Britse neolithische tempel ontdekt

LONDEN, 11 NOV. Britse archeologen hebben de resten ontdekt van een houten neolithische tempel, ouder, groter en ten minste net zo belangrijk als Stonehenge, het prehistorisch monument met zijn rechtop staande stenen. De ontdekking wordt als een van de meest opzienbarende vondsten van deze eeuw beschouwd.

De tempel bestond uit negen cirkels van ruim 500 eiken palen die allemaal hetzelfde middelpunt hadden. Die palen waren vermoedelijk tot tien meter hoog en versierd met meetkundige motieven. De gewijde plaats was omgeven door een zes meter brede sloot met een diameter van 135 meter, die in het noordoosten over een lengte van veertig meter onderbroken was. De opening was gericht naar de plaats waar de zon zou opkomen op de langste dag van het jaar.

English Heritage, een organisatie die zich over Engelse monumenten ontfermt, stuitte bij toeval op de tempel in Stanton Drew, een gehucht ten zuiden van Bristol. Het betreffende terrein werd al beschermd omdat er de overblijfselen staan van een megalithische tempel, een kleinere versie van Stonehenge. Van het oorspronkelijke monument resten nog drie cirkels van zestig staande stenen.

Medewerkers van English Heritage probeerden meer inzicht in de stenen tempel te verwerven door gebruik te maken van een apparaat dat minimale variaties in het aardmagnetisme vastlegt. Daarbij ontdekten ze dat onder de zichtbare structuur, daterend van 2200 jaar voor Christus, nog een 800 jaar oudere gedenkplaats lag begraven. Volgens Sir Jocelyn Stevens, voorzitter van English Heritage, gaat het om de resten “van de grootste prehistorische houten tempel die ooit is gevonden”.

Dr. Aubrey Burl, een van 's werelds toonaangevende deskundigen op het gebied van prehistorische monumenten, verwacht dat met behulp van geavanceerde apparatuur ook onder andere stenen cirkels, zoals van Stonehenge, de sporen van houten voorgangers zullen worden gevonden. Moderne technologie zorgt voor een archeologische doorbraak, zegt Burl. Zonder dat er ook maar één spade in de grond gaat, kan de bodem worden onderzocht.

Wat zich 5000 jaar geleden afspeelde in de tempel, is nog hoogst onzeker. Vaststaat dat de gedenkplaatsen als symbolen van macht golden. Waarschijnlijk is ook dat ze als tegenwicht voor bovennatuurlijke krachten moesten dienen. Op andere plaatsen waar overblijfselen van houten tempels zijn gevonden, zoals bij Woodhenge en Avebury, werden ook etensresten en scherven van versierde potten aangetroffen. Die sporen duiden volgens archeologen op offerandes en feesten.

    • Dick Wittenberg