Fransen kopen Europese tak afvalbedrijf BFI

ROTTERDAM, 11 NOV. De Amerikaanse afvalverwerker Browning-Ferris Industries (BFI) verkoopt zijn belangen buiten Noord-Amerika voor 1,45 miljard dollar (2,77 miljard gulden) aan het Franse bedrijf Sita. Het gaat naast activiteiten in Nederland (2200 werknemers) vooral om belangen in Duitsland en Groot-Brittannië.

Sita, onderdeel van het conglomeraat Suez-Lyonnaise, verdubbelt door de transactie zijn jaaromzet tot 2,8 miljard dollar (5,35 miljard gulden). Het bedrijf wordt daarmee de grootste afvalverwerker in Europa. Op de wereldranglijst komt het op de derde plaats, achter het Amerikaanse Waste Management en BFI.

BFI krijgt een miljard dollar aan contanten plus 450 miljoen dollar aan aandelen Sita, wat overeenkomt met een deelneming van 20 procent in het Franse bedrijf. De Amerikanen houden daardoor toch nog een vinger in de pap bij de afvalverwerking in Europa.

Sita's moederconcern Suez-Lyonnaise ontstond eerder dit jaar door een fusie van Compagnie de Suez en Lyonnaise des Eaux. De groep heeft een jaaromzet van 210 miljard franc (70 miljard gulden) en behoort daarmee tot de grootste ondernemingen in Frankrijk. De aankoop van de Europese activiteiten van BFI past in het streven sterke internationale posities op te bouwen in de sectoren afvalverwerking, watervoorziening en energie.

In de jaren tachtig ontdekten BFI en Waste Management, mondiaal opererende bedrijven met hun basis in de Verenigde Staten, Nederland als groeimarkt. Met het stijgen van de tarieven en de toenemende regelgeving op milieugebied werd efficiënte en technologisch geavanceerde behandeling van afval winstgevend. De ervaring die deze bedrijven eerder in het buitenland hadden opgedaan, kon hier snel toegepast worden. Met de technische, maar vooral financiële steun van de moedermaatschappijen, bouwden de dochters Waste Management Nederland (WMN) en BFI Nederland via een groot aantal overnames in korte tijd een sterke marktpositie op. Vooral BFI was actief op het overnamepad. De overname in 1987 van Spitman Holding in Renkum, destijds een van de grotere Nederlandse bedrijven in de markt, gaf BFI een belangrijke basis. Meer dan vijftig bedrijven werden hier ingelijfd. In iets meer dan tien jaar en na enkele honderden miljoenen aan investeringen (waarvan het grootste deel aan goodwill bij overnames) heeft BFI op afstand een leidende positie op de Nederlandse afvalverwijderingsmarkt verworven. Met een enorm wagenpark en enkele tientallen vestigingen werkt BFI in circa 150 gemeenten.

De nieuwkomers BFI en Waste Management meldden zich met zeer concurrerende prijzen bij vooral kleinere gemeenten, waar de vuilniswagens twee dagen per week noodgedwongen stilstonden. Met als gevolg dat het marktaandeel van particuliere reinigingsdiensten omhoog schoot. De grote particuliere bedrijven groeiden daarna nog wel door de overname van kleinere concurrenten. Maar de grotere gemeenten hielden de reiniging meestal in eigen hand.

De prijzenoorlog was een bewuste strategie. BFI wees er op dat door het overheidsbeleid het aanbod van afval de laatste jaren afneemt. Er is volgens het bedrijf sprake van een verdringingsmarkt.

BFI heeft ook enkele bedrijven gekocht die soms op een of andere manier in opspraak waren gekomen. Een voorbeeld was de overname van het door milieschandalen ernstig in de problemen geraakte afvalbedrijf Zegwaard uit Delft, dat nu is omgedoopt tot West Holland Milieu (WHN).