Moeilijk kiezen op eerste Lezersfeest Rotterdam

In Rotterdam beleefde het Lezersfeest afgelopen zaterdag zijn eerste editie. Zoiets als het Amsterdamse boekenbal maar dan voor een breder publiek, dat moest het worden. Harry Mulisch was er, Hugo Claus ook, en Fay Weldon en Remco Campert.

ROTTERDAM, 10. NOV. Helga Ruebsamen is de leeftijd waarop je voor computer whizzkid kunt worden aangezien gepasseerd. Toch is de schrijfster zaterdagavond naar het eerste Lezersfeest in Rotterdam gekomen om haar liefde voor Internet te belijden. “Op het net kun je je fantasie uitleven”, zegt ze, zittend op een podium vol monitoren. “Met e-mail kun je je als een heel ander personage voordoen, omdat niemand je kan zien. Je doet, kortom, wat een schrijver ook doet.” Ze brengt nog niet zo heel veel tijd door op Internet omdat ze de afgelopen jaren te druk was met het schrijven van haar laatste boek, maar, zegt ze vastbesloten: “Binnenkort ga ik een femme fatale het net op sturen.”

Marcel Möring bekent even later ook een hartstochtelijke computergebruiker te zijn. “Ik houd van computers”, zegt hij. “Zonder computer had ik twee jaar langer gedaan over In Babylon, mijn laatste boek.” Maar de Rotterdamse schrijver heeft een enorme hekel aan lieden die verkondigen dat computers de wereld verbeteren. “Het effect van de computer is vergelijkbaar met dat van de tampon: het is een handig ding als je het nodig hebt.” Hij denkt niet dat het boek ooit zal verdwijnen: “Het papieren boek is altijd gebruiksklaar, goedkoop en behoeft geen jaarlijkse upgrades.”

De bibliotheek aan de Blaak in Rotterdam, sinds de opening in 1983 een opvallend gebouw in het centrum van de stad, was aan vernieuwing toe, vond directeur F. Meijer. Voor vier miljoen gulden kreeg het gebouw onder andere een grote nieuwe hal. Om de ingebruikneming te vieren, was afgelopen zaterdag het eerste Lezersfeest georganiseerd. Zoiets als het Amsterdamse boekenbal maar dan voor een breder publiek, dat moest het worden.

Het programma op de vier podia is zo vol dat de liefhebbers voortdurend lastige keuzes moeten maken. Tussen Hugo Claus en Fay Weldon bijvoorbeeld. Om elf uur leest de Vlaamse auteur een erotisch gedicht voor in de overvolle nieuwe hal - het feest wordt bezocht door ruim 2500 mensen - terwijl de Engelse schrijfster op de tweede verdieping wordt ondervraagd door Emma Brunt. Beneden interviewt journaalpresentator Philip Freriks aan de lopende band schrijvers. Remco Campert vertelt dat hij volgend jaar weer “een prozawerk van langere adem” hoopt af te ronden. Tim Krabbé praat over het bezoek dat hij zojuist samen met twintig andere Nederlandse schrijvers bracht aan Göteborg, waar Nederland 'Schwerpunkt' was op een boekenbeurs. “Iemand vroeg me daar hoe het komt dat Nederland zo groot is in de literatuur. Dat denken ze daar dus”, zegt Krabbé, wiens nieuwe boek De Grot net is verschenen. Het gaat ook heel goed met het Nederlandse boek, vindt hij. Het enige dat nog ontbreekt is een Nobelprijs voor een Nederlandse schrijver, maar, zo voegt hij daar aan toe, daar kunnen we zelf wat doen, want: “De Nobelprijs is een lobbybare prijs.”

Het toeval wil dat twee van de belangrijkste kandidaten voor de Nobelprijs die het Nederlandse taalgebied rijk is ook in Rotterdam aanwezig zijn: Hugo Claus en Harry Mulisch. Het interview met de twee nestoren van de Nederlandstalige literatuur besluit rond middernacht een mooi programma vol klinkende namen, waarna er nog lang gedanst kan worden. Het enige dat jammer is aan het Lezersfeest is dat een groot aantal bezoekers niet gekomen lijkt te zijn voor de schrijvers. Misschien was het ook niet zo'n goed idee om op tien meter van het belangrijkste podium een bar in te richten. In ieder geval wordt de verstaanbaarheid van de sprekers ernstig bemoeilijkt door het voortdurende geroezemoes en glasgerinkel.

Hugo Claus is er zichtbaar wat geïrriteerd door, maar wordt vrolijker als hij samen met Mulisch jeugdherinneringen mag ophalen. De laatste vertelt hoe de twee elkaar eind jaren vijftig ontmoetten: “Ik stak in Haarlem een straat over en werd bijna aangereden door een lesauto. Toen ik mij net kwaad wilde gaan maken, zag ik een prachtige blonde vrouw achter het stuur, naar later bleek Hugo's toenmalige vriendin.” Dus constateert Philip Freriks: “Jullie hebben elkaar leren kennen omdat je probeerde de vriendin van Hugo te versieren”. Vervolgens wil de interviewer weten of de twee schrijvers ooit nog ruzie hebben gekregen over deze Ellie, waarop Claus antwoordt: “Ruzie over een dame? Het gebruik van de puntkomma, daar maken wij ruzie over.”

    • Jeroen van der Kris