Controverse rond JFK, de mafia en de maitresses

Een boek over Kennedy wekt opschudding in de VS. Veel schandalen waren bekend, nu zijn ze voorzien van bronvermelding.

WASHINGTON, 10 NOV. Als de auteur niet de befaamde journalist Seymour M. Hersh was geweest, had het nieuwste boek over de Amerikaanse president John F. Kennedy, zijn vermeende banden met de mafia en zijn talloze maitresses niet zoveel opschudding veroorzaakt.

Maar Hersh is een gerespecteerd auteur: hij won in 1970 de Pulitzerprijs voor zijn onderzoek naar het bloedbad in My Lai, een van de gruwelijkste gebeurtenissen van de Vietnam-oorlog, hij onthulde hoe de CIA in eigen land Amerikanen bespionneerde en hij schreef een veel geprezen, maar weinig flatteus portret van Henry Kissinger (The Price of Power; Kissinger in the Nixon White House). Nu heeft Hersh een boek geschreven, The Dark Side of Camelot, waarin hij Kennedy afschildert als immoreel, bezeten van seks en de drijvende kracht achter plannen om de Cubaanse leider Fidel Castro te vermoorden. Al voor de verschijning was het boek heftig omstreden.

De mythe van Camelot, zoals Kennedy's geïdealiseerde regeringsperiode (1961-1963) naar analogie met het hof van koning Arthur wel werd genoemd, is jaren geleden al doorgeprikt. Maar nog geen auteur van naam is zover gegaan als Hersh in het aan de kaak stellen van Kennedy's gedrag in de politiek en in zijn privé-leven.

Hersh stelt in zijn boek, dat in een oplage van 350.000 exemplaren vanaf vandaag in de Amerikaanse boekwinkels ligt, dat Kennedy de presidentsverkiezingen van 1960 (tegen Richard Nixon) op het nippertje won dankzij steun van de mafia. Kennedy's vader, de miljonair Joseph P. Kennedy, zou in een geheime bijeenkomst met mafiabaas Sam Giancana, een oude kennis, hebben geregeld dat de corrupte vakbonden in Chicago Kennedy's campagne steunden met geld en kiezers. Veel historici hebben de manipulaties in Chicago in het verleden toegeschreven aan de toenmalige burgemeester Richard J. Daley. Bovendien zouden Kennedy's broers Robert (vermoord in 1968) en Edward (senator voor Massachusetts) tijdens de cruciale voorverkiezingen in West-Virginia partijfunctionarissen betaald hebben om Kennedy te steunen. “De presidentsverkiezingen van 1960 zijn gestolen”, schrijft Hersh. Op basis van getuigenissen van voormalige beveiligingsagenten vertelt Hersh over de bijna dagelijkse ontmoetingen van president Kennedy met maitresses en prostituees.

Pagina 5: 'Kennedy werd gechanteerd'

In een interview met The New York Times zegt Hersh: “Ik heb al die seks erin gestopt omdat het rechtstreeks betrekking heeft op zijn karakter, zijn roekeloosheid, zijn idee dat hij boven de wet stond”.

Het zwembad van het Witte Huis zou toneel zijn geweest van seksfeestjes, waarbij agenten op de uitkijk stonden om te waarschuwen voor de komst van Jacqueline Kennedy. Kennedy leed volgens Hersh door zijn promiscue gedrag aan een serie venerische ziekten. Belangrijker was dat hij niet alleen chantabel was, maar ook daadwerkelijk gechanteerd zou zijn om Lyndon Johnson te accepteren als zijn vice-president. Ook een defensiecontract van 13 miljard gulden voor General Dynamics om een gevechtsvliegtuig te ontwikkelen, kan hebben samengehangen met chantage. De FBI registreerde in augustus 1962 een inbraak in het huis van Judith Campbell, een vriendin van zowel de Kennedy's als mafiabaas Sam Giancana. De inbrekers waren de zonen van de chef beveiliging van General Dynamics, de vluchtauto was gehuurd door hun vader. Drie maanden later kreeg het bedrijf onverwacht het defensiecontract.

Hersh stelt ook dat Kennedy en zijn broer Robert geobsedeerd waren door Fidel Castro en persoonlijk zware druk uitoefenden op de CIA om hem te vermoorden. De voormalig CIA-medewerker Samuel Halpern zegt het gevoel te hebben gehad “dat we in Cuba dingen deden in het kader van een familie-vendetta, niet om het belang van de Verenigde Staten te dienen”. Toen in 1961 een aanslag op Castro mislukte, besloot Kennedy geen luchtsteun te verlenen aan Cubaanse vluchtelingen die een invasie voorbereidden in de Varkensbaai. Dat was “een doodsvonnis” voor het invasielegertje, schrijft Hersh. Verder zou Kennedy de Amerikaanse troepen hebben willen terugtrekken uit de oorlog in Vietnam, maar niet voor hij herkozen was. Dat uit vrees de verkiezingen in te gaan als 'de man die Vietnam verloor'. Hersh concludeert dat JFK zijn herverkiezing belangrijker vond dan “het welzijn van soldaten en burgers”.

Het boek ondergraaft niet alleen de toch al ernstig aangetaste reputatie van Kennedy, ook de reputatie van Hersh zelf is erdoor in het geding gebracht. De historicus Arthur M. Schlesinger Jr., die een naaste medewerker van Kennedy was, doet het boek af als “een oefening in politieke fantasie”. Theodore Sorensen, indertijd adviseur van Kennedy, noemt het boek een “pathetische verzameling wilde verhalen”. Beide auteurs schreven zelf eind jaren zestig nogal flatteuze kronieken over het Witte Huis onder de Kennedy's. Maar ook het weekblad Time, dat deze week zijn omslagverhaal aan de controverse wijdt, vindt ook dat Hersh in het staven van zijn beweringen tekort schiet. NBC heeft zich teruggetrokken uit een project om het boek te verfilmen. Sommige door Hersh met naam en toenaam aangehaalde bronnen, die opnieuw door de Amerikaanse media zijn benaderd, onderschrijven evenwel de strekking van zijn verhaal.

    • Juurd Eijvoogel