'Rode rots' Maria bij Jeruzalem gevonden

TEL-AVIV, 10 NOV. In aanwezigheid van de Grieks Orthodoxe patriarch Diodoros de eerste van Jeruzalem hebben Israelische archeologen gisteren de ontdekking van de 'rode rots' wereldkundig gemaakt. De maagd Maria heeft volgens christelijke overleveringen in gezelschap van Jozef op weg van Nazareth naar Bethlehem om daar Jezus te baren enige tijd op deze rots gerust.

De rots, ter grootte van twee bij vier meter, is gevonden in het midden van een in de achtste eeuw verwoeste Byzantijnse kerk. Met het opgraven van deze voor christenen belangrijke heilige plaats op de weg van Jeruzalem naar Bethlehem zijn ook delen van de mozaïeken vloer van de kerk bloot gelegd.

In 1992 werden bij werkzaamheden aan een weg de eerste tekenen gevonden van een Byzantijnse kerk ter plekke. De internationaal omstreden bouw van een grote joodse wijk bij Har Homa in Jeruzalem, nabij Bethlehem, heeft bij toeval tot de ontdekking van de 'rode steen' geleid. Een aannemer legde er een onwettige waterleiding aan. Tijdens de graafwerkzaamheden stuitte hij op de vloer van de kerk. Daarna werd de 'rode steen' gevonden.

Volgens Israelische archeologen gaat het om een van de belangrijkste christelijke opgravingen in Israel. De verwachtingen is dat de 'rode steen' een nieuwe bedeplaats zal worden en bij viering van de tweeduizendste geboortedag van Christus veel pelgrims zal trekken. De gevonden Byzantijnse kerk werd in de vijfde eeuw gebouwd en na de Arabische verovering van Palestina verwoest. Het bestaan van de kerk en de 'rode rots' ook wel 'kathisma' (zetel) genoemd was echter aan archeologen uit christelijke documenten bekend.