Investeringsbank slaat de vleugels uit

De Europese Inves- teringsbank is de grootste zelfstandige 'geldnemer' ter wereld, zegt vice-president dr. R. de Korte. Zijn bank gaat haar vleugels uitslaan met leningen voor infrastructurele- en milieuprojecten.

BRUSSEL, 10 NOV. Enige onrust ging door het perscentrum op het Amsterdamse Frederiksplein midden juni, toen bekend werd dat de vijftien staats- en regeringsleiders van de Europese Unie de Europese Investeringsbank vroegen een grotere rol te spelen bij het scheppen van werkgelegenheid. “De Europese Investeringsbank, wat doet die ook al weer precies?” zong het door de zaal.

De EIB, de financieringstelling van de Europese Unie, houdt expres een low profile, verklaart vice-president Rudolf de Korte. “Om het opereren van de bank te vergemakkelijken.”

Inmiddels is de 'stille bank' de grootste niet-soevereine geldnemer ter wereld. Vorig jaar nam ze ruim 41 miljard gulden in obligatieleningen op de internationale kapitaalmarkten op, waar ze een AAA-rating - de hoogste kredietwaardigheid - geniet. “De obligaties zijn zeer geliefd in Zuid-Oost Azië, want de bank biedt grote zekerheid”, aldus De Korte. “We hebben een groot bereik en zijn overal bekend. Die grootte, dat is ons succes.”

De EIB werd in 1958 opgericht om “met een beroep op de kapitaalmarkten en op haar eigen middelen bij te dragen tot een evenwichtige en ongestoorde ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt.” Aanvankelijk richtte de bank zich vooral op regionale ontwikkeling. Nog altijd gaat daar 70 procent van de steun naar toe. Daarnaast sluit de bank leenovereenkomsten voor milieuprojecten en voor transeuropese netwerken op gebied van vervoer en energie. De meeste leningen gaan naar Italië, Duitsland en Spanje. Kredieten die de EIB verstrekt, bedragen ten minste 50 miljoen gulden. Toch gaan, indirect, ook leningen naar het midden- en kleinbedrijf, via globale kredietlijnen aan banken.

De EIB is autonoom, de lidstaten van de Europese Unie zijn de aandeelhouders en de vijftien ministers van financiën de gouverneurs. De bank heeft geen winstoogmerk. De tarivering is niet gesubsidieerd maar “we lenen wel aan scherpe prijzen want we kunnen scherp inlenen”, aldus de Korte. In 1996 verstrekte de EIB meer dan 50 miljard gulden aan kredieten, waarvan bijna 90 procent binnen de Europese Unie. “Het uitleenvolume is even groot als dat van alle andere multilatere banken tezamen.” Op 31 december vorig jaar stond in totaal 282 miljard gulden aan leningen uit. Specialiteit van de EIB zijn lange termijn leningen.

Met de huidige, Britse president Sir Brian Unwin trad de EIB de laatste jaren al wat meer in de publiciteit. Bovendien kreeg de bank in Amsterdam de opdracht met investeringsprojecten de werkgelegenheid te bevorderen. Het plan voor de komende drie jaar dat ze uitwerkte, het Amsterdam Special Action Programme (ASAP), is een van de belangrijkste onderwerpen voor de werkgelegenheidstop die op 21 november in Luxemburg wordt gehouden.

Meest vernieuwende maatregel in het ASAP is volgens De Korte “de opening van een 'speciaal loket' waar steun kan worden verkregen voor nieuwe financieringsinstrumenten ten behoeve van technologische en snel expanderende ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf.” Voor de investeringen via dit loket wordt naar verwachting 2 miljard gulden aan EIB-middelen uitgetrokken, die een aandelenkapitaal tot 19 miljard gulden zou moeten genereren. Volgens De Korte kan hiervoor voor het eerst “iets van het nettoresultaat - we spreken niet van winst - van de bank worden gebruikt.”

Het actieprogramma betekent een cultuuromslag voor de bank die zich tot nu toe niet bezighield met risico-dragende investeringen. Nu zal de EIB bepaalde bedrijven toegang bieden tot risicodelende of achtergestelde leningen en durfkapitaal. Het gaat om ondernemingen die “de beste groeikansen hebben, waarschijnlijk concurrerend blijven en vaste banen zullen scheppen”. Het Europese Investeringsfonds (EIF), het “kleine zusje van de EIB” dat wel ervaring heeft met risicokapitaal, wordt hier bij ingeschakeld. Het geld dat wordt uitgetrokken voor risicovolle projecten wordt buiten de balans van de EIB gezet, zodat het niet ten koste gaat van de kredietwaardigheid van de bank.

Naast investeringen in hoogwaardige technologische projecten in midden- en kleinbedrijf zal de EIB haar financieringsactiviteiten versterken op het gebied van stadsmilieu, milieubescherming, onderwijs en gezondheidszorg. “Vooral die laatste sectoren, waarin de EIB tot op heden slechts in uitzonderingsgevallen actief was, zijn arbeidsintensief”, zegt De Korte. Ook moet de EIB een nieuwe stimulans geven aan de financiering van Europese infrastructuurwerken, de TEN's, onder andere door leningen met extra lange looptijden en extra financiële middelen. De afgelopen drie jaar ging al jaarlijks 13 à 15,5 miljard gulden aan leningen naar infrastructuur.

Het actieprogramma wordt op 21 november voorgelegd aan de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie. Toen zij in juni besloten de EIB in te schakelen, kwam dit voor de bank niet uit de lucht vallen. “De discussie om meer te doen aan midden- en kleinbedrijf, volksgezondheid en onderwijs werd al langer gevoerd. Maar we kregen geen toestemming. Daarom is de top van Amsterdam voor de bank zo belangrijk, want er is een grens overschreden.” Met de nieuwe activiteiten zou ook Nederland meer van de EIB kunnen lenen. “Vooral op het gebied van volksgezondheid”, aldus De Korte. “Nederlandse ziekenhuizen hebben bankabele pordukten.” Op dit moment is Nederland met zijn grote spaarmarkt een van de belangrijkste fourneurs van geld, maar het maakt relatief het minst gebruik van de EIB als uitlener. Behalve nu voor werk, heeft de EIB al langer de opdracht om te helpen bij de overgang naar de euro.

Begin vorig jaar plaatste de bank als eerste een obligatielening met een clausule waarin expliciet de omzetting op basis van een euro voor een ecu is gegarandeerd. In januari dit jaar lanceerde de bank de eerste emissie in euro. Ook bij de uitbreiding naar Oost-Europa speelt de EIB een rol. Van de bijna 5 miljard gulden aan kredietverlening buiten de Europese Unie ging vorig jaar al een recordbedrag van 2,4 miljard gulden naar Oost-Europese landen.