Bjorkman nieuwe held Zweeds tennis

In Hannover zijn vandaag de beste acht tennissers van de wereld begonnen aan het wereldkampioenschap. De Zweed Jonas Bjorkman is een van de vier debutanten. “Ik weet zo langzamerhand waar dit spelletje om draait.”

HANNOVER, 11 NOV. Is dat nou Jonas Bjorkman? De om zijn return en doorzettingsvermogen gevreesde Zweedse tennisser, de nummer vier van de wereld? Aan een grote ronde tafel in de Messe van Hannover zit een jongeman met een vriendelijk, open gezicht en een blauw kostuum. Een bankbediende verdwaald op een persconferentie van het WK tennis. Bijna alle journalisten lopen hem voorbij en haasten zich naar de belendende tafels waar Pete Sampras en Patrick Rafter de wereldpers geroutineerd te woord staan.

Jonas Bjorkman volgt de commotie naast hem met lichte spot. De 25-jarige Zweed is in opperbeste stemming, zijn jaar kan niet meer stuk. Zondag beleefde hij het hoogtepunt van zijn carrière door voor eigen publiek tegen Jan Siemerink het toernooi van Stockholm op zijn naam te schrijven. Het was de bekroning van een formidabel seizoen, waarin hij steeg van plaats 69 naar plaats vier op de wereldranglijst. Deze week is het voor Bjorkman feest in Hannover, eind van de maand volgt in Gothenburg als toetje nog de Davis-Cupfinale tegen de VS.

“Het voelt geweldig om hier te zijn”, zegt de debutant op het onderonsje voor de beste acht tennissers van de wereld. “Tot gisteren kende ik alleen het vliegveld van Hannover van een paar tussenstops, nu hoor ik er hier opeens bij. Ik ben enorm nieuwsgierig.”

Bjorkman is een laatbloeier. De zevendejaars prof uit Vaxjo, afkomstig van dezelfde club als Mats Wilander, gold jarenlang met partner Jan Appell als een dubbelspecialist. Als enkelspeler genoot hij minder aanzien. Vijf jaar lang bivakkeerde hij in de onderste regionen van de top honderd. In 1993 speelde Bjorkman nog in de Nederlandse competitie bij Mets. “Aan mijn tijd in Scheveningen bewaar ik alleen maar goede herinneringen”, zegt hij. “Behalve aan die nederlaag in de halve finale tegen Popeye Goldstar.”

In vier jaar tijd van de Nederlandse competitie naar het WK in Hannover, hoe verklaart u die progressie?

“Wat mij verbaast, is dat ik dit jaar al zo enorm ben vooruitgegaan. Eind vorig jaar had ik nog last van mijn rechterknie en kreeg ik cortisonen-injecties. Ik had dit jaar slechts één doel: eindelijk eens een toernooi winnen. Dat ik er drie zou winnen en de nummer vier zou worden, had ik uiteraard niet voor mogelijk gehouden. Maar aan de andere kant: ik heb mijn doelen altijd hoog gesteld. De afgelopen jaren heb ik enorm hard gewerkt. Mijn techniek is beter geworden. Ik kan nu serve-and-volley spelen, maar ook vanaf de baseline een wedstrijd winnen. Ik serveer harder. Ook speel ik constanter. Maar het belangrijkste is dat ik vooral mentaal ben gegroeid. Mijn zelfvertrouwen is maximaal de laatste tijd. Hoe dat komt? Ik ben ouder geworden, heb meer ervaring. Ik weet zo langzamerhand waar dit spelletje om draait. Hoe meer wedstrijden je wint, hoe sterker je mentaal wordt. Als je mentaal zwak bent, is het moeilijk winnen.”

Hoe gaat u uw tegenstanders komend seizoen verrassen?

“Het is inderdaad eenvoudiger om zo hoog te komen dan een tijd op dit niveau te blijven. Voor Sampras maak ik een diepe buiging. Die is al vijf jaar de nummer één van de wereld. Veel jongens zullen tegen mij nu extra hun best doen vanwege de bonuspunten die ze kunnen winnen. Na de Davis-Cupfinale ga ik in mijn leunstoel een plan bedenken voor het komende seizoen. Ik ben aardig op weg, maar er zijn nog genoeg facetten aan mijn spel die ik kan verbeteren. Mijn service bijvoorbeeld, en mijn baselinespel. Van achteruit is mijn spel wel solide, maar ik mis nog een wapen. En ook al zegt Sampras dat mijn return de beste is van het circuit, ik ben ervan overtuigd dat hij echt nog beter kan.”

Heeft het succes u veranderd?

“De stemming in Zweden is duidelijk veranderd. Ik had nooit gedacht dat het zo'n verschil zou maken of je de nummer tien bent van de wereld of de nummer vier. De aandacht van de media is enorm toegenomen. Het publiek schreeuwde vorige week opeens voor me. Ik word daar blij van. De Davis-Cupfinale in Gothenburg is ook al uitverkocht - 36.000 kaartjes! Dat is voor Zweedse begrippen echt ongelooflijk. Sinds de finale Zweden-India in 1987 is zoiets niet meer gebeurd.”

Bjorg, Wilander, Edberg. Wat is het geheim van het Zweedse tennis?

“Onze mentaliteit is goed. In andere landen kunnen tennissers alleen op basis van hun talent al aanzien en respect krijgen. Bij ons krijg je pas waardering als je daarnaast ook vreselijk hard werkt. In mijn geval heeft dat enorm geholpen. Ik heb een lange weg afgelegd om te komen waar ik nu ben.”

    • Arjen Ribbens