Doorprikbare ironie van Rob Scholte

Tentoonstelling: nieuw werk van Rob Scholte in Galerie Ronny Van de Velde, IJzerenpoortkaai 3, Antwerpen. T/m 14 december, di-zo 10-18u. (samen met Jan Fabre en Edward Lipski)

Rob Scholte, bekend Nederlands kunstenaar, verloor enkele jaren geleden beide benen toen zijn auto ontplofte. Dat verhaal is al klassiek. Nu Scholte in de Antwerpse Galerie Ronny Van de Velde exposeert, vroeg ik me af hoe vaak hij naar dat ongeluk zou verwijzen. Niet uit sensatie (of misschien wel een beetje), maar omdat je dat van Scholte kon verwachten. Enkele harde, cynische knipoogjes konden moeilijk ontbreken.

In één van de twaalf schilderijen bij Van de Velde is het zeer duidelijk. Het beeld toont de motor van een BMW, en een flesje waarop 'nitroglycerine' te lezen staat. U weet wel, dat spul waarmee bandieten auto's de lucht in jagen, zoals de BMW van Scholte. Boem, en benen weg. Maar natuurlijk toont Scholte niet hèt drama. Zo naïef wil hij niet zijn. Scholte vindt zich te lucide om in de emotionele zeggingskracht van het beeld te geloven. Beelden tonen nooit waar het om gaat, hoogstens tonen ze de onmogelijkheid om de werkelijkheid te vatten: op die postmoderne straatwijsheid heeft hij het patent. Dus als hij op de autobiografische toer gaat, dan liefst met ijzeren distantie. Vandaar die cleane, nietszeggende close-up van een motor, geschilderd met een laboratoriumblik.

Scholtes afstandelijkheid is fake. Het probleem is namelijk dat iedereen heel goed weet waarover het gaat. Natuurlijk gaat het alleen maar over dat ongeluk van niemand anders dan Rob Scholte, de beroemde kunstenaar die zijn benen verloor, enzovoort. Tegen die narcistische achtergrond is de opzichtige manier waarmee Scholte drama en sentiment afzweert, niet meer dan cynische stoerdoenerij.

Een tweede voorbeeld: het schilderij Obsessie. Door het open raam op de eerste verdieping van een oud huis, zien we een man voor zijn schildersezel. Het werk waar de man aan bezig is, toont een voet. Beneden voor het huis leunen schilderijen tegen de gevel en tegen de auto van de kunsthandelaar. Het zijn kubistische schilderijen waar, bij nader inzien, telkens een voet in voorkomt.

De schilder op het schilderij is een voetfetisjist, hij schildert onophoudelijk wat Scholte kwijt is. Die link is al gênant duidelijk, en het cynische parabeltje dat we er bovenop krijgen, is dat nog meer. Boven in zijn atelier is de kunstenaar nog een authentieke obsessioneel, maar amper een verdieping lager slaat de kunstmarkt toe. Wie het nog niet wist, is weer een illusie armer.

Overal heerst diezelfde doorprikbare ironie. Christina is een calvarie met speelgoedfiguurtjes, waarin de gekruisigde Christus vervangen is door een vrouw.

In La Perla spreiden gapende pareloesters hun kostbare inhoud tentoon. De zoektermen zijn 'kunst' en 'fetisjisme'. Waar een autobiografische lezing niet hoeft, blijft Scholte even plat.

Birds toont een zwerm vogels bij zonsondergang, en vermeldt rechts onderaan het copyright van Hitchcock. Authentieke kunstwerken bestaan niet, zo luidt hier de waarheid als een koe. Of 'beelden liegen', want terwijl deze zonsondergang een kalenderprent lijkt, verwijst de titel naar Hitchcocks film over mensetende vogels. Dat laatste is misschien ook een autobiografisch grapje. Zelfs het schilderij dat een zuil toont waaronder het voetstuk dreigt weg te schuiven, zou over Scholte kunnen gaan. In dat geval zou de benenloze kunstenaar zich aan onze wankele civilisatie spiegelen. Zijn ego heeft het ongeluk prima overleefd.

Scholte speelt de superieure sofist die als geen ander weet dat we in niets moeten geloven, en dat alles schijn en bedrog is. Maar wie deze impasse - én zijn eigen impasse - denkt te kunnen illustreren met de zelfzekerheid van een onheilsprofeet, bedriegt ook nog zichzelf.

Scholte verabsoluteert zijn scepsis. Hij maakt van zijn ongeloof een nieuw gouden kalf. Hij is de zwakzinnige God van de sekte der postmoderne ongelovigen, en de cynische exploitant van zijn eigen tragedie. Het enige leuke aan deze tentoonstelling is dat galerist Van de Velde en de kunsthandelaar in het schilderij Obsessie over precies dezelfde Volvo stationcar beschikken. Maar dat zal wel toeval zijn.