Argentijnse tango in de poolnacht

Voorstelling: 8 (Ocho) van en uitgevoerd door: Anne Affourtit, Bennie Bartels, Martine Berghuijs, Dries van der Post. Regie: Paul Koek. Muziek: Vincent van Warmerdam. Gezien: 7/11, Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 28/2.

Inl. (020) 421 45 42.

Een gure wind waait over het toneel, het geloei van elanden weerklinkt. Op een televisiescherm glijden besneeuwde landschappen voorbij, een grote elandskop kijkt neer op het geheel. Dit is niet bepaald een voor de hand liggende omgeving voor de gepassioneerde Argentijnse tango. Toch ontwaren we in deze poolnacht, aanvankelijk slechts vaag, de schimmen van kleumende noorderlingen: twee mannen en twee vrouwen, samengekomen om die dans op hun manier te dansen. De tango van het Noorden.

Martine Berghuijs, bekend in de Nederlandse tangowereld, en de moderne dansers Anne Affourtit, Bennie Bartels en Dries van der Post waren in Buenos Aires om de sfeer te proeven en inspiratie op te doen. Daaruit kwam 8 (Ocho) voort, de naam van een dansfiguur waarbij de heupen draaien en de voeten een acht beschrijven. Onder invloed van hun moderne dans-achtergrond is deze noordelijke variant vloeiender, zonder dat de pit verloren gaat.

Meestal worden de hoge hakken achterwege gelaten en dansen ze op blote voeten, waardoor de beweging vrijer en groter is. Dit alles op aangename, moderne tangomuziek van Vincent van Warmerdam.

Behalve over mooie en spannende dans gaat het stuk over gedragscodes in de tangosalon. Hoe laat je merken dat je met iemand wilt dansen, hoe vermijd je het lopen van een blauwtje? Een van de dames vult haar boezem op met zakdoeken om een partner aan de haak te slaan. Hij heeft het al snel door, haalt de zakdoeken er uit en laat haar teleurgesteld achter.

Daarbij verbeelden de dansers in tableau vivant-achtige intermezzo's de hoeren en pooiers in de achterbuurten waar de tango ontstond. Op gestileerde wijze wordt er verleid, geschoten en gewurgd. Er is sprake van strijd, vormgegeven in een wedren tussen de heren met de dames op de schouders. Of ze verwijzen naar het voetbal als ze dansen met been- en armbeschermers om en met gejuich op de achtergrond.

De toon is luchtig en men probeert leuk te zijn. Maar de grapjes hebben weinig om het lijf en zijn net te veel aangezet en de intermezzo's zijn niet krachtig genoeg om iets anders te worden dan een flauw toneelstukje.

Dat is jammer. Want alle vier dansers laten zien dat hartstochtelijk dansen niet voorbehouden is aan zuidelijke types. Vooral de introverte, maar zeer aanwezige Berghuijs lijkt de verpersoonlijking van de ingehouden passie die de tango kenmerkt.

    • Marianne Valkenburg