HELENIO HERRERA (1916-1997); Argentijnse voetbalmagiër

In zijn laatste levensjaren woonde hij in Venetië, in een middeleeuws palazzo aan het water met uitzicht op de Rialto-brug. In de woning die hij deelde met zijn vrouw die modejournaliste is, hingen portretten en tekeningen waarop hij was uitgebeeld als een magiër. Helenio Herrera, die gisteren op 81-jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, stond bekend als een voetbaltrainer die toverde met spelers en spelsystemen. Misschien was hij wel de beste en zeker de meest revolutionaire trainer die heeft bestaan.

Ten onrechte wordt Herrera gezien als de uitvinder van het catenaccio (hangslot), het puur op verdedigen gerichte spelsysteem. De Argentijn was wel de man die deze speelwijze tot in perfectie met zijn elftallen wist uit te voeren. Nog voordat Herrera het catenaccio vervolmaakte, hadden onder meer de Zwitser Karl Rappan met zijn grendelsysteem (Riegel) en de Italiaan Nereo Rocco (trainer van AC Milan, Europa-Cupwinnaar '63) al speelwijzen ontwikkeld waarin de nadruk werd gelegd op verdedigen - als middel voor de zwakke en arme clubs om zich tegen de sterke en rijke clubs te wapenen.

Niet bekend

Nog jaren voordat door voetbaltrainers het begrip teambuilding werd verheven tot een hogere vorm van sportpsychologie, bouwde Herrera in de jaren zestig al aan de teamgeest. Hij introduceerde als eerste trainingskampen voor de wedstrijd, liet de spelers aan grote tafels samen eten, maakte zelf een weloverogen indeling van de hotelkamers, hield lange praatsessies met de spelers over de sterke en zwakke punten van de ploeg, liet ze samen zingen en dansen voor en na de wedstrijd, vroeg hun elkaar te omarmen, in de ogen te kijken en te zeggen: 'We houden van elkaar, we vertrouwen elkaar, we gaan winnen'. Eén team, één familie. Maar hij was ook een slavendrijver. Zijn wil was wet.

Herrera werd geboren in Buenos Aires. Zijn ouders waren Spaans. Toen hij vier jaar was verhuisde de familie naar Marokko. Daar voetbalde Helenio tussen Arabieren, Fransen en Spanjaarden en deed hij, zoals hij zei, levenslessen op. Toen hij achttien was ging hij naar Frankrijk omdat hij een goede voetballer was. Maar als trainer behaalde hij de grootste successen. Met Barcelona won hij tweemaal de Jaarbeursstedenbeker (de voorloper van de UEFA Cup) en twee Spaanse titels. Met Inter werd hij driemaal Italiaans kampioen, won hij tweemaal de Europa Cup en eenmaal de wereldbeker. Met Atlético Madrid werd hij twee keer Spaanse kampioen.

Herrera was ook bondscoach van Frankrijk, Italië en Spanje. Op het WK van 1962 in Chili voorspelde Herrera dat hij met Spanje wereldkampioen zou worden. Dat lukte niet, omdat hij weigerde Di Stefano op te stellen. Deze geboren Argentijn van Real Madrid had geweigerd bij de eerste samenkomst van de Spaanse selectie Herrera een hand te geven. Altijd heeft Herrera beweerd dat Di Stefano de beste voetballer aller tijden is geweest, beter dan Pelé, beter dan Cruijff. Maar tegen de arrogantie van Di Stefano kon hij niet op. De man die hij als voetballer bewonderde was hem de baas.

    • Guus van Holland