Shorttrackster via ziekenhuis naar Nagano

DEN HAAG, 10 NOV. De weg naar Nagano slingerde in het weekeinde voor Ellen Wiegers via de ijspiste, het ziekenhuis en de tribune van De Uithof in Den Haag. Daar werd de afgelopen drie dagen gestreden om tickets voor de Olympische Spelen, die in februari in Nagano worden gehouden. Wiegers kwam vrijdagavond ten val bij de kwartfinale van de 1.000 meter. In het ziekenhuis werd een kniewond met een twaalftal hechtingen gedicht. Dat de nationale kampioene de resterende twee dagen slechts kon toekijken, stond haar kwalificatie voor de Winterspelen echter niet in de weg.

Landgenoten en bevriende collega's uit andere landen toeschreeuwen, dat kostte Wiegers zaterdag en zondag nog de meeste energie. Vanaf de tribunes zag de Twentse ook hoe haar vervangster, Maureen de Lange, voldoende punten verzamelde om het olympische startbewijs van Wiegers veilig te stellen. De Langes tweelingzus Melanie knapte het werk op voor Anke Jannie Landman, die geveld door een rugblessure de eerste twee dagen niet in actie kon komen.

“Ik lag op kop en wilde het tempo opvoeren”, reconstrueert de zeventienjarige Wiegers de inleiding tot haar val, veroorzaakt door de Britse Debbie Palmer. “Toen pakte die Engelse me bij de arm, maar ik hield haar af. Anderhalve ronde later zat ze schuin achter me en deed ze een inhaalpoging waar dat helemaal niet kon, voor het ingaan van de bocht. En ik ben nu eenmaal iemand die niet snel zijn plaats afstaat en toen vielen we. Toen ze van de boarding terugkwam, raakte ze met een schaats in mijn knie.”

Het schaatsijzer van Palmer sneed dwars door de kniebeschermer van Wiegers knie. “Ik zag wel dat er iets kapot was, maar ik wilde die rit toch uitrijden. Ik had pijn en kon niet meer diep zitten.” Ze haalde de finish en behaalde zodoende toch nog punten die nodig waren om bij de eerste twintig na de 500 en 1.000 meter te eindigen. Maureen de Lange maakte voor Wiegers het karwei af. “Natuurlijk had ik dat liever zelf gedaan”, zegt ze op de tribune, met het linkerbeen gestrekt over de stoel voor haar.

Wiegers, eerder dit jaar tweede bij de Europese Kampioenschappen in het Zweedse Malmö, vindt het jammer dat de sport waarin zij uitblinkt zo weinig aandacht trekt. “En als er eens over shorttrack geschreven wordt”, zegt Wiegers over de belangstelling van de geschreven pers, “is het altijd negatief, dan gaat het altijd over valpartijen.” Gezeur vindt ze het maar. De vraag of ze in haar zevenjarige carrière al veel onderuit is gegaan, beantwoordt Wiegers met het ophalen van haar schouders. Haar gelaatstrekken drukken verveling en desinteresse uit. “Wat is veel. Bij het langebaanschaatsen vallen ze ook. En hoe vaak vallen ze wel niet bij het voetballen? Als je als shorttracker bang bent om te vallen, moet je maar een andere sport gaan beoefenen.”

Als de Russin Marina Pylaeva voorbij flitst, zegt Wiegers: “Zij heeft bij een val ook een keer een schaats in haar gezicht gehad. Als je er over gaat nadenken dat je kunt vallen, ben je verkeerd bezig. En als er dan eens iemand valt, wordt het meteen in de krant gezet.”

Terwijl ze langs de kant met een zere knie werkeloos moet toezien, krijgt ze van bondscoach Willy O'Reilly schouderklopjes en hoort ze peptalk aan van KNSB-voorzitter Wim Schenk en KNSB-bestuurder annex chef de mission bij de Winterspelen Ard Schenk. Zielig is de studente aan de detailhandelschool in Almelo niet, maakt ze duidelijk. Wie Wiegers compassie wil tonen, is aan het verkeerde adres. Niemand hoeft medelijden met haar te hebben. “Ik ben niet iemand die gaat zitten pruilen, daar houd ik absoluut niet van.”

Wiegers wordt beschouwd als de nieuwe Monique Velzeboer, de beste shorttrackster die Nederland ooit heeft gehad. “Het is gewoon fantastisch als je naar de top kunt rijden en elke keer een stapje dichterbij komt”, zegt Wiegers. Haar motor is “de wilskracht om te winnen”. Haar ijzersterke conditie, tactisch inzicht en sprintvermogen doen de rest. Niets gaat voor de Twentse boven “het schuin hangen, het vliegen door die bochten en het loeren op inhaalpogingen. Het gaat steeds beter en steeds harder. Alles wat hard gaat vind ik mooi.”

Wiegers wil “supergraag” naar Nagano, de Japanse stad waar ze in maart nog een juniorenwereldrecord op de 500 meter vestigde. “Maar als iets me zou tegenhouden, moet ik dat incasseren. Er zijn ook andere mooie toernooien, zoals EK en WK. Ik zie overal de positieve kant van in. Negatief denken, daar heb je niks aan.”

Bij het afscheid werpt Wiegers nog een ongevraagd advies toe. “En eh, geen negatief stukje hè?”

Zaterdag zorgden vier Nederlandse shorttrackers voor het maximale aantal van zes startbewijzen voor de Olympische Spelen. De zusjes Maureen en Melanie de Lange eindigden als vervangsters van de geblesseerde Ellen Wiegers en Anke Jannie Landman na de 500 en de 1.000 meter bij de eerste twintig, goed voor drie startplaatsen. Bij de mannen leverden Dave Versteeg en Joost Smit dezelfde prestatie. Zaterdag verbeterde Versteeg tweemaal het Nederlands record op de 500 meter. In de halve finale, waarin hij werd uitgeschakeld, realiseerde Versteeg met 43,609 seconden de snelste tijd. De vrouwen-estafetteploeg, met Landman, plaatste zich gisteren voor Nagano, de mannenploeg van bondscoach O'Reilly slaagde daar niet in.

    • Ward op den Brouw