwijs in India anders ligt door de afwezigheid van een traditie van onderwijs voor de massa's. In dat opzicht hadden sommige Oost-Aziatische landen een voorsprong. Daar bestond meer een traditie van onderwijs voor iedereen. In India is onderwijs vanouds verbonden met het kastenstelsel. Dat bepaalde dat onderwijs was voorbehouden aan leden van de hogere kasten en niet nodig was voor de lagere kasten.

“Het is mogelijk dat deze erfenis, vooral in het begin, een last vormde. Maar zulke dingen kunnen veranderen. Er woedt nu een levendig debat over de leerplicht. Sommigen bepleiten een amendement op de constitutie om de leerplicht in te voeren. Bij een onderzoek dat we vorig jaar uitvoerden vonden we dat 80 procent van de ouders voor leerplicht is. Dus ik heb goede hoop dat er in dat opzicht vrij snel wat zal veranderen.”

Maar voor een leerplicht is ook veel geld nodig. Op het moment is de totale onderwijsbegroting niet eens gelijk aan de subsidies die India verleent aan slecht lopende staatsbedrijven. Denkt u dat dat geld er is?

“Het geld moet er komen. Het mag niet zo zijn dat alles van de ouders afhangt. Het is in de allereerste plaats aan de staat er voor te zorgen dat de faciliteiten er komen. Dat zal zeker duur zijn en dat is ook een reden dat de regering aarzelt, want de financiële gevolgen zijn ingrijpend. Het geld zal van andere posten moeten komen. Dat kan op zichzelf best. Het is geen geheim dat er enorm veel overheidsgeld verspild wordt. De vraag is alleen of de regering de moed heeft de strijd aan te binden met de lobby's die juist profiteren van die verspilling.”

Tegenwoordig spreekt men in het ontwikkelingscircuit graag over goed bestuur, dat van zulk cruciaal belang voor ieder land zou zijn. Vindt u dat India de laatste 50 jaar goed is bestuurd?

“Het is een gemengd verhaal. India heeft opmerkelijk vitale democratische instellingen, die niet alleen hebben overleefd maar dikwijls ook heel redelijk functioneren. Dat is een grote prestatie voor zo'n groot land met enorme problemen. Anderzijds heeft het gefaald op veel andere terreinen. Er is een endemische corruptie en een grote mate van inefficiëntie van de openbare sector - tekenen dus van gebrekkig bestuur. Het is ook zeer zorgwekkend dat de kwaliteit van het bestuur op het ogenblik alleen maar achteruit gaat. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor het vermogen van de regering om de juiste openbare voorzieningen te verschaffen en voor het ontwikkelingspotentieel van een land. Het kan bovendien zijn weerslag hebben op de economische hervormingen waar India mee is begonnen. Hoewel vaak wordt gedaan alsof de markt alles vanzelf in goede banen zal leiden, speelt de kwaliteit van het bestuur bij het succes van de liberalisering een zeer belangrijke rol.”

Een van de belangrijkste ontwikkelingen in India sinds 1991 is zonder twijfel de economische hervormingen. Wat nog omstreden is, is in hoeverre de armen daarvan geprofiteerd hebben. Hoe beoordeelt u deze vraag?

“De voorstanders zeggen dat ze de armoede hebben verminderd, de critici betogen dat die juist erger is geworden. De waarheid is volgens mij dat de invloed heel gering is geweest. De grote meerderheid van de armen, zo blijkt uit onderzoek, heeft nog nooit van de hervormingen gehoord. Daar zijn volgens mij drie redenen voor.

..Ten eerste heeft zich geen abrupte versnelling in de economische groei voorgedaan. De gemiddelde groei van de laatste vijf jaar is nauwelijks hoger dan die in de jaren tachtig.

“Ten tweede zijn de inkomensverschillen vergroot. Vooral de georganiseerde groepen hebben hun voordeel gedaan met de nieuwe kansen; de landarbeiders en kleine boeren moesten het doen met de restjes die overbleven.

“Het derde probleem is dat de economische hervormingen niet vergezeld gingen van stoutmoedige hervormingen in de sociale sector, in het bijzonder in de gezondheidszorg en het onderwijs, die erg belangrijk voor de armen zijn. Alleen op langere termijn kunnen we hopen dat de hervormingen een verbetering voor de armen teweeg zullen brengen.”

Heeft u op het terrein van de armoede door de jaren veel zien veranderen?

“Ja, sinds ik in 1979 voor het eerst naar India kwam zijn er wel degelijk veranderingen geweest, vooral ten goede gelukkig. Niettemin is het tempo van de verandering erg langzaam. Vooral wanneer je van India reist naar China of Vietnam is het verbazend te zien hoeveel sneller daar de zaken zijn verbeterd. Daar heb je echter al in een vroeg stadium een herverdeling van het land gehad. Het lijdt geen twijfel dat zoiets de armoede in korte tijd drastisch helpt verminderen. Wat daar nu gebeurt met op de markt gerichte hervormingen kan in zekere zin voortbouwen op het werk van toen. Maar in India ontbreekt het politieke draagvlak voor zo'n landhervorming. Naar Indiase begrippen is er echter sinds de onafhankelijkheid in 1947 wel veel verbeterd. Maar als het in het huidige tempo doorgaat, zal het nog heel lang duren voor India de economische welstand zal bereiken die er al is bereikt in een land als China.

    • Floris van Straaten