Jongeren Anderlecht hebben niets te verliezen

De Brusselse gemeente Anderlecht was in het weekeinde toneel van straatgevechten, nadat vrijdagavond een drugsdealer van Marokkaanse afkomst door de politie werd doodgeschoten.

ANDERLECHT, 10 NOV. Kapotte winkelruiten en een auto met verbrijzelde ruiten. De keien liggen nog op de achterbank. Mohammed (19) overziet het slagveld in de Anderlechtse Broyèrestraat. Met zijn moeder gaat hij een zondags bezoek brengen aan zijn tante. Zaterdagavond was hij hier ook, met zijn neven op straat. “Om onze vriend te wreken. De politie kan niet zo maar mensen doodschieten.” Zijn moeder begrijpt zijn woede, maar wie zal voor de vernielingen opdraaien? Niet de politie.

De afgelopen avonden werd in deze buurt een straatoorlog uitgevochten. Kordons agenten zetten zaterdagavond de Bergensesteenweg af, nadat er twee auto's waren uitgebrand. Tegenover de gehelmde agenten stonden tientallen jongens, sjaals over mond en voorhoofd. Af en toe rukten ze op en gooiden joelend met stenen en blikjes. Even later voerde de politie een charge uit, wapenstok en traangas in de hand. Daarna begon het spel opnieuw. Steeds meer agenten werden aangevoerd, twee brandweerwagens gierden door de straat. Uit de ramen hingen mensen. “Dit is heel erg”, riep de eigenaar van een inderhaast gesloten Libanees restaurant uit zijn raam. “We zijn door jongeren bedreigd.” Gisteravond was het rustiger in Anderlecht, nadat de politie meer dan 120 jongeren had opgepakt.

De rellen van afgelopen weekeinde waren een actie van plaatselijke drugsbendes, oordeelde gisteren minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte. Geen uiting van algemeen ongenoegen bij de Marokkaanse gemeenschap, maar een kleine guerrilla van drugsdealers die zich wilden wreken omdat de politie de afgelopen maanden de strijd opvoerde. Maar straathoekwerkers en een instructeur van de Brusselse politieschool, die veel met migranten werkt, spraken hem tegen. Volgens hen ging het om een dieper sociaal-economisch ongenoegen. Om jongeren die hun agressie richtten tegen de politie, die symbool is voor een maatschappij die hun weinig te bieden heeft. “De grote werkloosheid”, noemde gisteren ook een patrouillerende wijkagent in Anderlecht als diepere reden voor de rellen. Jongeren hebben het gevoel dat ze weinig te verliezen hebben, ze hebben toch geen uitzicht op werk.

De schietpartij van vrijdagavond, waarbij een 24-jarige Marokkaan omkwam die eerder wegens drugshandel was veroordeeld, was volgens de politie wettige zelfverdediging. Maar jongeren namen met die uitleg geen genoegen.

Pagina 5: 'Burgeroorlog dreigt tussen Marokkanen en Belgen'

Het is niet de eerste keer dat jonge migranten in Brussel de straat op gaan, nadat de politie een buitenlander neerschoot. In Molenbeek was het vorig jaar een tijd onrustig nadat een Bosniër was doodgeschoten. Ook in 1995 waren in deze gemeente rellen, nadat een Turkse jongen zwaar gewond was geraakt bij een politiecontrole. En in mei 1991 waren er gevechten tussen jongeren en politie na een uit de hand gelopen identiteitscontrole in de gemeente Vorst.

Rachid, Mohammed en Khaled waren zaterdagavond uit het centrum naar Anderlecht gekomen, waar ze zich verschansten in een zijstraat van de Bergensesteenweg. Af en toe liepen ze naar de politie, die hen met de wapenstok terugduwde. “Zie je hoe ze ons als honden behandelen”, riep Rachid verontwaardigd. Het drietal zegt zich af te reageren op wat de politie hun in het verleden aandeed. “We worden telkens op straat gecontroleerd. Moeten onze identiteitskaart laten zien, worden gefouilleerd en uitgescholden.” Khaled volgt een technische opleiding. “Maar we krijgen toch geen werk.” Een jongen die passeert, roept: “Dit is een politiestaat, zonder rechten voor immigranten. Schrijf dat maar op. De tijd om te praten is voorbij, we moeten handelen.” Verderop, in het Anderlechtse Astridpark, ging de zaterdagse voetbalwedstrijd gewoon door, zonder rellen. Anderlecht won met drie-een.

Anderlecht is een verpauperde gemeente, ten westen van het centrum van Brussel. Het oorspronkelijke dorp dateert van de tiende eeuw, inmiddels is het aan de stad vastgegroeid. Een kwart van de ongeveer 90.000 inwoners is buitenlander, veelal Marokkanen die vooral in de wijk Cureghem bij het sombere Zuidstation wonen. De statige herenhuizen van rond de eeuwwisseling zien er sjofel uit. Veel kledingzaken zijn er gevestigd, waarvan vele het afgelopen weekeinde gebroken ruiten moesten incasseren. De vele opengebroken straten boden een scala aan projectielen. Ook ramen van het negentiende-eeuwse gemeentehuis sneuvelden. Geplunderd werd er nauwelijks.

“Toen wij hier kwamen, waren we kalm. Wij hadden nooit problemen.” Mohammed Saidi (63), witte baard en wollen mutsje, woont meer dan twintig jaar in Anderlecht. Hij is gelukkig met zijn buurt, dichtbij het station en bij het abattoir met 's zondags “de beste markt van Brussel”. Saidi werkte bij de metro, nu is hij met pensioen. Hij begrijpt de woede van de jongeren. “De politie had die man niet mogen doden. Wat had hij bij zich, 50 gram?” Toch keurt hij het geweld af.

Bloemen liggen op de plek waar vrijdag de drugsdealer werd doodgeschoten. Bosjes, maar ook uit potten gerukte chrysanten. “Gerechtigheid voor Said”, staat op een poster. “Ik hield van een jongen”, heeft iemand er overheen geschreven. Een echtpaar met drie kinderen legt bloemen neer. “Ze hadden geen recht om te schieten”, zegt de vader. “Als dit zo doorgaat, krijgen we een burgeroorlog van Marokkanen tegen Belgen.” Mannen mengen zich in het gesprek. “Vijftien schoten, een in zijn hart, dat is niet normaal. Zelfs als het een drugshandelaar was.” Een ander: “We hebben er genoeg van. Er is hier niets. Geen sportclub, zoals in rijke gemeenten.” Maar vernielingen brengen toch geen oplossing? “Dit is haat, mevrouw, wat wilt u dat de jongeren doen? Als er geen rellen waren geweest, was de zaak nu al vergeten.”

Gistermiddag verplaatsten de rellen zich naar de meer noordelijke gemeente Schaarbeek, waar een herdenkingsmars werd gehouden, aanvankelijk bedoeld ter nagedachtenis aan een jonge Marokkaan die vijf jaar geleden door de politie werd doodgeschoten. De demonstratie groeide uit tot een woelige betoging van zo'n vijfhonderd jongeren tegen de politie. “Rijkswachters, moordenaars” scandeerden ze, gebalde vuisten in de lucht. En: “Werk, werk, werk.” Bij het gemeentehuis vlogen stenen door de ruiten. Daarna trokken de jongeren naar het centrum van Brussel, een spoor van vernieling achterlatend.

Bij het Anderlechtse metrostation Clemenceau evalueert een groepje jongens het afgelopen weekeinde. Racisme was de reden voor de schietpartij vrijdagavond - daarover zijn ze het roerend eens. “Wij willen geen racisten bij de politie.” Ze hebben de Belgische nationaliteit, maar voelen zich Belg noch Marokkaan. Op de vraag of ze wel eens in het jeugdhuis komen wordt honend gereageerd. “Daar mogen we niet meer in sinds het een jaar geleden is vernield. Alleen ouders mogen naar binnen. Ha, een jeugdhuis voor ouders.” Dan moeten ze snel weg, naar het journaal kijken. “Zien of ze de waarheid vertellen.”

    • Birgit Donker