Don Carlos: stoet zielige twijfelaars

Concert: Don Carlos van G. Verdi door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor o.l.v. Carlo Rizzi. Gehoord: 8/11 Concertgebouw Amsterdam. Radio: 15/11 19 uur Radio 4.

Richard Margison, de fameuze Canadese tenor om wie het goeddeels zou gaan in Verdi's lange, maar balletloze Franse versie van Don Carlos tijdens de Matinee op de vrije zaterdag, ontbrak wegens ziekte. In mei staat hij in Amsterdam bij de Nederlandse opera alsnog genoteerd voor Cavaradossi in Puccini's Tosca, begeleid door het Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly.

Margison werd nu op korte termijn vervangen door Miguel Olana - een Spanjaard - wat zijn eigen logica heeft in deze opera over de Spaanse koning Filips II, zijn opstandige zoon Carlos, de nog opstandiger bewoners van de Lage Landen, ketterij en liefdesverdriet. Olana, vorig jaar de understudy voor Roberto Alagna bij de EMI-plaatopnamen en scènische uitvoeringen van de Franse versie van het werk, bleek een uitstekende vervanger. Met zijn gevarieerde fraaie timbre, moeiteloze hoogte, intelligente tekstbegrip en perfecte stijlgevoel maakte hij live meer indruk op mij dan Alagna via de cd.

Zulke genuanceerde gevoelige vertolkingskunst, zonder het minste vertoon van hol gebral of eenzijdige nadruk op uiterlijk vertoon, was overigens kenmerkend voor de hele vocale cast. Zo'n houding is ook passend in een opera die als weinig andere wordt beheerst door zóveel zielige twijfelaars. Carlos voorop: hij is een ongelukkige zwalker in het rijk van zijn emoties. Maar ook als de andere personages soms iets zeker weten of denken te weten in zaken van maatschappij, religie en liefde, dan worden ze daarvan het slachtoffer.

Daar is Elisabeth, de geliefde van Carlos die met zijn vader huwt - een prachtig vloeiend klinkende rol van de lyrische Andrea Gruber, culminerend in Toi qui sus le néant, het Franse equivalent van Tu che la vanita in de Italiaanse versie. Ze werd goed terzijde gestaan door Nienke Oostenrijk, haar page. Daar is Eboli, tevergeefs verliefd op Carlos, gezongen door Violeta Urbana - haar O don fatal was een luid toegejuichte triomf.

Daar is Rodrigue, de vriend van Carlos èn de vertrouweling van Filips, wiens dubbelrol hem fataal wordt - een fantastisch beheerst gezongen rol van Lucio Gallo. En daar is Filips, achter wiens schijnbaar genadeloze onverbiddelijkheid toch vooral menselijke twijfel huist, zeker in de wat timide vertolking van Alastair Miles. Fascinerend was zijn confrontatie met de Grootinquisiteur: niet de koning maar de priester, schrikwekkend gezongen door Andrea Silvestrelli, was hier de personificatie van de hel, de duivel zelve.

Dirigent Carlo Rizzi leidde met vaste hand het Radio Filharmonisch Orkest op een wijze, waarbij er geen gebrek was aan de imposante stijl van de grand opéra - vooral in het autodafe, de ketterverbranding met kopergroepen en koren achter de theatraal openzwaaiende dubbele deuren boven aan de trappen. Maar zulke breed uitgemeten effecten kwamen slechts bovenop het zorgvuldig geëtaleerde fundament van de hoogstpersoonlijke intieme tragiek van de personages.

Een verrassing was het optreden van de Pool Daniel Borowksi - een zeer diepe, buigzame en interessant getimbreerde bas. Hoe krijgt zo'n jongen dat uit zo'n tenger lijf? Nu zong hij slechts de kleine rol van een monnik, ze moeten hem maar eens vragen een hele opera in zijn eentje te komen zingen.