Zapman

Elk moment kan het zover zijn dat de beschaving een regeling treft voor honden die hun poep zomaar op de stoep deponeren. Ik voel het gewoon als ik vanuit mijn raam op straat kijk en ik zie overal die hoopjes liggen: deze barbaarse toestanden hebben hun langste tijd gehad. Ik weet niet of ik het zelf nog mag meemaken, maar neem van mij aan, de hondendrol is straks een antiquiteit. Als ze kikkers zonder hoofd kunnen maken, dan moet honden zonder poep ook te doen zijn.

Net zo zeker weet ik dat de beschaving ook een oplossing gaat vinden voor het hopeloos achterhaalde verschijnsel van de shirtreclame. Voetballers over het veld laten rennen als reclamezuilen van textiel, achterlijke toestanden zijn dat. Zou er nou echt een keuken extra worden aangelegd, of een bankrekening meer worden afgesloten om wat daar geplooid en gekreukeld heen en weer hobbelt? Het doet nog pijn ook, je tepels gaan ervan schrijnen.

De reclameteksten zijn als stugge lapjes op de shirts genaaid. In het vuur van het spel draaien en wenden de shirtdragers en ondertussen schuren die stugge lapjes over hun vel. Sommigen plakken hun tepels voor de wedstijd af met tape, maar dat is nauwelijks een verbetering te noemen als je toevallig met een gezonde dosis borsthaar gezegend bent. De enige maatregel die zoden aan de dijk zal zetten, is gelijk met de sliding-tackle ook het koppen af te schaffen. De wetenschap heeft allang bewezen dat koppen tot hersenbeschadiging leidt.

Zet de voetballers een helm op het hoofd en plak daar die reclame-uitingen tegenaan. Bovenop de helm kan dan meteen een kleine camera gemonteerd worden, zodat we de wervelendste acties vanuit een net zo wervelend perspectief kunnen bewonderen. We schakelen nu even over naar het hoofd van Jean-Paul van Gastel. Dat is nou raar, waar komt al dat water vandaan? Jean-Paul staat onder de douche, dat moet het zijn, zeker vergeten zijn helm af te zetten. Hé, wie is dat die daar achter de stoomwolken vandaan komt, in die lange regenjas? Dat lijkt Leo Beenhakker wel. Wat komt die doen? Kijk, zijn mond gaat open, hij gaat iets zeggen, hij komt de jongens opbeuren: “Die moet je hebben, Jean-Paul. Die moet je winnen. Goed zo, jongen. Tuurlijk. Altijd.” (NED2, 20.37 uur)

    • Hans Aarsman