Iedereen wil meer geld voor zorg

Vrijwel alle sectoren van de gezondheidszorg willen meer geld. Er is echter niet genoeg voor iedereen. De 'verzorgende' sector krijgt het komende jaar voor het eerst het grootste deel van de jaarlijkse groei. De Kamer buigt zich vandaag over de begroting.

DEN HAAG, 10 NOV. Astrid was de afgelopen weken vaak in reclamespotjes op de televisie te zien. Ze zei nooit iets, maar haar hoofd wordt nu wel herkend; ze is een 'bekende Nederlander' geworden. Astrid (46) is zwaar verstandelijk gehandicapt.

Met behulp van Astrid kreeg de kijker een 'succesverhaal' voorgeschoteld: negen jaar geleden zat ze nog vastgebonden in een rolstoel omdat ze zich voortdurend probeerde te verwonden. Door extra aandacht van het personeel kon ze overdag bezig worden gehouden. Ze knapte er zo van op dat vastbinden niet meer nodig was. Nu woont ze met vijf zwaar verstandelijk gehandicapten in een rijtjeshuis, waar een school aan de overkant voor afleiding zorgt.

De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland gebruikte het tv-spotje om meer aandacht bij het publiek te verwerven. Maar vooral was het een pleidooi voor extra geld: 150 miljoen gulden voor de dagbesteding van Astrid en haar huisgenoten.

De boodschap voor de Tweede Kamer is duidelijk, zo meende de vereniging vorige week in Ede bij de afsluiting van de campagne. Maar de Tweede Kamer lijkt er tot dusver niet erg van onder de indruk. De verstandelijk gehandicapten hebben daar een dubbele handicap: met hen valt politiek niet te scoren. De gehandicaptenzorg is een 'restportefeuille' die overblijft voor Kamerleden die wat later tot het parlement toetreden, zoals bij Sterk (PvdA) en Heeringa (CDA) het geval was. En onder degenen die zich met de gehandicaptenzorg bezighouden is de belangstelling niet groot; het Kamerlid Fermina (D66) bijvoorbeeld bleef onaangekondigd in Ede weg.

De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland is niet de enige die zich de afgelopen weken tot de Tweede Kamer heeft gewend. Vele honderden brieven, duizenden telefoontjes tot laat in de avond, tientallen bezoeken van bestuurders en lobbyisten hadden de leden van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid achter de rug, toen ze vanmorgen begonnen aan de bespreking van het Jaaroverzicht Zorg 1998. Al voor de publicatie daarvan, op Prinsjesdag, werden ze bestookt met de mededeling dat er meer geld nodig is voor medisch-specialisten, huisartsen, tandartsen, thuiszorg, verpleging, verpleeg- en verzorgingshuizen, logopedie, geestelijke gezondheidszorg, ziekenhuizen. En natuurlijk voor de gehandicaptenzorg.

Het Jaaroverzicht Zorg is de 'begroting' voor de zorgsector. Het is geen begroting in de gebruikelijke zin, want het geld waar het over gaat is maar voor een klein deel, vijf procent, belastinggeld. Voor het grootste deel gaat het om geld dat als premie is betaald volgens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ, 36 procent) en de Ziekenfondswet (35 procent). Ook de premies die voor de particuliere ziektekostenverzekeringen worden betaald vallen onder het regime van het Jaaroverzicht Zorg.

De directe bemoeienis van minister Borst (Volksgezondheid) en staatssecretaris Terpstra (Welzijn) met de besteding van het geld is afhankelijk van de bestemming en herkomst. De grootste greep hebben zij op de besteding van het geld dat is bestemd voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van zorg in onder andere tehuizen voor gehandicapten en psychiatrische ziekenhuizen. Het geld voor dit eerste 'compartiment' komt grotendeels uit de pot van de AWBZ. Bij het tweede 'compartiment' gaat het voornamelijk om zorg die genezing beoogt en meestal maar korte tijd wordt gegeven. Dat geld komt van de ziekenfondsen en de particuliere ziektekostenverzekeraars. De overheid blijft meer op afstand.

Daarnaast is er nog een derde 'compartiment', waarmee de minister zich nauwelijks mág bemoeien: zaken die niet tot de noodzakelijke zorg behoren en waarvoor iemand eventueel een aanvullende verzekering kan afsluiten. In totaal gaat het om ruim 66 miljard gulden, waarvan bijna eenvijfde is bestemd voor ouderenzorg, bijna tien procent voor de gehandicapten, vijf procent voor de thuiszorg en zeven procent voor de geestelijke gezondheidszorg. Ruim de helft van het geld gaat op aan de 'genezende' sector, zoals ziekenhuizen, specialisten, huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten, apothekers en medicijnen.

Voor het eerst in deze kabinetsperiode krijgt de 'verzorgende' sector het grootste deel van de jaarlijkse groei toebedeeld. Ouderenzorg en gehandicaptenzorg krijgen er in 1998, vergeleken met dit jaar, het meeste geld bij. Het gaat daarbij om bedragen die uiteenlopen van 180 tot 295 miljoen gulden. Dat komend jaar de 'verzorgende' sector relatief meer groeit dan de 'genezende' is volgens Borst en Terpstra een bewuste keuze. De care is een wat achtergebleven sector die minder in de publieke en daardoor ook politieke belangstelling staat dan de cure.

Die verschuiving sluit aan bij de wensen van veel briefschrijvers, al vinden zij dat er nog niet genoeg geld bij is gekomen. En omgekeerd is de emotionele toon al snel een octaaf hoger als er ergens wordt bezuinigd, zoals bij logopedie. Borst wil het budget daarvoor, zeventig miljoen gulden, met tien miljoen verlagen. Lang niet alle logopedie is 'noodzakelijk', vindt zij, en door een korting zal er zorgvuldiger worden geselecteerd. Voor de niet noodzakelijke behandelingen kan dan een aanvullende verzekering worden afgesloten. Volgens de briefschrijvers wacht de kinderen nu een bijkans onleefbaar leven, want de maatregel leidt tot probleemgedrag, emotionele en psychosociale stoornissen en de WAO.

Alle wensen bij elkaar opgeteld betekent vele miljarden extra voor de zorg. Daarbij rijst de vraag of er wel voldoende personeel beschikbaar is om dat geld aan te besteden. De krapte op de arbeidsmarkt neemt toe. De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg maakt daar in een van haar brieven over benodigd extra geld ook melding van. “De eerste tekenen van het voorspelde personeelstekort in de thuiszorg zijn reeds voelbaar”, aldus de Vereniging. Zij noemt niettemin de 103 miljoen gulden die de thuiszorg al extra krijgt 'ontoereikend', terwijl in de thuiszorg minder dan zestig procent van de beschikbare capaciteit wordt besteed aan patiëntenzorg.

Toch heeft thuiszorg meer kans op extra geld dan de gehandicaptenzorg, die tevreden zou zijn als er volgend jaar daadwerkelijk 25 miljoen gulden bijkomt voor de dagbesteding. De reden is vrij arbitrair. Tweede-Kamerleden hebben in de afgelopen jaren door hun ouders met de thuiszorg te maken gekregen, zoals Vliegenthart, woordvoerder voor volksgezondheid van de PvdA, tijdens het 'nationaal zorgdebat' verklaarde. Dit schept een band, wat belangrijk is in een sector waar beslissingen eerder door emotie dan door ratio lijken te worden bepaald.

    • Quirien van Koolwijk