'Doorman' is niets te dol

'Bezoekers: eerst melden!', NPS, Ned. 3, 20.30-21.28u.

Wie het zich in New York kan permitteren, huurt een appartement met een 'doorman', een multifunctionele conciërge die pakjes aanneemt, taxi's belt en gewenste gasten doorlaat en de ongewenste tegenhoudt. De doorman is in de VS een oud en volstrekt vanzelfsprekend beroep, in tegenstelling tot in Nederland.

Hier bestaat het opkomende fenomeen van de huismeester, vaak voor 'serviceflats', maar diens bestaan onttrekt zich grotendeels aan het publieke leven. In Frankrijk wortelt deze beroepsgroep - vaak in misdaadfilms uitgebeeld als een mysterieuze slons - wel, maar het soort in uniform en op de stoep opererende dienstverlening dat vanavond door Dree Andrea op Nederland 3 wordt geportretteerd lijkt aan New York te zijn voorbehouden.

Voor zijn documentaire koos Andrea drie deurmannen, die samen een representatieve keuze vormen: De middelbare Italo-Amerikaan Franco is doorman-van-vader-op-zoon, de jongere Peter vertegenwoordigt een nieuwe generatie portiers en Harvey is een Afro-Amerikaanse afgezant van de bedrijfstak. In de film worden de mannen op het werk, thuis en tegen het decor van hun jeugd gefilmd; ondertussen praten ze, vaak buiten de camera, over hun leven en werk. De film wordt doorsneden met sfeervolle beelden van winters New York en van huurders in de appartementengebouwen die, gefilmd met een fish-eye-lens (alsof we door hun deurgaatje naar binnen gluren), vertellen over hun doorman-ervaringen. 'Bezoekers: eerst melden!' schets aldus liefdevol de relatie tussen welgestelde stadsbewoners en hun portiers.

Uit de film blijkt hoezeer deze conciërges ingeburgerd raken in het dagelijks leven van degenen die ze bedienen. Een van de huurders vergelijkt de situatie in haar appartementengebouw met een hotel: dezelfde service, maar de kamers richt je naar eigen voorkeur in. Inderdaad is de doorman niets te dol: hij verzorgt de was, komt als de tv uitvalt en waarschuwt zelfs (zoals Franco vertelt) de vrouw die met haar minnaar in het appartement verblijft als haar wettige echtgenoot onverwacht thuiskomt. Dan is er de in vele toonaarden bezongen psychische bijstand die de deurmannen zouden verlenen: vooral de oudere, alleenstaande vrouwen vinden bij hen veelvuldig een willig oor - en méér, zo wordt met een knipoog gesuggereerd.

Er wordt veel geschoren, verkleed en in bad gegaan; de film heeft ontegenzeggelijk tempo en er ontrollen zich markante levensgeschiedenissen. Niet in de anekdotiek van de huurders en hun dienstverleners schuilt de kracht van de film, maar in de vertrouwelijkheden van de portiers. Omdat naar mijn smaak de mate van indringendheid van de drie doormen nogal wisselend is, stagneert de film nu en dan. Het mooist vond ik het portret van Harvey, die zijn laatste dagen als portier slijt en ter gelegenheid van zijn pensionering een etentje heeft. Deze man blijkt zeer geliefd te zijn geweest bij zijn huurders: een vrouw brengt hem met kerst letterlijk een aubade; een man die in het gebouw opgroeide bekent Harvey altijd als een tweede vader te hebben gezien. Thuis bij Harvey blijkt dat hij lange tijd andere ambities had. Hij toont foto's van de jeune premier die hij ooit op het toneel of het witte doek hoopte te zijn. Ondertussen verzamelde hij een indrukwekkende collectie oude radio's, 78-toerenplaten en snuisterijen. Als de pet en het pakje zijn opgeborgen verrijst achter de façade van trouwe dienstverlening een schipperend mens. Een documentaire is op zijn best als die een blik gunt op een verschijnsel, dat nadien anders wordt bekeken. De film heeft die potentie, vooral dankzij de vasthoudendheid van de maker om van het alledaagse iets bijzonders te maken. Deze film zou aan kracht hebben gewonnen bij een strengere selectie van de opnamen.

    • Tom Rooduijn