Beursgate 5

HET AMSTERDAMSE beursschandaal breidt zich steeds verder uit. Na de inval van justitie op de beursvloer en een aantal huiszoekingen in verschillende landen, eind oktober, is de ene na de andere onthulling in de openbaarheid gekomen. Zwart geld, geheime coderekeningen, belastingfraude, handel met voorkennis, front running (vooruitlopen op grote orders).

Geziene persoonlijkheden uit het wereldje van effectenhandelaren en een adjunct-directeur van het grootste particuliere ondernemingspensioenfonds in Nederland zijn gearresteerd; De Nederlandsche Bank heeft een aantal bankiers op non-actief gesteld.

Het heeft er alle schijn van dat deze spectaculaire gebeurtenissen het topje van de ijsberg vormen, zoals minister Zalm (Financiën) vorige week op de Dag van het Aandeel zei. Er zullen dus nog meer onthullingen van schadelijke praktijken volgen. Hetgeen de vraag oproept hoe het mogelijk is dat de Amsterdamse effectenbeurs, de oudste ter wereld, zozeer verziekt heeft kunnen raken. Is Amsterdam een uitzondering - of komt Nederland nu pas tot de ontdekking dat effectenbeurzen kunnen ontsporen en dat effectenhandelaren niet vanzelfsprekend fatsoenlijk zijn?

Financiële oplichters zijn van alle tijden. John Law maakte in 1720 al furore met zijn frauduleuze South Sea Company op de beurs in Parijs. Wall Street had eind jaren tachtig enorme voorkennisaffaires, in de City speelde vorige week nog een miljoenenfraude. Tot zover niets nieuws. Maar in Amsterdam zijn de afgelopen weken bizarre zaken aan het licht gekomen. Niet alleen in Zwitserland of op de Kaaiman-eilanden is het mogelijk om er gecodeerde rekeningen op na te houden, dat mag ook bij beleggingsrekeningen in Nederland. Wat ook mogelijk blijkt: een handelaar die op staande voet bij een effectenbedrijf ontslagen wordt, kan de volgende dag bij een ander bedrijf weer aan de slag.

HEEL LANG heeft de Amsterdamse beurs geleefd in het regenteske wereldje dat het beste voor had met de samenleving en van zijn morele rechtschapenheid overtuigd was. De financiële elite van Nederland bestuurde de beurs en hield toezicht op zichzelf in verenigingsverband. Maar deze eeuwenoude structuur van zelfregulering is een anachronisme geworden. In de jaren tachtig maakten de effectenbeurzen een big bang door, ze gingen over op de elektronische handel. Computerprogramma's namen het couponknippen over. Financiële markten maakten een waanzinnige groei door en steeds meer mensen werden aangetrokken tot de beurs. Niet alleen als nieuwe beleggers, maar ook als ondernemers die hun bedrijven naar de beurs brachten en daar vermogens aan overhielden. De explosieve stijging van de beurskoersen vanaf het begin van de jaren tachtig heeft ontegenzeggelijk bijgedragen aan de sfeer van financiële zelfoverschatting. Alles kon, toch?

Daar kwam nóg een typisch Amsterdams element bij: als hoofdstad van de gedoogde drugs en bordelen trok Amsterdam geld aan. Zwart geld, crimineel geld, drugsgeld en fiscaal niet opgegeven geld dat zijn weg zocht naar de bovenwereld van horeca, onroerend goed, gokpaleizen en ook de effectenbeurs.

ONS-KENT-ONS kwam zo in aanraking met nieuwe rijken, met belastingontwijkers, met de hele en halve onderwereld. Dat zorgde voor een cultuuromslag waarop de vereniging voor de effectenhandel, laat staan de controlemechanismes, niet waren voorbereid. De Nederlandse wetgeving schoot volstrekt tekort. Pas in 1989 kwam er een wet die misbruik van voorkennis verbood. Maar de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) die werd opgericht, kreeg niet het instrumentarium om de besloten beurswereld te kunnen openbreken. Politiek Den Haag had geen belangstelling voor beurszaken en het justitieel opsporingsapparaat ontbeerde de expertise.

De STE heeft eindelijk meer bevoegdheden gekregen en zal moeten uitgroeien tot een gevreesde onafhankelijke toezichthouder. Andere praktische maatregelen liggen voor de hand, zoals een verbod op coderekeningen, de invoering van een licentiestelsel voor effectenhandelaren en verbetering van het toezicht op de beheerders van de pensioenfondsen. De informatie-uitwisseling tussen de verschillende toezichthouders - De Nederlandsche Bank, de STE en de Verzekeringskamer - moet verbeteren. Maar vooral moet het besef doordringen dat de Amsterdamse effectenbeurs geen besloten club van regenten is, maar een geïntegreerd onderdeel van de wereldwijde kapitaalmarkten. Dat vereist slagvaardig toezicht om de beurs aantrekkelijk te houden.