Drummen kan ook heel licht en zacht

Concerten: duo Joey Baron & Bill Frisell en kwartet van Gerry Hemingway. Gehoord: 8, 9/11 BIMhuis Amsterdam. Frisell & Baron verder: vanavond Dr. A Philipszaal Den Haag. Gerry Hemingway 4: 11/11 De Werf Brugge, 14/11 Grand Theatre, Groningen.

Wie van jazzdrummers luidruchtig en zweterig vertoon verwacht - men denke bijvoorbeeld aan Art Blakey - kwam het afgelopen weekeinde in het BIMhuis niet aan zijn trekken. De kleine Joey Baron speelde bij vlagen fluisterzacht en ook de tengere Gerry Hemingway hield het geluid op bescheiden niveau.

De twee drummers hebben veel gemeen: het zijn beide blanke New-Yorkers van '55 en groeiden dus op met rock en pop, muziek die steeds meer publiek bereiken wilde en dus ook steeds lawaaiïger werd. Misschien sproot de 'reserve' van Baron en Hemingway daar wel uit voort: de wetenschap dat hevig en luid altijd nog kan. Dus speelden ze voorlopig zo 'mellow' mogelijk: met de lichtste stokken uit hun assortiment, zachte bollen en borstels, met blote handen of zelfs de punten van de nagels.

Dat Baron zich dit kon permitteren was te danken aan Bill Frisell, die zijn electronica zo zinnig en smaakvol benut dat je de akoestische oorsprong van de gitaar volledig vergeet. 'Mooie muziek' had het duo in de kleedkamer blijkbaar besloten en dat leidde tot een aantal standards die men doorgaans zo kan meezingen, maar bij dit duo slechts met de nodige fantasie. In Just Friends bewijst Frisell schatplichtig te zijn aan Jim Hall, ook al zo'n wonder van ingetogen klasse. Om te laten weten dat ook anders kan, voorziet het duo Gershwins I Got Rhythm van een loeiharde intro, daarna keert de bedaardheid terug. In het bijna stuk gespeelde Besame Mucho gebeurt iets bijzonders: Frisell speelt uitsluitend begeleidingsfiguren, het is Baron die met zijn goedgestemde vellen de melodie suggereert.

Het omdraaien van rollen is ook aan de orde in On it, een compositie van drummer Gerry Hemingway waarin aan het eind de jazzklassieker Oleo opduikt. Trombonist Robin Eubanks en saxofonist Ellery Eskelin spelen ontspannen een ostinato, de 'zangrol' is toebedeeld aan de trommels.

Dat Hemingway's gloednieuwe kwartet een sterke indruk nalaat is behalve aan hemzelf vooral te danken aan bassist Mark Dresser. Zijn begeleidingspartijen zijn robuust en swingend, de solo's die hij speelt - soms met een vleugje electronica - lichtjaren verder dan het ouderwetse 'hondenhok' dat alleen maar boem-boem produceerde.

Bill Frissel en Mark Dresser, het zijn formidabele snarenspelers, maar ze spelen extra goed dankzij drummers met willige oren: Joey Baron en Gerry Hemingway bijvoorbeeld.