De zegen van een kinderschaar

Een leek heeft het voordeel dat hij van alles kan beweren, men neemt hem toch niet serieus. Bij onzin zal men hoofdschuddend lachen, en is wat hij zegt waar, maar wil men de waarheid niet horen, dan zal smalend worden beweerd dat hij duidelijk niet weet waarover hij praat.

Ik heb geen kinderen en weet dus niet hoe een ouder zich voelt. Op dat gebied ben ik een absolute leek. Desondanks durf ik te stellen dat het bijna alle ouders van kleine kinderen ontbreekt aan realiteitsbesef. In elk geval de eerste paar jaar zien de meeste ouders hun kinderen wel heel erg als hun voorstelling. Al heeft iedere buitenstaander al gauw door dat de betreffende kleintjes doorsneedreumesen of zelfs afzichtelijke, zeurderige en irritante mormels zijn, de trotse ouders laten uitvoerig blijken dat zij hen de mooiste en leukste en liefste vinden van allemaal.

Zo vertroebeld is hun blik. Dat mag natuurlijk. Sterker nog, het kan zelfs aandoenlijk zijn. Zoals het ook aandoenlijk kan zijn een peuter opgetogen te zien raken van een papieren vliegtuigje of een rolletje plakband, of een gek gezicht dat je trekt. Fijn dat jullie zo gelukkig zijn, denk je wanneer je die kinderlijk blije ouderliefde aanschouwt, en je loopt weer verder.

En dat is waar het om gaat; dit verschil. Uit liefde of sympathie voor de ouders, en anders wel uit beleefdheid, houden wij niet-ouders ons commentaar voor ons. Wij willen hun innige tevredenheid niet bederven.

Omgekeerd is dat heel wat anders, heb ik gemerkt. Ik ben 37 - en moet onderhand wel erg koppig en onnozel zijn om niet in te zien dat ik gestoord ben, of op zijn minst tegennatuurlijk. Ik wil namelijk geen kinderen.

Regelmatig informeren vrienden en kennissen die zelf kinderen hebben of het voor mij niet ook eens tijd wordt om daaraan te gaan werken. Ik antwoord dan altijd dat als het aan mij ligt, ik nooit vader zal worden. Uit de reactie die ik iedere keer krijg, een stortvloed van woorden met steeds dezelfde inhoud, maak ik op dat het een soort zendingsdrang is waaraan veel ouders van jonge kinderen lijden. Ze hebben het Geluk gevonden en moeten mij bekeren. Of ik niet weet hoe ongelooflijk, onuitsprekelijk, geweldig, gigantisch heerlijk het is om eigen kinderen te hebben. Of ik niet weet dat je je jeugd als het ware opnieuw beleeft. Dat er een vergeten wereld voor je opengaat. Hoe verrijkend het voor je is. Het onbeschrijflijk intense gevoel dat zich vanaf de geboorte van het kind meester van je maakt. Zo'n kleine hummel, van jou! Of ik niet weet hoe ontspannend het kan zijn, je met je kinderen bezig te houden. Of ik niet weet dat mijn schroom op zich misschien wel begrijpelijk is, maar dat ik mij niet kan voorstellen hoe het is om zelf kinderen te hebben. Dat ik nooit, maar dan ook echt nooit, een vergelijking mag maken met anderen die kinderen hebben, omdat die situaties absoluut niet te vergelijken zijn. Et cetera, et cetera.

Sommigen benadrukken nog dat zij eerst ook geen kinderen wilden, maar nu ze hen eenmaal hebben, is het zo leuk; ik moet het echt ook doen. Alsof ze het over een survivalweekend hebben, en niet over een minimaal achttienjarige verplichting.

    • Onno te Rijdt