Angst voor Chinezen zit diep langs de Amoer

De presidenten van Rusland en China ondertekenden gisteren een grensakkoord. In het grensgebied verandert er intussen weinig: de Russen vrezen de Chinezen.

CHABAROVSK, 11 NOV. Sergej Aleksandrovitsj is er net zo beroerd aan toe als de geprivatiseerde kolchoze waarvan hij directeur is. In zijn naar stro ruikende kantoortje heeft hij zich bezat, en nu is hij niet meer in staat om zijn Wolga te besturen. “Tsjang!” roept hij. “Kom hier.” De kortgeknipte Chinese chauffeur is er in een tel. “Hier heb je de sleutels. Wacht op me in de auto.”

Sergej is geboren en getogen op de Russische oever van de Amoer; Tsjang op de Chinese. De drassige riviervlakte, waar het 's zomers stikt van de muggen, is aan Russische zijde verworden tot een economisch rampgebied met overstroomde aardappelvelden, lege voedersilo's en her en der het geraamte van een Sovjet-fabriek.

De schaarse arbeidsplaatsen worden ingepikt door Chinese werkzoekenden. “Chinezen houden tenminste van werken”, zegt de landbouwondernemer Sergej.

Sinds zes jaar geleden de 4.300 kilometer lange Chinees-Russische grens openging, hebben Tsjang en zijn landgenoten in korte tijd de markt van de watermeloenen veroverd. Eerst door ze uit Mantsjoerije in te voeren, later door ze te verbouwen op gepachte kolchozegrond. Bij de ingang van de 'Chinese Markt' in de Russische stad Chabarovsk ligt de laatste partij van het seizoen. Omdat ze van binnen rood zijn, is 'watermeloen' onder Chinezen tegelijk de bijnaam voor het slag Russen als Sergej, met zijn Sovjet-inborst.

Andersom spreken Russen vaak over tarakani - kakkerlakken - als ze het over Chinezen hebben. Velen zien in iedere Chinees de voorbode van een invasie. De 'tasjesmensen' die in China zijn geweest om sportschoenen of cosmetica of andere handelswaar in te slaan, zijn vol verbazing over de kraampjes waar je mussen of kikkers aan het spit kunt eten. Het gerucht gaat dat China vierbaanswegen bouwt die abrupt ophouden bij de grens. Zie je wel, zeggen de Russen, ze zijn vast van plan om die door te trekken zodra dit gebied van hun is.

De blinde angst voor de zuiderburen, die Ruslands Verre Oosten zouden 'overspoelen', is aangepraat. Op de onoverdekte 'Chinese Markt' in Chabarovsk is bijna alles Chinees, behalve de kooplui. Het zijn vooral Russen in leren jekkers die hier speelgoedtijgers en speelgoedpistolen 'made in China' verkopen. Zeker, er zijn ook Chinese handelaren, zoals de verkoper van zonnebrillen van het merk Police. Hij heet Wan Sung, maar om zich prettiger te voelen in deze Russische omgeving, laat hij zich Misja noemen.

De Chinese consul in de grensstad Chabarovsk, Hun Sheng, ontzenuwt de invasietheorie. “Per jaar komen er meer Russen naar China dan Chinezen naar Rusland”, zegt hij. Het in 1992 geopende consulaat, versierd met Chinees servies en een wandvullende poster van een waterval, ligt tussen de Amoer en het Lenin-stadion.

“Tot voor kort hadden we allebei een planeconomie”, constateert de consul. “Nu heeft China een socialistische markteconomie en Rusland een kapitalistische. We zouden veel aan elkaar kunnen hebben, maar de relatie is verre van ideaal.” De 'Operatie Buitenlander' uit 1994 ligt hem nog vers in het geheugen. In dat jaar voerden de Russen razzia's uit, waarbij meer dan honderdduizend Chinezen werden opgepakt en uitgezet.

Pagina 4: In Chabarovsk worden de Chinezen gevreesd

De held van deze schoonveeg-actie was gouverneur Jevgeni Nazdratenko, die als een regent over het gebied rond Vladivostok heerst. “Alle Chinezen lijken op elkaar”, pleegt hij te zeggen. En: “Ik heb liever Duitsers, die zijn tenminste blank.” Nazdratenko beweert dat hij het 'Chinezen-probleem' heeft opgelost: op een bevolking van 2,2 miljoen heeft hij slechts 8.292 Chinezen een werkvergunning verleend.

De gouverneur is een aanhanger van de Groot-Russische gedachte en ziet in de 19de eeuwse veroveraar Nikolaj Moeravjov zijn inspirator. Die wist het zwakke China in 1858 een grensverdrag op te dringen, waarbij de Chinese invloed tot aan de Amoer en de Oessoeri werd beperkt. De nederzetting Chabarovsk, waar beide rivieren samenvloeien, groeide uit tot een Russische stad, al was een kwart van de bevolking rond de eeuwwisseling van Aziatische komaf.

De Amoer en de Oessoeri zijn nog steeds grensrivieren maar de precieze afbakening is steeds een bron van conflict gebleven. In 1969 vochten Chinese en Sovjet-soldaten een mini-oorlog uit om een dozijn eilandjes in de Oessoeri, waarbij dertig doden vielen. Nog dit voorjaar marcheerden Russische nationalisten door Chabarovsk, vergeefs protesterend tegen het voornemen van president Jeltsin om deze met struikgewas begroeide kiezelbanken aan China terug te geven.

Feller verzet tegen het uit 1991 stammende Chinees-Russische verdrag over 33 betwiste lapjes grond komt van gouverneur Nazdratenko.

Voor het jaar om is moet hij een braakliggend stuk grond van 300 hectare langs de Toemen-rivier teruggeven. De monding van die rivier is het drielandenpunt tussen Rusland, Noord-Korea en China, al grenst China op die plek net niet aan zee. Peking heeft die 300 hectare nodig om op de rivieroever een containerhaven te bouwen, en is al begonnen met het intekenen van een kanaal.

De Russen vrezen dat Vladivostok de concurrentie met een Chinese haven aan de Stille Oceaan niet aan kan. Gouverneur Nazdratenko meent dat het voortbestaan van heel Oost-Siberië op het spel staat. De kozakken dreigen hun antieke wapentuig op te nemen. Een Russische generaal-majoor nam ontslag met de woorden: “Ik weiger grenspalen te verzetten. Ik sta niet toe dat mijn kleinkinderen over mij zullen zeggen dat ik Rusland heb uitverkocht.” Desondanks heeft president Jeltsin gisteren in Peking het demarcatieverdrag definitief bezegeld.

Vorig weekend is de brede Amoer dichtgevroren, waardoor de veerdienst van Chabarovsk naar het stroomopwaarts gelegen Feyuan in China tot de lente uit de vaart is. Vanaf nu is er een helikopterdienst die voor 500.000 roebel (180 gulden) een personenauto plus passagiers naar de overkant tilt.

Peking heeft haast bij het openleggen van Ruslands Verre Oosten - niet als wingewest, maar als afzetmarkt. Als er in deze streek al sprake is van een Aziatische invasie, dan komt die van de Japanners en Zuid-Koreanen, die in Chabarovsk een gloednieuwe televisiefabriek hebben gebouwd. Vier van elke vijf buitenlanders in de stad zijn Japanners. Je komt hen vooral tegen in Hotel Sapporo, waar zelfs de wc-bril verwarmd is.

Maar het meest zichtbare teken van de Japanse ecomische expansie zijn de tweedehands Toyota's, Honda's en Suzuki's met het stuur aan de rechterkant. In Vladivostok, waar ze met scheepsladingen tegelijk aan land worden getakeld, beheersen ze het straatbeeld: de smalle wegen zitten ermee verstopt. Ook in Chabarovsk moeten de Lada en de Wolga terrein prijsgeven. Toen vrijdag de laatste pont over de Amoer vertrok was deze afgeladen met Japanse auto's.

    • Frank Westerman