Herfst (3)

Over geen jaargetijde wordt zo gezeverd als over de herfst. Vooral dichters hebben daar een handje van. Ieder zichzelf respecterende dichter heeft wel eens een herfstgedicht op papier gezet. Honderden zijn er gepubliceerd. Kort samengevat is de strekking: de dagen worden korter, de blaadjes vallen van de bomen, ik voel me ook niet zo lekker, o, ach, wee.

Of al die gedichten wel eens zijn samengebracht weet ik niet. Misschien heb ik er altijd overheen gekeken, want het lijkt me oorverdovend saai, al die voor de hand liggende beeldspraak over de vergankelijkheid van mens & natuur.

Curieus is dat er wel honderden herfstgedichten bestaan, maar dat dit jaargetijde nauwelijks figureert in onze spreekwoorden. Terwijl die toch onze volksziel weerspiegelen. Na enig geblader vond ik: bang zijn voor een hete herfst voor 'onnodig ongerust zijn', in de herfst zitten voor 'geen levenskracht meer bezitten', en de landbouwerswijsheid als het in november 's morgens broeit, wis dat de storm 's avonds loeit.

Mijn eigen favoriete herfstzegswijze is opoe Herfst te Rotterdam. Favoriet omdat deze uitdrukking niets met de herfst te maken heeft, maar met de Rotterdamse weduwe Herfst-Braams, die beroemd was om haar ouderdom (zij leefde van 1841 tot 1948, 106 jaar). Volgens Van Dale betekent deze zegswijze 'een en al triestheid of somberheid'. Dat zou dus op het jaargetijde kunnen slaan, maar niet voor mij, want ik knap er juist van op, van al die kleurige blaadjes op de grond.

    • Ewoud Sanders