NOSTALGIE IN TIJD VAN TEGENSPOED

Na acht nederlagen op rij behaalde Volendam een punt tegen Feyenoord. Is er dan toch nog redding mogelijk voor de club uit het vissersdorp? “Volendammers zijn vreemde mensen”, zegt Pé Mühren. “Ze streven altijd het hoogste na. Maar als dat niet lukt, haken ze meteen af.”

Nostalgie fungeert in Volendam als een warme deken in tijden van tegenspoed. Geen wonder dat het magazine van de lokale voetbalclub met weemoed herinneringen ophaalde aan een legendarisch duel met Feyenoord uit het seizoen 1962-1963, toen Volendam door doelpunten van Smit, Zwarthoed, Schouten, Kras, Tol en Pelk het illustere elftal met Moulijn en Kreyermaat in de eigen Kuip met 5-2 vernederde. Maar hoewel het cynisme hoogtij viert in Volendam, weigert zelfs oud-stadionspeaker Pé Mühren zijn club af te vallen. Met warme stem leest hij nog eén keer een gedicht voor, zoals hij dat 59 jaar voor elke thuiswedstrijd heeft gedaan. Zoals op 21 januari 1996 voor het duel met Feyenoord.

“De Haan jaagt in het kippenhok twee kippen van zijn toom op stok, 't zijn Rob Witschge en Regi Blinker, 't wordt voor die twee nu wel wat linker, Feyenoord staat, o welk een straf, wel 20 punt van Ajax af, maar troost u, wij zijn ook niet aan het stunten, wij staan op 38 punten, dat is wel eventjes wat meer, en dan gaan we in de weer, en dan is 't voor ons te hopen, dat wij wat puntjes in gaan lopen. Maar mocht de Haan geen koning kraaien, dan zal er morgen in De Kuip wat zwaaien.”

Een stichtelijk woord als bron van inspiratie voor een ploeg in nood, want hoewel Volendam meer verdiende dan het 0-0 gelijkspel tegen Feyenoord, wenkt nog immer het perspectief van degradatie naar de eerste divisie. Uitgerekend dit seizoen staat voor het eerst sinds twintig jaar weer een rasechte Volendammer aan het roer in een dorp “met vijfduizend trainers.” Dick de Boer werd de afgelopen maanden echter beschimpt, uitgelachen en vol leedvermaak nagewezen.

Had de 48-jarige opvolger van Hans van der Zee immers niet zijn beschermde, maatschappelijke status opgegeven voor een hondenbaan bij de hekkensluiter van de eredivisie? De weg terug naar school is definitief afgesneden voor de stoere verdediger van weleer. “Maar als ik het idee heb dat ik niet functioneer als coach van Volendam, als ik niets kan toevoegen aan de groep, heb ik helemaal geen leven meer. Dan voel ik me wellicht gelukkiger aan de lopende band in een fabriek.”

Eenzaam is de trainer zonder succes. “Ik raakte in elk geval veel kennissen kwijt. Het leek de laatste tijd wel of mijn telefoon was afgesneden.” Vandaag kan De Boer het volk eindelijk weer onder ogen komen na de remise met het Feyenoord. Ook verbaal toonde De Boer zich niet de mindere van zijn collega Beenhakker. “Ik vond het jammer dat de zon zo snel onder ging”, verklaarde hij onder grote hilariteit. Beenhakker, grijnzend: “Jij bepaalt in Volendam toch de stand van de zon?” De Boer: “Voor rust hadden mijn spelers de grootste moeite met het felle licht. Ze zagen alleen maar schimmen. Ik hoopte dat we Feyenoord-doelman Dudek ook wat meer bij hoge ballen tegen de zon in hadden kunnen laten kijken.”

Maar was de trainer van Volendam niet bitter gestemd bij de gedachte dat zijn elftal met dat ene punt weinig is opgeschoten? De Boer, ironisch: “Fantastisch. Dat heb je goed gezegd.” De repliek van Beenhakker: “Jullie moeten van plaats wisselen.” De Boer: “Ik hoop dat dit gelijkspel de toon heeft gezet voor een betere toekomst. Volendam staat stijf onderaan en Feyenoord behoort nog steeds tot de sub-top. Dat verschil heb ik niet kunnen zien. Maar het zelfvertrouwen bij mijn spelers is nog heel broos.”

De geblesseerde Volendamse spelmaker Steur, ooit actief bij Feyenoord, had de Rotterdammers “nog nooit zo slecht zien spelen”. Maar Steur besefte ook dat Beenhakker meer fondsen tot zijn beschikking heeft dan de penningmeester van Volendam. “Als wij de reserves van Feyenoord zouden willen opstellen, is onze bank al failliet.” Daarom zal Volendam zich volgens Pé Mühren ook nimmer kunnen meten met de top van Nederland. “Louis Davids zong het al lang geleden. Ook hij wist dat een kwartje niet kan winnen van een ton.”

De vechtlust van de club, die een tribune naar hem heeft vernoemd, had Mühren aangenaam verrast. Hij ergert zich namelijk aan de mentaliteit van de huidige generatie. “Jochies van zestien, zeventien jaar oud willen eerst een auto onder hun kont, anders spelen ze niet. Toch zal Volendam zich handhaven in de eredivisie, daar ben ik van overtuigd. Het probleem is niet dat wij geen talenten meer voortbrengen. Onze club weet echter dat een topper snel uit het dorp vertrekt. Volendammers zijn bovendien vreemde mensen. Ze streven altijd het hoogste na. Maar als dat niet lukt, haken ze ook meteen af. Met middelmaat neemt niemand hier genoegen.”

Dat realiseerde trainer De Boer zich meteen, toen de Joegoslaven Samardzic en Govedarica Volendam verlieten. Met bloedend hart nam de coach tevens afscheid van zijn doelman én schoonzoon Zoetebier, die tegenwoordig bij het Britse Sunderland wegkwijnt op de reservebank. Het verlies aan kwaliteit in de selectie beschouwt De Boer als de belangrijkste oorzaak van het verval. “Desondanks geloofde ik in de mogelijkheden van het huidige elftal” mijmerde De Boer.

“Het begin was hoopgevend. Vervolgens kregen we in drie wedstrijden vijftien goals tegen, de een nog knulliger dan de ander. Als ik onze 32 tegendoelpunten analyseer, ga ik bijna denken dat we er 25 met opzet hebben weggegeven. Plotseling leed Volendam onder het stigma dat het niet meer kon verdedigen. De sfeer werd slechter en geen enkele speelwijze leverde resultaat op.”

Gentile kwam de verdediging versterken. De langdurig geblesseerde Boogers moet Volendam aan doelpunten helpen. Waarom heeft Volendam zo lang gewacht met het aantrekken van nieuwe spelers? De Boer, na een diepe zucht: “Volendam heeft een goedwillend bestuur. Maar net als bij andere clubs moet het kalf eerst bijna verdronken zijn voor er wordt ingegrepen.”

Volgens De Boer kan een leek zien dat Volendam over te weinig kwaliteit beschikt. “Ik had natuurlijk kunnen opteren voor de Wiel Coerver-methode door te roepen dat van dit elftal niets mag worden verwacht. Maar dat kon ik ten opzichte van de spelers en het publiek niet maken. Ik had de illusie dat ik onze tekortkomingen met gerichte trainingen kon camoufleren. Op een gegeven moment riepen de spelers ook zelf het noodlot over zich af. Bij een achterstand vreesden ze meteen een nederlaag en dat gebeurde dan ook. Gelukkig hebben de jongens tegen Feyenoord karakter getoond.”

Maar waar blijven de nieuwe talenten uit de ooit zo beroemde jeugdopleiding, die illustere voetballers voortbracht als Tol, Jonk en de gebroeders Mühren? De Boer, laatdunkend: “Heerenveen pronkt al twintig jaar met zijn fantastische jeugdopleiding, waar miljoenen guldens in wordt gepompt. En wat doet die club? Het haalt twintig jochies bij een zaterdag-amateurclub vandaan en koopt Samardzic van Volendam. Zelfs Ajax telt veertien buitenlandse spelers. Geloof me: als je per lichting twee talenten van eigen bodem naar de A-selectie kunt overhevelen, ben je spekkoper.”

Volgens De Boer zijn Mans en Molenaar potentiële basisspelers. Daar mogen we trots op zijn, want Ajax speelt hier maar tien minuten vandaan. Ons allergrootste talent speelt nu bij de D-pupillen van Ajax. Dat kereltje is pas negen jaar oud en speelt nu op tien, zoals ze dat bij Ajax zeggen. Ik vind het een schande dat kinderen al op zo'n jonge leeftijd worden weggehaald uit hun eigen omgeving. Tegen een dergelijke concurrentie valt toch niet op te boksen? Ik kan een ventje van negen jaar toch geen langjarig contract laten ondertekenen?''